Als symptoom van diploma-inflatie steeg vanaf de tachtiger jaren het aantal hoger opgeleiden sterk. HBO-instellingen en universiteiten scheidden, aangemoedigd door het diploma-bonus-systeem, in steeds groter tempo ‘afgestudeerden’ af in studierichtingen waarvoor het cursusmateriaal nog niet geschreven kon zijn, zo vers waren ze. Dit leidde in de negentiger jaren tot de wonderlijke situatie dat het aantal hoger opgeleide werklozen procentueel hoger lag dan het aantal lager opgeleide werklozen. Voor bepaalde studierichtingen zat – volgens cijfers van het Ministerie van OC&W – in het midden van de negentiger jaren meer dan een kwart van de gedoctoreerden thuis.
Daaronder bevond zich Dr. W.W.
Voor Dr. W.W., die in de zeventiger jaren behoorde tot de toen nog niet als zodanig benoemde groep van Voortijdig School Verlaters (VSV-ers), en die daarna op verzoek toch maar wat studies gestapeld had, was dit een zeer passend lot. Van jongsafaan had hij zich vermaakt met het idee dat al die hoogleraren en academici weinig toevoegden aan de samenleving en dus net zo goed aan de kant geschoven zouden kunnen worden. Dat hij nu zelf, met zijn HBO- en WO-diploma’s, richting bijstand rolde, zou een mooie bevestiging hebben kunnen zijn van het eigen gelijk. Maar waarom zat hij bij het kwart expliciet als onrendabel geoormerkte deel van de bevolking, en niet bij dat driekwart dat in zijn redenering toch ook overtollig zou hebben moeten zijn?
Tegen deze achtergrond ontpopt Dr. W.W. zich als een ironische kroniekschrijver van de eigen maatschappelijke overbodigheid. Terwijl hij solliciteert op functies op, boven en onder zijn ‘niveau’, becommentarieert hij de wijze waarop hij dat doet, signaleert hij momenten van zelfvoldane overmoed en overdreven zelfkastijding, en pleegt hij bewuste persoonlijkheidsdissociatie door dagelijks een stukje te schrijven over zaken die hem niets aangaan en waar hij niets van weet. Doorheen deze masochistische oefening gaat hij in brieven, emails, ingezonden stukken en publicaties discussies aan met gezaghebbenden en gezaglozen in de samenleving.
De geschriften van Dr.W.W. zijn door een redactieteam verzameld in een reeks publicaties. Vanaf 1994 zijn acht delen verschenen. Voor het voorjaar 2027 staat deel 9 uit de reeks gepland. Met deel 10 – waarvan het ontstaan nog onzeker is en de ontknoping het vooralsnog zonder knoop moet stellen – wordt de Dr.W.W.-decalogie afgesloten.
