Categoriearchief: Actuele maatschappelijke onderwerpen

Actuele maatschappelijke onderwerpen

Contra-indicaties

Was de vergelijking van (het niet hebben van) een coronavaccinatiepasje anno 2021 met (het wel hebben van) een Jodenster in 1941 enkele weken terug nog potentieel provocerend, inmiddels is de werkelijkheid toch al weer wat verder opgeschoven in de richting van de uitsluitingssamenleving.

Want nu heeft de grote influencer van dat deel van het kijkerspubliek dat meent niet door influencers beïnvloed te kunnen worden, ook een cabaretesk pleidooi voor vaccinatiepasjes gegeven.

De uitzending van Lubach op zondag van 7 maart 2021 zal naar cabareteske maatstaven niet de beste uit de reeks zijn geweest. Arjan begon met een minuut of tien lollig doen over de kennelijk lopende verkiezingscampagne voor de verkiezingen die kennelijk in de derde week van maart in Nederland worden gehouden, inclusief een parodie op de voorlichtingsfilmpjes over de democratie die van een abominabel niveau zouden zijn, welke claim evenwel enkel geponeerd lijkt te zijn om een rechtvaardiging te geven voor de parodie waarvan het hoofdthema niet de democratie bleek te zijn maar het mogelijk in het hoofd van een vrouwelijk redactielid aangetroffen frustratiemotief of de in de breinen van mannelijke redactieleden die willen gaan switchen opgeduikelde lustdroom dat vaders het na de scheiding bij voorkeur met nog minderjarige vriendinnen aanleggen. Plus grapjes over dat Mark Rutte zijn rol als lijsttrekker en zijn rol als minister-president niet goed weet te scheiden, en de coronamaatregelen die hij tweewekelijks proclameert zelf niet begrijpt. Het lijkt me twijfelachtig dat het voor de televisiekijkers, zelfs de kijkers in de bubble van Arjan, na tien jaar Rutte nog nieuws is dat onze huidige minister-president een intellectueel leeghoofd is waarin ondanks die leegte te weinig ruimte is voor het titelblad van Atlas Shrugged , laat staan voor een serieuzer boek als The Wealth of Nations. Maar momenteel en de komende twee jaar hebben we Rutte als premier en bij gebrek aan betere onderwerpen, moet een televisieclown dan natuurlijk grapjes maken over Rutte…

[Zaterdag hebben we hier toevallig naar The Inspector General van Danny Kaye gekeken. Het viel niet mee een versie van die film te pakken te krijgen waarvan de kleuren niet van het scherm afvielen, en de versie die we hebben bekeken, was twee minuten korter dan het origineel, maar zelfs de scenes waarin de film afglijdt naar slapstick hebben qua timing en raffinement een hoger niveau dan de platte bagger die postmoderne televisieclowns als Lubach afscheiden.]

… maar dus goed, televisieclowns moeten tegenwoordig ook de rol van televisiedominee spelen, dus na tien of misschien wel vijftien minuten flauwiteiten, sneed Arjan het maatschappelijk beladen onderwerp van vaccinatiepasjes aan. Zijn herderlijke boodschap was dat ‘natuurlijk’ iedereen zelf moet uitmaken of die zich laat vaccineren tegen COVID-19, maar dat hij de bioscoopzaal toch liever niet deelt met iemand die is toegelaten zonder bij de ingang een vaccinatiepasje te hebben kunnen tonen.

Omdat binnen de redactie van LoZ toch enige spanning zal zijn gevoeld tussen een liberaal klinkend ‘iedereen moet zelf beslissen’ en het fascistoïde ‘iedereen die zelf een andere keuze heeft gemaakt dan het collectief moet kunnen worden geweerd’, zal een van die redactieleden – misschien dezelfde als het redactielid dat door haar partner is ingeruild voor een jongere vriendin of dezelfde als het redactielid dat op het punt staat zijn partner in te ruilen voor een jongere vriendin – hebben voorgesteld die spanning weg te nemen door de heilspreek van Arjan vooraf te laten gaan door een aantal clips waarin antivaxxinisten samenzweerderige of anderszins zweverige quatsch uit mochten braken.

Als een spreker weinig te vertellen hebt, is het inderdaad geen slecht idee die spreker te laten inleiden door een spreker die nog minder te vertellen heeft.

Niettegenstaande de dan toch bijna geslaagde opbouw naar een soort van climax bleek uit de preek van Arjan vooral dat hij net zo weinig begrijpt van vaccinaties als Rutte van de coronamaatregelen:

  • De tot dusver verzamelde data geven geen inzicht in de beschermingsduur van COVID-19-vaccinaties. Vooralsnog weet dus niemand wat de geldigheidsduur van een vaccinatiepasje zou moeten zijn.
  • De COVID-19-vaccinaties bieden geen 100%-bescherming. Indien de hele wereldbevolking gevaccineerd zou zijn met het AstraZeneca-vaccin EN de hele wereldbevolking blootgesteld zou zijn aan SARS-CoV zou ongeveer 40% van de wereldbevolking last hebben van milde tot ernstige COVID-verschijnselen of behoren tot de groep van asymptomatisch besmetten. Als de hele wereldbevolking minus Arjan gevaccineerd zou zijn met het AstraZeneca-vaccin, en de hele wereldbevolking minus Arjan blootgesteld zou zijn aan SARS-CoV, zou het zeer onverstandig van hem zijn enige bioscoopzaal te bezoeken.
  • Achter de vaccinatiehype waart het idee van de kudde-immuniteit rond. Met, in het kielzog, het feit dat vaccinaties vaak juist niet beschermend zijn voor mensen die er extra bevattelijk voor zijn. De ‘kudde’ moet zich dus en masse laten inenten om degenen bij wie het vaccin niet werkt, te beschermen. Mensen die door het vaccin effectief beschermd zijn, kunnen echter nog steeds drager zijn van het virus. Hoewel de Nederlandse bevolking volledig gevaccineerd heet te zijn tegen polio, kan 100% van de Nederlandse bevolking drager zijn van het poliovirus.
  • Het idee van kudde-immuniteit is een mythe. Ook al zouden alle Nederlanders zich laten overhalen door de vaccinatie-PR-campagnes, dan moet elke Nederlander ervan uitgaan dat de vaccinatiecampagnes in de meeste andere landen minder succesvol verlopen. Zelfs bij langjarige, niet-controversiële vaccinatieprogramma’s is de globale effectieve vaccinatiegraad nooit boven 25% uitgekomen. Indien vaccinatiepasjes zouden worden ingevoerd, zou het effect daarvan zijn dat de meeste exploitanten van bioscoopzalen alsnog failliet zouden gaan, zij het vast niet die in Nederland.
  • Bij de COVID-vaccinaties is een lijst van contra-indicaties opgesteld. Indien een persoon straks – als alle natte dromen van minister De Jonge zijn uitgekomen – geen vaccinatiepasje kan tonen, kan de oorzaak heel wel zijn dat op deze persoon een item uit deze lijst van toepassing was. Dit impliceert dat Arjan de bioscoopzaal liefst niet wil delen met mensen die ten tijde van de COVID-hype zwanger waren of eerder een borstoperatie hebben gehad.

Waarom Arjanneke, nadat-ie zelf zijn shotjes heeft gehaald, nog vies is van mensen zonder vaccinatiepasje, blijft natuurlijk ook raadselachtig.

Vaccinatiepasjes-fetisjisten moeten doen alsof een vaccinatiepasje elk risico uitsluit dat de drager van het pasje een drager van het virus is. Zonder die aanname kunnen ze het hebben van een vaccinatiepasje niet opheffen tot een teken van goed gedrag van het individu, tot een soort van morele, wel ja ethische, verplichting. Zouden ze een meer genuanceerd perspectief innemen, dan zouden ze tot de conclusie komen dat mensen die nooit bioscoopzalen bezoeken, het COVID-19-risico voor zichzelf en voor anderen effectiever aanpakken dan mensen die bioscoopzalen bezoeken met een vaccinatiepasje. Zoals iemand die zich nooit met een auto op de snelweg begeeft, het risico op ernstige ongevallen effectiever inperkt dan mensen die dagelijks de snelweg opgaan, maar zich dan wel keurig aan de snelheidsregels houden.

Risicoanalyse is een complexe discipline, ook voor wie ervoor heeft doorgeleerd. Het is niet iets waar televisieclowns als Arjan Lubach zich in moeten mengen…

Voor epidemiologen is een beschermingsgraad van 60% met een vaccinatiegraad van 70% voldoende nuttig , omdat epidemiologen zich niet bezighouden met het beschermen van individuele wereldburgers, maar op het terugbrengen van een ziekte in een totale populatie. De maatregelen die de Nederlandse overheid heeft genomen, moeten vanuit dit perspectief worden bezien. Het is niet de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid om elke burger volledig te beschermen tegen elk risico. De Nederlandse overheid beschikt niet over de middelen daartoe, en het inzetten van bepaalde middelen die daarbij instrumenteel zouden kunnen zijn, druisen in tegen wat we in de regel ‘rechtstatelijke principes’ noemen. De maatschappelijke rechtvaardiging voor de coronamaatregelen is dat de COVID-19-pandemie het bestrijden van allerlei andere risico’s voor de volksgezondheid ernstig compliceert. Indien het aantal ziekenhuisopnames zodanig is teruggebracht dat andere zorg niet significant belemmerd wordt, is het werk dat de overheid moet doen gedaan. Als vaccinatieprogramma’s daartoe instrumenteel zijn, dan moet de overheid vooral niet nalaten burgers in de richting van vaccinatie te ‘nudgen‘ met PR-campagnes, al dan niet met overdrijving, onderdrijving of andere ‘little white lies‘.

Televisieclowns dragen hierin geen verantwoordelijkheid.

De kinderopvangtoeslagaffaire-affaire

Toen ik hoorde dat het kabinet-Rutte III was teruggetreden, was mijn eerste reactie: “He-he, eindelijk neemt de club die Nederland nu al bijna een jaar met beleidsmatig aanmodderen onderdompelt in een coronacrisis, eens de verantwoordelijkheid.”

Maar, nee, de derde ploeg van Rutte bleek zich verantwoordelijk te voelen voor de ‘kinderopvangtoeslagaffaire’. Wat was dat ook alweer?

Ja, dat was waar ook. Als de media in 2020 niet zo bol hadden gestaan van COVID-19 en dat oudemuizengevechtje tussen Trump en Biden, dan zou dat misschien wel het woord van het jaar zijn geworden: ‘kinderopvangtoeslagaffaire’.

Doordat er – tussen de oraties van de heer Van Dissel door – hoorzittingen zijn gehouden over de kinderopvang en een onderzoekscommissie daarover het een en ander heeft opgetekend in een rapport hadden de media eerder pogingen kunnen doen om het tot het woord van het jaar te maken. Hoewel de onderzoekscommissie de nadruk legt op het falen van de rechtsstaat en het onrecht dat de betrokkenen daardoor is aangedaan, is het meest opmerkelijke aspect van het rapport dat de meeste feiten reeds lange tijd openbaar waren.

Het is mogelijk de openbare voltrekking van de affaire te gebruiken als schakel in een betoog naar de conclusie dat de rechtsstaat heeft gefaald. Immers, als iedereen (ministers, ambtenaren, kamer, rechters, media, en 30.000 betrokken gezinnen plus al de familieleden, vrienden en kennissen van al die betrokken gezinnen) al wist dat de wijze waarop de kinderopvangtoeslag werd uitgevoerd, gezinnen aan de rand van de financiële afgrond bracht en daar niets aan gedaan is, dan heeft alles gefaald, en dus ook de rechtsstaat.

Je kunt het echter ook omdraaien: omdat alle gremia van de macht redelijkerwijs – bijvoorbeeld door zelfgeschreven besluiten, vonnissen en rapporten te lezen – wisten wat er aan de hand was, en geen actie is ondernemen, gingen alle gremia van de macht ook na toetsing akkoord met de schade die het beleid aan een gezin kon toebrengen. Vanuit het perspectief van het volk, uitgewerkt en gecontroleerd door de drie machten, was deze schade simpelweg ‘collateral damage’. Dan heeft de rechtsstaat dus eigenlijk prima gefunctioneerd.

Dat is het mooie met doelredeneringen: ze lopen altijd precies naar het punt waar je wil uitkomen.

Wie wil uitkomen bij een falende rechtsstaat, kan hier inbrengen dat het toch niet de bedoeling kan zijn van het volk dat maar liefst 30.000 gezinnen – DERTIGDUIZEND gezinnen – financieel genekt zijn omdat deze gezinnen beroep hebben gedaan op de kinderopvangtoeslag. Het probleem met deze hoge verontwaardiging is dat dit aantal uit de lucht is gegrepen. In rapporten van de Nationale Ombudsman en de commissie Donner wordt vastgesteld dat bij een significant doch veel lager aantal dossiers sprake is van onwenselijkheden. Het getal van 30.000 lijkt te zijn gebaseerd op een steekproef onder dossiers waarin de kinderopvangtoeslag is teruggevorderd vanwege grove schuld. Volgens die steekproef was dat slechts in 6% van de gevallen terecht. (Rapport, pagina 26, met verwijzing naar Kamerstuk II 2020/21, 31 066, nr. 754.) Maar een steekproef is slechts een steekproef en de toetsing heeft plaatsgevonden “naar huidige maatstaven“. Het laat zich verdedigen dat voor een oordeel over de rechtsstaat de huidige maatstaven minder relevant zijn dan de toenmalige maatstaven, en dat zo’n oordeel zich niet steekproefsgewijs laat vellen.

Bovendien is het overkill, 30.000 gezinnen als slachtoffer opvoeren. Dat impliceert of suggereert dat de rechtsstaat overeind zou zijn gebleven als niet 30.000 maar bijvoorbeeld slechts 30 gezinnen getroffen zouden zijn. Alsof ze in de Verenigde Staten zouden hebben moeten wachten totdat blanke agenten 30.000 onschuldige zwarten over de kling zouden hebben moeten gejaagd voordat een “Black Lives Matter”-betoging gerechtvaardigd zou zijn.

De waarheid is dat als er iets misgaat een samenleving vaak pas in beweging komt als het 10.000 of 30.000 keer is misgegaan. Dan is er pas maatschappelijk ‘momentum’. Dat zegt misschien minder over de rechtsstaat dan over de samenleving.

De samenleving houdt ook van overdrijving. Als het bij 30.000 gezinnen is misgegaan met die kinderopvangtoeslag, dan zijn daardoor natuurlijk geen 30.000 gezinnen aan de bedelstaf geraakt. Dat is misschien bij een paar duizend gezinnen, of misschien ‘slechts’ bij een paar honderd gezinnen het geval. Voor wie houdt van lumpsum-checks: op basis van de cijfers die in het rapport worden genoemd, is het gemiddelde bedrag van een kinderopvangtoeslagterugvordering ongeveer 4.500 euro. Dat is voor mensen die aan de verkeerde kant van de ongelijkheid zitten, niet weinig, maar of je dan meteen het einde van de financiële tunnel niet meer kunt zien? Omdat de kinderopvangtoeslag enigermate inkomensafhankelijk is, kan het gemiddelde onder de financieel zwakkeren hoger zijn. Er zal vast geen tweeverdienend juristen- of doktersechtpaar zijn dat 60.000 euro moeten terugbetalen. In een oefening casuïstiek begin ik me echter al gauw af te vragen of dat kinderopvangtoeslaggebeuren zo in elkaar zit dat een tweeverdienend juristen- of doktersechtpaar daadwerkelijk in aanmerking kan komen voor enige kinderopvangtoeslag. De wil van het volk kan toch niet zijn geweest dat gezinnen met een gezamenlijk inkomen van twee ton of zo ook nog een douceurtje krijgen opdat geen van de echtgenoten een dagje minder gaat werken?

Hmmm…. moet ik toch nog eens nagaan.

Wie tot een meer bezadigd oordeel over de kinderopvangtoeslagaffaire wil komen, maakt onderscheid tussen de momenten waarop er bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag daadwerkelijk in strijd met de wet is gehandeld en de mate waarin de uitvoering van de kinderopvangtoeslag – rechtmatig of niet – tot maatschappelijk onwenselijke situaties heeft geleid.

In de media is de laatste jaren met veel bombarie geroepen dat de overheid in strijd met de wet heeft gehandeld, maar dat is vooral bombarie geweest. Je kunt natuurlijk steeds harder roepen dat een ‘groepsgewijze’ sanctie niet mag en daar doorheen krijsen dat daarbij ook nog een nationaliteitscriteria of etnische criteria zijn gebezigd, maar een groepsgewijze sanctie laat zich simpelweg omzetten naar een reeks individuele sancties en er is geen redelijk mens die kan uitleggen waarom je de nationaliteit niet in je Big Data-analyse zou mogen gebruiken en, bijvoorbeeld, inkomen of postcode of het bezit van een bepaald merk auto wel. Dat er wetten circuleren die inhouden dat je iemand wel mag discrimineren omdat die rood haar of tatoeages heeft maar niet omdat die kroeshaar heeft, uit Marokko komt of Friese voorvaderen heeft, is in een kritische toetsing geen argument. Daargelaten dat dat best wel rare en ook nutteloze wetten zijn, is het niet redelijk beperkingen op te stellen voor criteria die in een onderzoeksfase worden gebruikt. Wat je wel kunt doen, is beperkingen opleggen aan de criteria die bij de onderbouwing van een sanctie kunnen worden gebruikt. Een rechter kan daarop toetsen. Moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat dossiers kunnen worden voorgelegd aan een rechter, en niet tijdens een bezwaarprocedure in de la worden gelegd, of dat clubs zonder juridische bevoegdheden – zoals de Autoriteit Persoonsgegevens – zich met dossiers gaat bemoeien.

De kinderopvangtoeslagaffaire-affaire geeft aanleiding om bepaalde aspecten van het kinderopvangtoeslag-gebeuren nog eens goed te bekijken. Omdat in het kabinet van Rutte de wijsheid dun gezaaid was, is het niet onverstandig als daar later nog eens rustig naar wordt gekeken. Maar er hangen al donkere wolken boven die uitdaging: vanuit links, rechts en door het midden wordt er geroepen dat ‘het hele toeslagstelsel op de schop moet’.

Het hele kabinet weg, de hele rechtsstaat is gammel, het hele stelsel op de schop, in een democratie is dat codetaal voor ‘niemand is verantwoordelijk want niemand weet wat er mis is’.

Anti-semitisme aan de Leidse universiteit?

Geachte heer Stolker,

Naar aanleiding van het bericht dat de Universiteit Leiden onderzoek gaat doen naar antisemitische onderstromen binnen de universiteit, hetwelk een aanleiding lijkt te hebben in het rumoer rond de heer Baudet, hecht ik eraan in uw richting terug te koppelen.

Ter vooraf: het schijnt mij toe dat er te snel en te veel met pejoratieve ‘ísmes’ wordt gestrooid en daar te veel en te langzaam naar wordt gezocht. Te langzaam omdat wie door blijft zoeken, kan en zal vinden. Vanuit cinematografisch perspectief: Oliver Twist (1948) van David Lean was in talloze opzichten een hoogstandje, maar wie dat wil, kan betogen dat de vertolking van Fagin door Alec Guiness een antisemitisch randje had, en dan de verguisende lijn terug trekken naar Charles Dickens. En er waren er kennelijk die dat wilden want die lijnen zijn getrokken en dat heeft geresulteerd in een indrukwekkende delta met uitlopers tot in academische proefschriften.

Zo’n delta is er ook rond Gone With The Wind (film 1939, boek 1936) waarin de slavernij in het zuiden verheerlijkt zou zijn geworden, That Touch of Mink (1964) omdat die film niet LGBTQ-proof zou zijn, en Breakfast at Tiffany’s (1961) omdat de karikaturale Japanner die Mickey Rooney daar neerzet natuurlijk niet alleen heus echt, tja, te karikaturaal was, maar vooral ook omdat die Japanner gespeeld werd door een acteur die geen Japanner was. U en ik gaan het misschien nog meemaken dat een of andere intellectueel in een dik boek – waarvan dan een drieregelige samenvatting op het internet gaat rondzoemen – betoogt dat Keetje Tippel (1975) of Klute (1971) verboden moet worden omdat Monique van de Ven en Jane Fonda niet daadwerkelijk heus prostituees waren.

Voor veel mensen – en dat lijken er absoluut en relatief steeds meer te worden – lopen fictie en werkelijkheid zozeer door elkaar dat ze hun tijd verdoen aan het mopperen over misstanden en schokkende ‘ismes’ in boeken en films in plaats van zich druk te maken over misstanden in de werkelijkheid…

Wie zich druk zou willen maken over iets isme-achtigs in ‘platte’ cultuuruitingen, zou zich drukker moeten kunnen maken over isme-achtige teksten in boeken en artikelen die in universiteitsbibliotheken staan. In de afdelingen Rechtsgeleerdheid en Filosofie zijn er nauwelijks teksten te vinden die in alle opzichten vanuit elk perspectief in elk tijdsgewricht politiek correct bevonden zouden worden. Zo schijnt David Hume vrouwen niet serieus genomen te hebben, terwijl Jean-Jacques Rousseau … – nou ja, het werk van die man zowel vanuit linkse als rechtse hoek hetzij op de brandstapel hetzij in een goudgerande vitrine. Wie in het academische nadenkt, begint – zoals veel films en boeken – vanuit zwaar aangezette karikaturen om – zoals in veel films en boeken – uit te komen in een nacht waarin bijna alle koeien bijna grijs zijn.

Ter afronding van het voorafje: zelf behoor ik tot de ‘behavioristische school’ die volhardt in de (waan?)idee dat schelden geen zeer doet, maar klappen wel. Mocht zich de tamelijk onvoorstelbare situatie voordoen dat ik iemand op de muil ram daarbij uit het strottenhoofd klanken persend als ‘jood’, ‘homo’, ‘hetero’, ‘zwartnek’, of ‘dom wijf’, dan zou ik mij neer kunnen leggen bij een veroordeling vanwege mishandeling. Maar als de rechterlijke macht begint te koeren over dat er sprake is van een handeling uit racistisch of seksistisch motief, dan hoop ik dat de rechterlijke rollen relatief lege zijn want dan gaan we daar nog eens een paar jaar over bakkeleien. De rechtsstaat komt geen gezag toe over klanken, tekens of gedachten; die moet zich beperken tot het controleren van lichamelijk gedrag.

Nu die behavioristische kaart op tafel is gelegd, stel ik – ogenschijnlijk desalniettemin – dat de heer Baudet geen fris persoontje is, en dat dat afstraalt op degenen die hem in zijn wandeling door academische gangen niet gestopt hebben. Wie daar een isme-etiket op wil plakken, al dan niet door ‘guilt by association’, is daar natuurlijk vrij in. De onfrisheid van de heer Baudet zit vanuit mijn perspectief evenwel in het feit dat zijn denken niet van voldoende academisch niveau is.

Dat dat niet is opgemerkt toen Baudet door de Leidse universiteitsgangen liep, rechtvaardigt alleszins nader onderzoek.

Erop vertrouwend hiermee relevant aan u teruggekoppeld te hebben,

Met vriendelijke groet,

Dr. W.W.

Some non-conspiratorial feedback from The Netherlands

Dear CNN,

Being a frequent and persistent watcher of CNN – ever since the first bombs on Bagdad – I feel obliged to confide to you that your coverage of that silly and possibly dangerous narcissistic clown at the WH is as silly, possibly dangerous and narcissistic as its object. Like most other media – including the debilitating asocial media – CNN appears to have decided to confine communication to babbling within its own bubble, the coverage of the election of 2020 being a case in point.

A well-intended advice: at the next election CNN should start the coverage only after all the votes and ballots are in and have been counted. That saves a lot of ‘bullshit’.#

With kind regards, Dr WW

# ‘bullshit’ in the senses of Carl T. Bergstrom and Jevin D. West, Calling Bullshit, The art of scepticism in a data-driven world, Allen Lane, 2020.

De oppervlakkigheid van TV-komieken

Lollig, dat Zondag met Lubach van 18 oktober 2020 met grapjes over complotdenkers en mensen die Rutte uitschelden voor “p***fiel” en zo.

Twintig minuten daarover doorrazen is wel wat veel, mede doordat de grappen en grollen steeds over dezelfde tien, twaalf personen gaan. Omdat dat dozijn denkers zelf filmpjes maken van hun scheldpartijen en die filmpjes zelf op YouTube zetten, zou je als toeschouwer kunnen denken dat er in Nederland inderdaad ongeveer twaalf complotuitdiepers zijn. Maar Lubach benadrukt dat die filmpjes door wel 600.000 mensen bekeken worden. En bovendien, aldus Lubach op gezag van enkele krantenkoppen, 1/6 of 1/7 van de Nederlanders gelooft dat farmaceuten virussen verspreiden om medicijnen te kunnen verkopen; en 1/6 of 1/7 van de Nederlanders gelooft dat de elite of de overheid of een van de twee berichtgeving tegenhoudt die de overheid of de elite onwelgevallig is.

Lubach vergat te melden dat 1/6 of 1/7 van de Nederlanders of misschien veel meer of niet veel minder nog in een of meer goden geloven. Ook schijnen er dagelijks 10.000 mensen in Nederland naar het programma Ancient Aliens op History Channel te kijken. Waaronder ikzelf. Het is een fantastisch programma waarin altijd wel twee of drie feitjes zitten die de wetenschap nog niet volledig heeft weten te verklaren. Het is machtig mooi om te zien dat dan ook ongeveer een dozijn auteurs/onderzoekers/archeologen of pseudo-auteurs/pseudo-onderzoekers/pseudo-archeologen uit de twee of drie feitjes weten te deduceren dat de aarde ooit bezocht is door buitenaardse wezens, of nog steeds door buitenaardse wezens bezocht wordt, of – dat is weer een andere variant – dat wij evenals octopussen en die zeedieren die oneindig oud kunnen worden, zelf buitenaardse wezens zijn.

Als Lubach die kijkcijfers zou kennen en zou weten dat ik dat programma volg, zou die vast denken dat ik ook in bezoekingen van buitenaardse wezens geloof…

Welbeschouwd spreekt uit het lollige stukje van Lubach vooral diepe minachting voor complotdenkers en verder voor iedereen die zich niet voegt in de ideeënstroom van de elitaire meerderheid. Die complotdenkers en die andere dwazen dat zijn mensen die slaafs de autoplay-adviezen van YouTube volgen en dan ook nog denken dat ze daarmee serieus onderzoek aan het doen zijn. Verstandige, redelijke mensen zoals Lubach en de leden van zijn schrijversteam doen dat niet. Die laten zich niet door de algoritmes van Google sturen maar gaan zelf op onderzoek uit.

Het roept bij mij herinnering op aan het slot van een cursus over filosofie waarin werd ingegaan op het feit dat mensen zich plegen op te sluiten in bubbles van gelijkdenkenden: “Bubble-gespetter doet zich voor als de een de ander de les gaat lezen, ‘de maat gaat nemen’.” Waarna de cursus werd afgerond met de bijna Kantiaanse imperatief: “Blijf er altijd van uitgaan dat je je kunt vergissen.”

Nu is het programma van Lubach een stukje lokaal vermaak met zeer beperkte maatschappelijke consequenties. Ondanks alle grappen en oproepen van Lubach, bestaat Facebook nog steeds en is Facebook nog steeds groeiende. Dat Google een paar filmpjes van een Nederlandse complotdenker van YouTube heeft gegooid zal ook niet door het programma van Lubach zijn ingegeven. Google was toch al bezig met wat complotdenkers van YouTube te mieteren, waaronder de complotdenker die in het programma van Lubach prominent figureerde, want Google weet inmiddels dat dit soort filmpjes de omzet niet verhoogt.

Ernstiger is dat Lubach een kloon is van Amerikaanse komieken en dat de Amerikaanse komieken bezig zijn met hun grappen en grollen een tijdbom te plaatsen onder althans de Amerikaanse ‘democratie’.

Dat zit zo.

Hoewel president Obama mogelijk een zeer integere persoon was die het beste met de VS voor had en ook niet alleen maar verkeerde dingen heeft gedaan, was zijn presidentschap allerminst een succes. De meeste buitenlandse problemen zijn blijven liggen en de binnenlandse problemen zijn met lapmiddelen als kwantitatieve verruiming afgepoetst of weggetoverd met trucjes om maatregelen door de senaat gewrongen te krijgen terwijl op voorhand vast stond dat een Republikeinse opvolger dat dan weer terug zou gaan draaien. De belangrijkste ‘misser’ van Obama was dat de VS aan het einde van zijn presidentschap niet minder verdeeld was dan aan het begin van zijn presidentschap en dat de rol van huidskleur in die verdeeldheid eerder groter was geworden dan kleiner. Kon Obama weinig aan doen. De VS is nu eenmaal een land waarin 95/100 van de bewoners nog in goden geloven, en waar het bedenken van het woord ‘complotdenken’ niet helpt tegen het complotdenken.

Een wel aan Obama verwijtbare dingetje was dat hij bij een babbeltje voor wat journalisten Donald Trump inwreef dat Obama de president was en Trump niet. Als Obama niet lollig had proberen te zijn, was de wereld het presidentschap van Trump bespaard gebleven. Nu ja, het hielp ook niet dat de democraten in 2016 een kandidaat naar voren schoven die door een deel van de democratische achterban gehaat werd…

De Democraten zijn zeer slechte verliezers gebleken. In plaats van te accepteren dat uit de verkiezingen een president naar voren was gekomen met een sterk-narcistisch maar in theorie goed manipuleerbaar karakter, en dat rare Trump-mannetje een beetje presidentje te laten spelen, zijn ze blijven doorzeuren over de ‘popular vote’, Russische complotten, en het dreigend nepotisme, onderwijl alles wat Trump deed of zei afwijzen en bespotten. Dat is – althans volgens de handboeken – precies wat je niet moet doen bij sterk-narcistische personen want die voelen zich dan gekrenkt en als narcisten zich gekrenkt voelen en dan ook nog in een positie van macht zitten, dan houd je de poppen aan het dansen.

De Amerikaanse komieken – Trevor Noah, Jimmy Kimmel, Stephen Colbert, John Oliver enzovoorts – stookten het vuurtje vrolijk mee op. Sommigen hadden voor 2016 Trump in hun shows ontvangen als aberrante smaakmaker. Vanaf 2016 werd Trump voor hen de vaste ‘prűgelknabe’. Niet alleen over Donald J. zelf, maar ook over zijn zonen, zijn dochters en zijn vrouw werden grapjes gemaakt waarvan de ranzigheid ooit heftige verontwaardiging bij de elite en zichzelf respecterende intellectuelen zou hebben opgeroepen. Nieuwszenders als CNN deden mee in dat spel, zij het dat die de schijn ophielden aan serieuze journalistiek te doen bij het verspreiden van al die triviale anekdotes over Trump. Nadat de pogingen van de Democraten om Trump in de lijnen van de macht te laten struikelen, waren mislukt, gleed het verder af. Inmiddels is het een vaste meme van de ‘Democratische’ media in de V.S. geworden Trump te beschuldigen van de 220.000 (and counting) Amerikaanse doden door COVID-19 en ook van de nadelige effecten van COVID-19 voor de Amerikaanse economie. Alsof Trump de Trolley eigenhandig heeft gesplitst en langs beide sporen slachtoffers heeft laten maken. Wie de data bekijkt, ziet vooral dat het vrij weinig uitmaakt wat regeringsleiders doen of laten: nagenoeg overal waar de westerse democratie scepter zwaait, woedt de pandemie al golvend voort, zowel in de medische als in de economische gevolgen. In tegenstelling tot de meeste andere Westerse regeringsleiders heeft Trump als president van de V.S. weinig te vertellen over wat er in zijn land gebeurt. De V.S. is een federale bondstaat: bijna alles op het gebied van gezondheid en openbare veiligheid, wordt beslist door de staten afzonderlijk. Al had Trump vanaf COVID-19-Dag-Een een mondkapje gedragen, het zou weinig hebben uitgemaakt. Het enige wat Trump in negatieve zin onderscheidt van al die andere regeringsleiders die COVID-19 niet krijgen ingedamd, is dat Trump een spoor van bizarre opmerkingen over COVID-19 in de media heeft achtergelaten. Het is een raar mannetje. Maar dat wisten we dus allemaal al een paar decennia geleden…

Nu zou ook dit – het eindeloos belachelijk maken van een lachwekkend mannetje – onschuldig vermaak kunnen zijn gebleven als de lollige aanrandingen van Trump de toch al diepsnijdende verdeeldheid in de Amerikaanse samenleving niet nog verder zouden hebben verscherpt. Inmiddels hebben zich aan beide zijden van de scheidslijn complotdenkers verzameld die hun aversie en wantrouwen jegens de andere kant met retoriek en zelfs met ‘objectieve’ data hebben onderbouwd, uitgebouwd en ingebouwd. Je mag het niet zeggen of denken, maar je zou bijna hopen dat Trump in november 2020 herkozen wordt, zowel volgens de ‘popular vote’ als volgens de ‘electoral vote’. Joe Biden beschikt vast over het vermogen om binnen de elite in Washington en langs de internationale smeerolie-lijnen iets van de door Trump versterkte spanningen weg te masseren. Het lijkt evenwel illusoir te denken dat hij de verdeeldheid binnen de Amerikaanse bevolking weggepolijst kan krijgen. Daarvoor is die verdeeldheid te diep, terwijl Biden natuurlijk evenmin als Trump oplossingen heeft voor de pandemie of de structurele fouten in het Amerikaanse economisch-monetaire systeem.

Misschien is zo’n malloot als Trump in deze fase de enige die als president de verdeeldheid in de VS kan herstellen doordat op enig moment alle complotdenkers, niet-complotdenkers en niet-denkers zich van zo’n man zullen willen distantiëren.

Ondertussen vergen lolligheden geen diepgang.

Privacy ten einde

De coronacrisis is een uitgelezen kans voor Big data-ondernemingen:

– Je kunt de corona-data mooi visualiseren in ‘corona-dashboard’.

– Je kunt vaccin-algoritmes aan de man brengen.

– Je kunt ministers en Kamerleden warm maken voor ‘corona-apps’.

Neemt natuurlijk niet weg dat:

– De data in de ‘corona-dashboard’ onvolledig en onjuist zijn.

– Vaccin-algoritmes net zo min het succes van resultaten kunnen garanderen als andere algoritmes succes kunnen voor het doel waarvoor die ingezet worden, kunnen garanderen.

– Het ‘corona-virus’ zich niets aantrekt van de illusie van controle die we met ‘corona-apps’ voor onszelf construeren.

Maar mooi dat ministers en politici vanwege de ‘corona-crisis’ bereid zijn om de conclusie van de Article 29 Data protection Working Party (opinion 05/2014) dat data zich niet ‘anonimiseren’ zolang de data bruikbaar zijn, overboord te zetten. Hebben we die privacy-discussie ook eindelijk eens afgesloten.

Dr. W.W.

Kinderopvangtoeslag

Geachte redactie (Trouw),

Het is goed dat ouders van wie de kinderopvangtoeslag ten onrechte is stopgezet en met wie redelijkerwijs een soepele terugbetalingsafspraak had moeten worden gemaakt, nu dan eindelijk een compensatie krijgen. Maar er zit een addertje onder het gras. Als zij de zogenoemde Donner-compensatie bij de aangifte inkomstenbelasting niet hoeven op te geven als bestanddeel van het verzamelinkomen, zal dit voor de meesten geen effect hebben op de toeslagrechten over 2020. Dan is er niets aan de hand.

Echter, voor ouders met kinderen die werkzaam zijn in de onderkant van het loongebouw, kan de Donner-compensatie de toeslagrechten over 2020 aantasten. Als voor 1 januari 2020 een Donner-toeslag van enkele tienduizenden euro’s op de rekening gestort is, kan dit voor sommige ouders het gevolg hebben dat zij niet voldoen aan de vermogenstoets voor de huur- of zorgtoeslag of de toets van het kindgebonden budget. Ouders die daarboven komen, moeten de Belastingdienst verzoeken dit deel van het vermogen niet mee te tellen.

Gegeven zijn de volgende drie feiten. Allereerst de Belastingdienst heeft in 2019 fors op de falie gekregen voor de ongewenste effecten van wet- en regelgeving. Ten tweede handelde de belastingdienst in reactie op een destijds verontwaardigde Tweede Kamer, in de zogenoemde toeslagenfraude. De Tweede Kamer deed een ferme oproep tot strenger controleren. Ten derde is de wijze waarop de belastingdienst strenger ging controleren door de Raad van State in eerste aanleg gebillijkt. De belastingdienst zal daarmee zeer waarschijnlijk de Donner-toeslagen van tienduizenden euro’s meteen honoreren. Immers, zou de Dienst dat niet doen, dan is er straks niemand meer te porren voor de rol van staatssecretaris Financiën ad interim.

Waar lopen we tegen aan in het toeslagenstelsel? Nu de discussie over het ‘Toeslagenstelsel’ op gang aan het komen is, verdient de asymmetrie in het huidige stelsel aandacht. Waar er voor de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget een vermogenstoets is, is die er niet voor de kinderopvangtoeslag. Voor de kinderopvangtoeslag is er evenmin een inkomenstoets. In theorie kan een multimiljonair die samen met de partner een halve dag in de week de boekhouding van zijn consortium bijhoudt, een kinderopvangtoeslag krijgen voor 230 uur per maand per kind.

En als in “Nederland” één ding zeker is, dan is het wel dat, dat wat in theorie kan, in de praktijk voorkomt. De toeslag-ontvangende miljonair krijgt echt geen bezoek van een CAF-ambtenaar. Die houdt zijn urenregistratie zelf bij en daarin staat vast dat hij en zijn partner wel 60 uur per week bezig zijn met het verwerken van de bonnetjes van de zaak.

Historie en wat zijn de contra-effecten van het stelsel? Nederland is geen Zweden! Economisch is de kinderopvang een kunstmatige sector. Zonder de miljardensubsidie die de overheid via de toeslagen aan de sector geeft, zou de sector de concurrentie met de oppas-buurvrouw en de oppas-grootouders niet aan hebben gekund. Dertig jaar geleden, toen Kamerleden terugkwamen van hun studiereis naar Zweden, was er iets voor het systeem van gesubsidieerde kinderopvang te zeggen. Het effect in Zweden was dat de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen door het systeem van kinderopvang was toegenomen, de economie was gegroeid en de arbeidsproductiviteit was gestegen. In Nederland hebben deze effecten zich na dertig jaar crèche-subsidie nog steeds niet voorgedaan. Waardoor we van de kindertoeslag af moeten.

Grosso modo is het effect van de miljardenimpuls in deze sector dat tweeverdieners met een verzamelinkomen van vier keer modaal er een extra vrije dag hebben bijgekregen. De kunstmatigheid van de sector en de onmogelijkheid van effectieve controle trekt fraudeurs aan. Vrouwen in Nederland schijnen nog steeds niet door het glazen plafond heen te kunnen breken. En de bijstandsmoeder die geen baan heeft, geen geregistreerde opleiding volgt, en de huilende kinderen thuis niet meer aankan, moet nog steeds bij de gemeente aankloppen voor een dotatie om de kinderen een dag naar de crèche te kunnen brengen.

Nederland is geen Zweden, en ook geen Finland. Kinderen krijgen is in Nederland al heel lang een keuze. Van wie in een positie van relatieve luxe ervoor kiest kinderen te krijgen, mag tenminste zoveel verantwoordelijkheidsgevoel verwacht worden dat die een jaar of vijf zelf voor de kroost zorgt totdat die andere vorm van gesubsidieerde kinderopvang – die we in Nederland het bekostigd onderwijs noemen – een deel van de zorgtaken overneemt. De overheid moet zich beperken tot het ondersteunen van diegenen die door de zorg voor de kinderen niet volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.

Met vriendelijke groet,

Nederlandse Vereniging voor Creatief Scepticisme, 8 januari 2020

Persoonsgegevens en mensenhandel

Door de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is het aantal personen dat zich beroepsmatig bezig houdt met het beschermen van persoonsgegevens fors gestegen. Naast de 180 functionarissen die werkzaam zijn bij de Autoriteit Persoonsgegevens, zijn er twee keer zo veel academische posten gewijd aan ‘personal data’, heeft elk advocatenkantoor tenminste 1 specialist in ‘privacyrecht’, zijn er tienduizenden functionarissen gegevensbescherming en data officers, en hebben de AVG en ‘Privacy by Design’ tenminste duizend banen opgeleverd in de ICT. De AVG-werkgelegenheid heeft 15.000 structurele banen opgeleverd, en als we alle uren meetellen waarin besturen en raden van toezicht zich over AVG-kwesties buigen, dan tikken we in Nederland vast de 20.000 fte aan.

Daartegenover staat dat het aantal functionarissen dat zich min of meer structureel bezighoudt met het opsporen van mensenhandel, nauwelijks boven het aantal medewerkers van de Autoriteit Persoonsgegevens – ongeveer 180, dus – uitkomt. We hebben weliswaar zoiets als een Autoriteit voor mensenhandel – de Nationaal rapporteur – maar die heeft geen opsporingsbevoegdheid terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens – daargelaten wapengebruik – bijna dezelfde bevoegdheden heeft als de FBI in de Verenigde Staten.

Het numerieke verschil in mankracht en bevoegdheden wordt pregnanter als we rekening houden met de aard van het risico. Niettegenstaande de algemene aanname dat persoonsgegevens bescherming behoeven, is er geen direct verband tussen het verwerken van persoonsgegevens en maatschappelijke risico’s. Het klinkt heftig als “medische gegevens op straat liggen”, maar de maatschappelijke impact daarvan is niet noodzakelijk groter dan het illegaal achterlaten van een plastic tas met huisvuil langs de openbare weg. Met de meeste gegevens die ‘op straat’ liggen, gebeurt niets meer. Als er iets mee gebeurt – identiteitsfraude bijvoorbeeld – dan zijn er andere, meer effectieve maatregelen denkbaar dan het aanstellen van 20.000 ‘persoonsgegevens-bewakers’.

Mensenhandel, daarentegen, heeft een directe impact. Voor de individuen die het betreft en voor de samenleving. Dat iemand in Australie weet dat Sander Dekker websites bezoekt over de Nederlandse politiek, is minder ingrijpender dan dat een meisje van zestien ergens in een schuur in de Noordoostpolder ontkleed wordt afgeranseld voor het geval Sander Dekker of iemand anders in het gebied waarvan hij het recht meent te beschermen, ook eens een meer ranzige website wil bezoeken. Of als een Roemeense familie in een schuur in Noord-Brabant opgesloten zit en alleen wordt uitgelaten als er asperges gestoken moeten worden.

We zijn in Nederland, met die bijna obsessieve aandacht voor ‘persoonsgegevens’, het gevoel voor maatschappelijke proporties kwijt geraakt.

Draghi’s inflatie raadsel

Veel zwaar-bezoldigde economen vragen zich af waar de inflatie blijft. Meneer Draghi, vooruitkijkend naar het aantreden van mevrouw Lagarde, heeft besloten nog gauw even kwantitatief te gaan verruimen, d.w.z. maandelijks tientallen miljarden in het Europese economie ‘te pompen’.

Hoewel het enigma heet te zijn – dat de inflatie ondanks die 300 miljard extra geld maar niet naar die 2% is gegaan – is de verklaring kinderlijk simpel. Draghi heeft dat extra geld niet in de economie gepompt maar in het financiële systeem. De ECB creëert geld om daarmee ‘geld-dingetjes’ te kopen. In de twintiger jaren van de vorige eeuw geldcreatie langs die route tot inflatie. Het geld bleef toen immers niet in het financiële systeem hangen. Ook de relatief rijke bankiers hadden toen nog onbevredigde, basale consumptiebehoeften. Vanuit het financiële stelsel kwam het extra geld snel terecht in de ‘echte’ economie. Soms zo snel dat het hyperinflatie veroorzaakte. In de een-en-twintigste eeuw zijn de basale consumptiebehoeften niet alleen bij de rijke bankiers maar ook bij het grootste deel van de middenklasse afdoende bevredigd. Nog meer hamburgers eten, nog vaker een reisje naar een Egyptische duiklocatie, dat is te veel van het slechte. Als Draghi het geld over zou maken aan onder-modalen en bijstandsgerechtigden, dan zou die gelukzalige 2% inflatie snel gerealiseerd zijn. Maar dat doet-ie dus niet.

Dat de inflatie niet zichtbaar is in de inflatiecijfers, wil niet zeggen dat er geen inflatie is. Soms blijft de inflatie latent. In Nederland, bijvoorbeeld, heeft de kwantitatieve verruiming geleid tot een forse stijging van de prijzen van koopwoningen. De banken hebben potten met geld extra, de rente is dankzij de ECB pieplaag, koopwoningconsumenten kunnen meer lenen tegen lagere kosten, en zo stijgen de huizenprijzen. De NHG speelt het spel mee door de grens voor de hypotheekgarantie periodiek tien- of twintigduizend op te hogen. In 2009, toen iedereen de ‘financiële crisis’ kritisch aan het becommentariëren was, heette zoiets ‘perverse prikkels’. Maar die financiële crisis is voorbij, de banken maken meer winst dan ooit tevoren, en van die crisis is niemand doodgegaan behalve het handjevol stakkers dat zich ergens voor verantwoordelijk achtte en zich een kogel door het hoofd heeft gejaagd, en degenen die niet doodgegaan zijn, zijn althans niet minder gaan consumeren vanwege die ‘crisis’.

Zo is sinds 2009 in Nederland in de prijzen van koopwoningen een latente inflatie van ongeveer 35% opgeslagen. Dat kan, als alles goed blijft gaan. Aan het einde van de looptijd kan er dan immers alsnog gecashed worden, en krijgt de inflatie toch nog een duwtje omhoog. Komt er iets tussen – er zijn nu meer derivaten in omloop dan voor 2008 – dan blijken die huizen veel minder waard dan verwacht en, voor degenen die ‘laat ingestapt zijn’, minder dan ervoor geleend is.

De meeste mensen zijn niet zozeer dom of verdorven. Ze hebben gewoon een verdomd slecht geheugen.

2 MIO vingerafdrukken gehackt

Op 14 augustus 2019 meldden de media dat door het beveiligingsprobleem in het product Biostar van Suprema een miljoen biometrische data gehackt zijn. (BBC over Suprema-hack, Guardian over Suprema Hack). In de meeste media werd het feit dat Suprema vingerafdrukken niet had versleuteld, als oorzaak genoemd.

In de berichtgeving werd meestal aangenomen dat het niet versleutelen van vingerafdrukken een significant risico met zich mee brengt. Dit is echter niet noodzakelijk het geval. Stel dat je een database hebt met uitsluitend vingerafdrukken. Zou je deze database zonder versleuteling op het internet publiceren, dan is daar voor niemand of niets een risico aan verbonden. Iedereen heeft dan een lijst met vingerafdrukken, oké, maar niemand kan uit die lijst afleiden van wie welke vingerafdruk is of waarvoor die vingerafdrukken voor gebruikt kunnen worden: niemand kan er iets mee.

Wil het publiceren van (niet-versleutelde) vingerafdrukken voor iets of iemand een risico opleveren, dan moet er tenminste een aanvullend (niet-versleuteld) stukje informatie in de lijst zitten. Bijvoorbeeld de informatie dat de vingerafdrukken dienen om toegang te krijgen tot het Paleis van Justitie in Amsterdam. Als het Paleis van Justitie zo slecht beveiligd is dat een vingerafdruk genoeg is, zou je een vingerafdruk uit de lijst dan mogelijk kunnen gebruiken om het Paleis van Justitie binnen te lopen.

Sommigen zouden bij dit gebruik spreken van  identiteitsfraude (je zou door het gebruik van een vingerafdruk van een ander de identiteit van die ander aannemen). Dat is niet zorgvuldig. Omdat je niet weet van wie je de identiteit aanneemt, gaat je gedrag niet verder dan  toegangsfraude. De privacy van degene bij wie de vingerafdruk hoort, is niet in geding.

Wil de privacy van de ‘eigenaar’ van de vingerafdruk in geding komen, dan moet de database naast de (niet-versleutelde) vingerafdruk nog tenminste een andere (niet-versleutelde) identificator bevatten, zoals de naam van de betrokkene of diens BSN of werknemer-nummer, en moet degene die de database raadpleegt het verband kunnen leggen tussen de verschillende (niet-versleutelde) gegevenselementen.

Uit de berichten in de media werd meestal niet duidelijk of mensen die de database zouden hebben geraadpleegd een zodanig verband zouden hebben kunnen leggen tussen niet-versleutelde gegevens dat daardoor daadwerkelijk een risico voor de beveiliging of voor de privacy was gecreëerd. Voor wie wil nagaan of niet-versleuteling daadwerkelijk risico’s heeft opgeleverd, moet de blog raadplegen waarop de hack is gemeld. (Blog vpnMentor) Daaruit blijkt dat er inderdaad een risico voor beveiliging en privacy is geweest. Vingerafdrukken speelden daarbij een rol maar een relatief ondergeschikte.

Voor de technici: als een database is opgebouwd volgens de principes van de Lambda Architecture is versleuteling van informatieve gegevenselementen overbodig. Het is afdoende als de verbindingsbruggen tussen de atomaire informatie in de database adequaat versleuteld zijn.

De semi-autonomie van Hong Kong

In de Sino-British Joint Declaration van 1984 wordt duidelijk dat deze tot stand is gekomen door onderhandelingen tussen China onder leiding van Deng Xiaoping en Engeland onder leiding van Margaret Thatcher.

Het verdrag ziet op twee tijdvakken:

  • De periode tot het einde van de ‘pachtperiode’ in 1997, met bepalingen over de transitieperiode.
  • De periode tot 2047, met daarin garanties voor de speciale status van Hongkong en het behoud van de havenfunctie, de economische vrijheid, en de politieke, min of meer democratische structuur.

De verklaring is ingeschreven bij de Verenigde Naties. Vanuit Brits perspectief – en het perspectief van Engelstalige bronnen op het internet – is het daarmee een verdrag naar internationaal recht waarvan de inhoud afdwingbaar zou zijn door VN. Deze ‘afdwingbaarheid’ houdt in dat Engeland en China eventuele geschillen over de naleving van de verklaring kunnen voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag (Vredespaleis).

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag is meer dan een louter symbolisch hof. De autoriteit van het IG wordt door de lidstaten van de VN erkend, en landen leggen geschillen voor in de hoop gelijk te krijgen (momenteel lopen er 16 zaken). Echter, het gaat daarbij niet om grote territoriale conflicten terwijl sommige zaken op voorhand beslecht zijn door de ongelijkheid tussen de betrokken landen (zie het geschil tussen de Palestijnse staat en de VS over de vestiging van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem). Of een geschil tussen Engeland en China daadwerkelijk voorgelegd wordt bij het IG, het IG Engeland gelijk zou geven, en China zich feitelijk daarbij neer zou leggen, mag betwijfeld worden.

De bepalingen in de Verklaring zijn minder helder dan het schijnt. Met name voor de bepalingen over de politieke, democratische structuur van Hongkong geldt dat niemand op basis van de Verklaring zou kunnen vertellen hoe die er zou moeten uitzien. Feit is dat Hongkong voor 1997 natuurlijk niet echt ‘democratisch’ bestuurd werd: het was onderdeel van het Britse rijk met een gouverneur die niet zozeer ondergeschikt was aan de bevolking van Hongkong als wel aan de regering in London. In de periode 1994-1997 zijn onder Brits gezag ‘democratische hervormingen’ ingezet, maar die hadden in 1997 nog niet geleid tot een democratie naar westers model. Dat de politieke organisatie van Hongkong tot 2047 niet dezelfde zou kunnen gaan blijven als de ‘eindstand’ van 1997 stond op voorhand vast. Gegeven dat de politieke organisatie zou gaan veranderen – wat feitelijk ook gebeurd is –, zou niet vastgesteld kunnen worden of deze veranderingen veroorzaakt werden door handelingen van China die indruisen tegen de bepalingen van de Verklaring.

Het min of meer officiële standpunt van China over de status van de Verklaring is de volgende:

  • De verklaring is tot stand gekomen uit de noodzaak een einde te maken aan een situatie die in de 19de eeuw ontstaan is doordat China en Groot-Brittannië in die fase niet gelijkwaardig waren c.q. doordat China in die fase niet door GB als een gelijkwaardige natie is bejegend. D.w.z. er moest een einde komen aan een historisch onrechtvaardige situatie welk einde niet anders bereikt kon worden dan doordat de betrokken landen deden alsof deze situatie ooit tussen gelijkwaardige naties overeen was gekomen en nu dan tussen gelijkwaardige naties moest worden beeindigd.
  • De bepalingen in de Verklaring hebben alleen gelding voor het eerste tijdvak, de periode tot de overgang van Hongkong naar China in 1997.
  • De bepalingen in de Verklaring over de periode 2047 zijn door China pragmatisch vastgesteld om een einde te kunnen maken aan de historisch onrechtvaardige situatie en zijn niet bindend voor China.

Dit standpunt is verschillende malen door Chinese vertegenwoordigers verwoord en speelde ook een rol doorheen de onderhandelingen in 1984 (en in het naspel tot de ratificatie in China in 1989). De Chinese onderhandelaars, en partijleider Deng, lieten er geen twijfel over bestaan dat Hongkong deel uitmaakte van China, dat China de jure soeveriniteit had over Hongkong en dat de onderhandelingen enkel gericht waren op een vreedzame overdracht, d.w.z. een vreedzame terugtrekking van de voorheen imperialistische grootmacht Groot-Brittannië. Als een Chinese onderhandelaar of woordvoerder een uitspraak had gedaan die suggereerden dan China concessies moest doen, floot Deng de betrokkene publiekelijk terug: de onderhandelingen werden gevoerd om een vreedzaam einde te maken aan een onrechtvaardigheid die door militair geweld tot stand was gekomen en die 140 jaar geduurd had. Punt.

Tegen deze achtergrond kan er geen twijfel over bestaan dat de Verklaring voor wat betreft de periode na 1997 een symbolisch karakter heeft. China heeft toezeggingen gedaan maar heeft zich daarbij het recht voorbehouden van die toezeggingen af te wijken. Dat China de toezeggingen tot dusver min of meer is nagekomen (niet iedereen is het daarover eens) moet verklaard worden vanuit politiek-economische opportuniteiten. De ‘kapitalistische’ economie van Hongkong waren en zijn vooralsnog nuttig voor de economische omvorming binnen China zelf; de wens van ‘westerse’ landen dat China de toezeggingen nakomt, zijn voor China nuttig. Ook nuttig is het blokkeren van de toetreding van Taiwan als zelfstandig land tot de Verenigde Naties. In Taiwan heeft China geen legers gestationeerd; in Hongkong wel. De ‘westerse’ landen weten dat als ze Taiwan als een apart land gaan bejegenen, China in een paar uur een einde kan maken aan de autonomie van Hongkong. Dat politiek drukmiddel werkt in twee richtingen: als China een einde maakt aan de autonomie van Hongkong, dan hebben de ‘westerse’ landen 1 reden minder om Taiwan niet te erkennen als zelfstandig land.

Hieruit volgt dat als en zodra de kwestie Taiwan definitief is opgelost, China de semi-autonomie van Hongkong enkel nog om economisch-pragmatische redenen zal handhaven. Die economisch-pragmatische redenen kunnen doorslaggevend zijn: het is in theorie mogelijk dat China voor of na 2047 geen reden heeft iets aan de status van Hongkong te veranderen, ongeacht of de kwestie Taiwan tot een einde is gebracht. Echter, de huidige Chinese leider heeft ingezet op een traject waarbij China tussen 2030 en 2035 de VS als economische en politieke wereldmacht voorbij zal zijn gestreefd. Virtueel is dit doel mogelijk al bereikt (afhankelijk van hoe je het telt zijn de VS allang bankroet; de staatsschuld van China is relatief tot het BNP marginaal) maar het duurt even totdat dat kwartje bij alle westerse media gevallen is, en China heeft geen haast met die boodschap: hoe langer het westerse kapitalisme zich superieur voelt ten opzichte van het ‘niet-kapitalistische’ Chinese systeem, hoe langer China de gelegenheid heeft een oplossing te vinden voor de vergrijzing.

De Functionaris gegevens-bescherming

KAN EEN ONDERNEMER DE FG ZIJN VAN DE EIGEN ONDERNEMING?

De AVG heeft een nieuwe markt gecreëerd. Die van Functionarissen Gegevensbescherming. Die taken van de FG mogen door een eigen werknemer worden uitgevoerd. Veel organisaties besteden het echter uit. Vaak wordt de taak van de FG dan neergelegd bij een bedrijf waar men toch al zaken mee deed. De externe boekhouder die wordt tevens FG. Er zijn ook bedrijven bijgekomen die gespecialiseerd zijn in het leveren van de FG’s. Rond het fenomeen FG zijn er ook cursussen en opleidingen opgezet. Als de taken van de FG voor de invoering van de AVG niet werden uitgevoerd, moet de AVG langs deze weg een flinke stimulans zijn geweest voor het Bruto Nationaal Product. Een FG, die kost minstens 600 euro per jaar. Er zijn ongeveer 1,5 miljoen bedrijven in Nederland. Tel daarbij op overheidsinstanties, publieke en semipublieke organisaties zonder winstoogmerk, andere stichtingen en verenigingen, dan tikken we de twee miljoen aan. Als al die organisaties een FG hebben, dan heeft de FG-markt een omvang van 1,2 miljard euro. Dat is slechts 0,16% van het BNP, maar dat is toch al bijna 1/3 van de subsidie die jaarlijks uit de overheidskas naar de kinderopvang stroomt.

Nu zult u denken: “Maar toch niet elke organisatie heeft een FG nodig!” Als u dat denkt, en als u denkt dat voor uw organisatie geldt dat een FG niet verplicht is, dan heb ik slecht nieuws voor u. Artikel 37 van de AVG omschrijft in welke gevallen een FG verplicht is. Zoals elders in de AVG is de formulering in artikel 37 oprekbaar. Er wordt gesproken over “regelmatige en stelselmatige observatie op grote schaal” en “grootschalige verwerking”. In overweging 91 wordt een toelichting daarbij gegeven. Daarbij wordt een aantal beroepsgroepen zelfs expliciet uitgesloten van de verplichting een FG aan te stellen. Artsen, zorgprofessionals, advocaten, die zouden er geen FG bij hoeven te halen. Maar deze overweging moet in kennelijke staat zijn opgesteld. Artsen, zorgprofessionals, advocaten, die leggen nu juist persoonsgegevens vast waarover iedereen zich zo druk maakt. Medische informatie, informatie over seksuele voorkeuren, strafrechtelijke informatie. Bovendien geldt voor dit soort professionals dat die meestal regionaal werken. Daardoor worden niet-grootschalige gegevens als vanzelf grootschalig. De registratie van medische informatie door een huisarts is grootschalig relatief tot de wijk of gemeente waarin de arts actief is.

Het gaat nog even duren maar als alle AVG-deskundigen en –autoriteiten de AVG helemaal hebben doorgekauwd, zal het besef doordringen dat de AVG aan elke organisatie het aanstellen van een FG voorschrijft.

Tot zover het slechte nieuws. Nu dan het goede nieuws. Voor zelfstandige ondernemers, daaronder begrepen zelfstandige artsen, zorgprofessionals en advocaten, is het niet nodig alsnog personeel in te huren om iemand te kunnen aanstellen als FG of een externe FG in te huren. Een zelfstandig ondernemer kan zelf de rol van FG op zich nemen.

Ho, wacht”, zult u nu denken,” er staat toch in de AVG dat dat niet mag, dat de FG nietiemand mag zijn met een hoge functie in het management!” Maar dat staat niet in de AVG. Er staat in de AVG dat de FG een personeelslid kan zijn of een externe dienstverlener (artikel 37, lid 6). Die bepaling staat er om expliciet te maken dat de FG niet per se een eigen personeelslid hoeft te zijn. De bepaling sluit niet uit dat de ondernemer zelf de FG is. In artikel 38, lid 3 en overweging 97 wordt benadrukt dat de FG onafhankelijk moet kunnen opereren, en niet mag worden ontslagen vanwege de wijze waarop die uitvoering geeft aan de taken van FG.# Een zelfstandig ondernemer kan zichzelf echter niet ontslaan en kan vanwege de rechtsvorm van een zelfstandige onderneming per definitie onafhankelijk opereren. In de overwegingen rond de AVG en de richtlijnen die Werkgroep 29 heeft opgesteld, wordt benadrukt dat de FG geen functie mag hebben die zou kunnen leiden tot belangenverstrengeling tussen die functie en de functie van FG. Bij het combineren van de functie van zelfstandig ondernemer en die van FG kan er echter redelijkerwijs geen belangenverstrengeling zijn. Als de ondernemer als zelfstandig ondernemer een keuze zou maken die hij als FG niet zou mogen maken dan zou de ondernemer het belang van zijn bedrijf schaden. Een ondernemer zal echter niets doen waardoor het belang van zijn bedrijf geschaad wordt. Derhalve zal een ondernemer geen keuzes maken die in strijd zijn met de keuzes die de FG zou moeten maken.

Een zelfstandig ondernemer – en een zelfstandige arts, zorgprofessional, advocaat, journalist enz. – kan zich dus bij de Autoriteit Persoonsgegevens melden als FG van de eigen onderneming. De enige extra handeling die daarvoor nodig is, is dat de ondernemer een e-mailaccount aanmaakt dat specifiek bedoeld is voor wie contact met hem wil opnemen in de rol van FG. Bijvoorbeeld FG@<bedrijfsURL>. Dat moet omdat het formulier van de Autoriteit Persoonsgegevens het niet toestaat dat het email-adres van de FG hetzelfde is als dat van de verwerkingsverantwoordelijke.

Jeannette Verhaene

Mr. drs. J. Verhaene is adviseur (m/v) van onafhankelijke Autoriteit Persoonsgegevens binnen de EU. Bijdragen voor de NVCS schrijft zij als onafhankelijk deskundige, op persoonlijke titel.

Is een IP een persoonsgegeven?

IS EEN IP-ADRES EEN PERSOONSGEGEVEN?

Sinds het arrest van het Europese Hof van Justitie ECLI:EU:C:2016:779 van 19 oktober 2016 in zaak C-582/14, wordt allerwege aangenomen dat een IP-adres een persoonsgegeven is in de zin van de privacywetgeving. In dit artikel gaan we vaststellen dat deze aanname onjuist is.

Het arrest
In het arrest wordt het volgende voor recht verklaard:
“Artikel 2, onder a), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, moet aldus worden uitgelegd dat een dynamisch internetprotocoladres dat door een aanbieder van onlinemediadiensten wordt geregistreerd telkens als een persoon een website bezoekt die door deze aanbieder toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek, ten aanzien van die aanbieder een persoonsgegeven in de zin van voormelde bepaling vormt, wanneer hij beschikt over wettige middelen waarmee hij de betrokken persoon kan identificeren aan de hand van extra informatie die bij de internetprovider van deze persoon berust.”
Hier lijkt te staan dat IP-adressen als persoonsgegevens aangemerkt moeten worden, ook als het gaat om eenmalig door de provider toegekende, dynamische IP-adressen.

Een wettechnisch bezwaar
Bij de gebruikelijke interpretatie van het arrest kan een wettechnische kanttekening worden geplaatst. Het arrest verwijst naar artikel 2 van richtlijn 95/46/EG. Deze richtlijn op zichzelf heeft nimmer de status van een wet gehad. Bij de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is deze richtlijn bovendien ingetrokken. Overweging 171 van de AVG, artikel 45 lid 9, artikel 46 lid 5 en artikel 94 lid 2 hebben het oogmerk continuïteit te realiseren tussen besluiten die onder de richtlijn zijn genomen en de AVG. Het gaat daarbij evenwel om besluiten van de commissie en van toezichthouders. Arresten van het Europese Hof van Justitie vallen er niet onder. Wat het arrest van 19 oktober 2016 ook voor recht moge hebben verklaard, het kader waarbinnen dat is gebeurd, is verdwenen. Totdat er door het Europese Hof of

2 door nationale rechtbanken een nieuwe uitspraak ligt met de strekking van het arrest, is de status van IP-adressen binnen de context van de AVG onbepaald. Vooralsnog zijn er door Nederlandse rechtbanken geen uitspraken gedaan die aanhaken bij wat in het arrest voor recht werd verklaard.
Anderzijds mag worden aangenomen dat in het geval het Europese Hof uitgenodigd zou worden dezelfde zaak te behandelen in het kader van de AVG, dat een nagenoeg gelijkluidend arrest op zou leveren. We zullen verderop zien waarom dat zo is. Omdat de bepalingen in de richtlijn en de AVG op de hier relevante punten overeenkomen, zullen we in de rest van dit artikel doen alsof het arrest in de context van de AVG is opgesteld.
Spanning tussen het arrest en de AVG
In het arrest wordt gesproken over wettige middelen. Dit aspect ontbreekt in de relevante passage van de AVG. In overweging 26 wordt gesproken over middelen waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat zij worden gebruikt. De AVG stelt niet dat het moet gaan om wettig toegestane middelen. Het arrest is dus specifieker dan de richtlijn en de AVG en lijkt daarmee de mogelijkheid open te houden dat indien IP-adressen enkel met geroofde informatie kunnen worden herleid tot natuurlijke personen, IP-adressen niet als persoonsgegevens aangemerkt zouden moeten worden.
Anderzijds mag worden aangenomen dat het Hof niet beoogde onwettige middelen uit te sluiten. Het Hof zal de wettigheid van de middelen enkel benadrukt hebben omdat het een zaak betrof waarbij een overheid een van de partijen was, en het niet redelijk is te verwachten dat een overheid onwettige middelen in zal zetten.

De paradox van de tautologie
Relevanter dan de bovenstaande kanttekeningen is dat het arrest niets toevoegt aan het recht. Het arrest verklaart voor recht dat een IP-adres enkel als persoonsgegeven geldt als er middelen zijn waarmee het IP-adres herleid kan worden tot een natuurlijke persoon. In de richtlijn en in de AVG staat dat informatie per se een persoonsgegeven is als er middelen zijn waarmee de informatie herleid kan worden tot een natuurlijke persoon. De verklaring voor recht in het arrest is dus logisch zwakker dan de bepaling in de AVG.
De paradox dat een tautologische passage in een arrest de aandacht heeft getrokken, behoeft verklaring. De verklaring is dat het arrest verkeerd is uitgelegd. Er is in gelezen dat IP-adressen persoonsgegevens zijn, terwijl er niet meer stond dan dat IP-adressen persoonsgegevens zijn mits voldaan is aan de 3
voorwaarden waaraan voldaan moet zijn wil informatie als persoonsgegevens gelden.

Corrigeren we voor de verkeerde uitleg van het arrest, dan verdwijnt de paradox. Een rechtbank of een Hof van Justitie kan bij het interpreteren van de wet in het algemeen niet verder kan gaan dan het uitschrijven van wat reeds in de wet stond. In het specifieke geval van persoonsgegevens zal een rechter ook niet verder willen gaan. Of informatie herleidbaar is tot natuurlijke personen, is een vraagstuk dat aangepakt moet worden met empirisch onderzoek aangevuld met informatietheoretische analyse. Rechters zijn niet geschoold in informatietheoretische analyse en het uitvoeren van empirisch onderzoek behoort niet tot de kernactiviteiten van de rechterlijke macht. Een rechter die op dit vraagstuk een ongeclausuleerd antwoord geeft, zou ver buiten de bevoegdheid treden die aan de rechterlijke macht is toegewezen. De rechters die het arrest opgesteld hebben, hebben dat niet gedaan. Zij hebben zich keurig gehouden aan de bevoegdheid van rechters en niet meer gedaan dan het uitschrijven van een geclausuleerde, tautologische vaststelling.

Relativering van het oordeel over IP-adressen als categorie
Bij het opstellen van het arrest meende het Hof dat voldaan was aan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden willen IP-adressen als persoonsgegevens gelden. Het Hof was ervan overtuigd dat internetproviders bijhouden aan wie op welk moment welke dynamische IP-adressen worden toegekend. Derhalve koos het Hof voor een formulering die IP-adressen als categorie leek aan te merken als persoonsgegevens.
Nemen we in acht dat de ogenschijnlijke stelligheid van het Hof is ingegeven door de overtuiging dat alle internetproviders doen wat ze geacht worden te doen, dan moeten we concluderen dat het Hof geen uitspraak over alle IP-adressen kan hebben gedaan. Het is niet alleen zeer wel denkbaar dat internetproviders niet vastleggen aan wie op welk moment welk dynamisch IP-adres wordt toegekend, maar na het verstrijken van de relevante bewaartermijn zou deze informatie niet meer bij internetproviders beschikbaar mogen zijn. Dit impliceert dat dynamische IP-adressen met het verstrijken van de tijd de status van persoonsgegevens verliezen terwijl ze bij nalatige internetproviders die status nooit gehad hebben.
Ook als het arrest van het Hof verder zou gaan dan een tautologie, zou de vaststelling van het Hof IP-adressen als categorie niet kunnen raken. De vaststelling van het Hof heeft enkel betrekking op IP-adressen waarvoor daadwerkelijk voldaan is aan de voorwaarde dat die met de informatie van internetproviders herleid kunnen worden tot natuurlijke personen, en enkel
4
voor zolang die informatie ergens met middelen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat ze gebruikt worden, beschikbaar is.

Veralgemenisering van de bevindingen
Het is gebruikelijk om de notie persoonsgegevens te verduidelijken door het benoemen van categorieën gegevens die als persoonsgegevens zouden gelden. Namen, adressen, telefoonnummers, doorgaans wordt aangenomen dat deze gegevens categoriaal aangemerkt kunnen worden als persoonsgegevens. Wat voor IP-adressen geldt, geldt evenwel voor alle categorieën gegevens. Of een naam in de zin van de AVG als een persoonsgegeven aangemerkt moet worden, is afhankelijk van de herleidbaarheid van de naam tot een natuurlijke persoon. Als 99,99 % van de wereldbevolking bij de geboorte de naam ‘Jantje Smit’ zou hebben meegekregen terwijl slechts één persoon de naam ‘Thieu Kuijs’ heeft gekregen, dan is de naam ‘Jantje Smit’ praktisch niet herleidbaar tot een natuurlijke persoon, en kan deze naam niet aangemerkt worden als een persoonsgegeven in de zin van de AVG, terwijl de naam ‘Thieu Kuijs’ wel als een persoonsgegeven zou gelden.

Het benoemen van categorieën persoonsgegevens is enkel redelijk als het gaat om categorieën waarbij institutioneel de uniciteit van de verwijzing is afgedwongen. In die gevallen kan in redelijkheid aan de rechterlijke macht de bevoegdheid worden toegekend te oordelen over de vraag of iets wel of niet een persoonsgegeven is.

Vught 30 april 2019
Dr. W.W
Samarstraat 7
5262 ZL VUGHT

Brief aan de Autoriteit Persoonsgegevens

Vught, 26 juni 2019

Autoriteit Persoonsgegevens
t.a.v. dhr. mr. A. Wolfsen, bestuursvoorzitter
Postbus 93374
2509 AJ DEN HAAG

Betreft: ons schrijven d.d. 20 mei 2019

Geachte heer Wolfsen,
20 mei 2019 heeft de Nederlandse Vereniging voor Creatief Scepticisme u een brief gezonden waarin u bent geattendeerd op ‘weeffouten’ in de Algemene Verordening Gegevensbescherming, en de niet benijdenswaardige positie waarin u als toezichthouder door deze weeffouten gebracht bent.
Op dit schrijven heeft de NVCS vooralsnog een inhoudelijke reactie noch een ontvangstbevestiging mogen ontvangen.
Kort na verzending van ons schrijven bleek uit de brief die minister Dekker op 7 juni 2019 aan de Tweede kamer heeft gezonden ter zake horizontale privacy dat de minister in de EU gaat pleiten voor een aanscherping van de AVG, en dan met name de bepalingen die in de AVG staan over ‘profiling’. Omdat de AVG eigenlijk geen bepalingen over ‘profiling’ bevat, althans niet over ‘profiling’ in de technische betekenis van dat woord, wil de minister een nieuw element aan de AVG toevoegen. De Nederlandse overheid, met de Autoriteit Persoonsgegevens als onafhankelijk toezichthouder op de achterhand, wil zich met instemming van de EU bevoegdheden toekennen tot het beoordelen van de inhoud van data en de structuur van algoritmes. Dit gaat verder dan enige aspect van de huidige AVG vermits deze zich uitsluitend richtte op formele, protocollaire aspecten van dataverwerking.
Deze tendens in de richting van datapaternalisme druist in tegen de principes van een vrije samenleving en van de rechtstaat. Als de Nederlandse overheid zichzelf inhoudelijke regels wil opleggen bij het verzamelen en verwerken van informatie, dan is dat weliswaar vaak nogal idioot want profiling – volautomatisch, semiautomatisch of met handmatige steun – is een prima hulpmiddel bij het aanpakken van fiscale fraude en het bestrijden van andere vormen van criminaliteit, maar een overheid kan zichzelf de plicht opleggen zich te gedragen als een idioot. Gaat de overheid van vrije burgers, organisaties en bedrijven vragen om zich als idioten te gedragen, dan wordt de klok evenwel teruggedraaid naar lang voor de Magna Carta. Men mag hopen dat een overheid, die eenmaal inziet dat men ten halve aan het dwalen is geslagen, tijdig op de schreden terugkeert. Mocht de Nederlandse overheid dat niet doen, dan moeten burgers, bedrijven en niet-gouvernementele organisaties de overheid in deze vorm van staatscensuur dwarsbomen. Althans, zo schrijven liberale beginselen die op enig moment in de geschiedenis door alle politieke stromingen in de Westerse democratie omarmd werden, voor.
De drogreden die minister Dekker in zijn schrijven aan de Tweede kamer ontvouwde, steunde deels op citaten uit het toezichtkader van de Autoriteit Persoonsgegevens. Derhalve verzoek ik u, in aanvulling op het impliciete verzoek tot een reactie in het schrijven van 20 mei 2019, expliciet om een reactie op het voorstel van de minister voor rechtsbescherming.
Hoewel uw organisatie geacht kan worden te beschikken over voldoende menskracht voor het met onmiddellijke ingang van deze schriftuur, zal ik uw reactie tot 14 juli 2019 afwachten. Mocht u voor deze datum niet hebben gereageerd, dan concludeer ik daaruit dat de Autoriteit Persoonsgegevens niet wenst deel te nemen aan een redelijke analyse van de door wetgeving aan de Autoriteit Persoonsgegevens opgelegde beperkingen en de poging van de minister deze beperking tersluiks te omgaan, en zal de discussie in een ander gremium worden aangegaan.
In afwachting van uw reactie.

Dr. W.W.

Jaarverslag Authoriteit Persoonsgegevens 2019

AVG-CHARADE
Vreugdevol presenteerde de Autoriteit Persoonsgegevens op 4 april 2019 het jaarverslag 2018. De AP riep 2018 uit tot een mijlpaal in de privacybescherming en complimenteerde zichzelf met de uitbreiding van het personeel, het binnenhalen van liefst 11.000 klachten en het uitbrengen van meer dan 80 wetgevingsadviezen. Er zijn ook sancties opgelegd, en dat niet aan de minsten. Uber, de belastingdienst en UWV hebben ervan langs gehad.
De werkelijkheid zich echter anders in elkaar dan het jaarverslag voorspiegelt. De Autoriteit Persoonsgegevens is een lamme organisatie die toeziet op de handhaving van een gammel en inconsistent stukje wetgeving.
De cijfers achter de cijfers
De eerste indruk die de AP wekt, wordt onmiddellijk uitgedeukt door de jaarcijfers. Jaarlijks ontvangt de AP duizenden tips, meldingen en klachten. Dat in 2018 het aantal klachten sterk is toegenomen, komt doordat tips en meldingen door de AVG vaker als klacht worden geadministreerd. Evenals in voorafgaande jaren wordt met de meeste tips c.q. meldingen c.q. klachten niets gedaan. De klachtbehandeling bestaat in de meeste gevallen uit een automatisch aangemaakt ontvangstbericht. De AP heeft sinds 2016 ruimere boetebevoegdheden. In 2018 is er echter welgeteld 1 boete uitgedeeld. Bij andere sancties gaat het om het toezenden van een vermanende brief. Die ene boete is voorts nog niet definitief. De AP is geen rechterlijk orgaan. Wie van de AP een boete krijgt, kan na een AP-interne bezwaarprocedure de kwestie voorleggen aan een rechtbank. De kans is klein dat een boete van de AP in rechte overeind blijft. De ACM (v.h. OPTA) heeft rond het in 2009 ingevoerde ‘spam’-verbod inmiddels liefst 51 boetes opgelegd. Het leeuwendeel daarvan is bij de rechter vernietigd of door de ACM zelf deels ingetrokken. De AP heeft in 2018 de mankracht versterkt met bijna 50% tot 157 volle banen. Dat klinkt indrukwekkend. Het betekent echter dat het aantal onderzoeken dat de AP in een jaar kan uitvoeren, kan stijgen tot misschien wel 25.
De AP probeert in het jaarverslag maatschappelijke relevantie uit te stralen. Het jaarverslag komt evenwel over als een uit wanhoop ingegeven schreeuw om aandacht.
Inconsistente wetgeving
Deze clowneske vertoning valt de AP niet aan te rekenen. De AP moet toezien op de uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze AVG is inconsistent. Wie de wet doorbladert, ziet de term ‘gegevens’ uit de titel vervangen worden door ‘persoonsgegevens’. Wie de wet daadwerkelijk leest, althans tot lid 1 van artikel 4, begrijpt deze verschuiving. De definitie die in de AVG gegeven wordt van ‘persoonsgegevens’ is zo ruim dat daar alle gegevens onder kunnen vallen. De sterrenkaart die de European Space Agency (ESA) in april 2018 op het internet publiceerde, bijvoorbeeld, die kan onder de AVG-definitie van ‘persoonsgegevens’ vallen. Sterker, het laat zich mathematisch bewijzen dat die sterrenkaart daadwerkelijk onder die definitie valt.
Omdat dit niet de plaats is voor mathematische bewijzen, illustreer ik de inconsistentie van de AVG-definitie met meer alledaagse voorbeelden. De AVG veronderstelt dat gegevens die betrekking hebben op een bepaalde persoon onderscheiden kunnen worden van gegevens die betrekking hebben op andere personen of andere zaken. Die veronderstelling is niet vol te houden.
Wie naar de huisarts gaat met klachten, geeft de arts soms informatie over gezinsleden, collega’s en andere derden. Deze informatie is in veel gevallen moeiteloos herleidbaar tot individuen, en valt onbetwijfelbaar onder de AVG-definitie van ‘persoonsgegevens’. Strikt genomen mag de huisarts niets van deze informatie in enigerlei vorm vastleggen zonder toestemming van deze derden. Omdat patiënten het niet waarderen als ze telkens opnieuw hetzelfde verhaal moeten vertellen, houden huisartsen zich daar niet aan. Zoals onderwijsinstellingen zich ook niet houden aan de regel dat ze in het dossier van een leerling geen informatie over de ouders van de leerling mogen vastleggen, en de accountmanager van KPMG noteert wat de naam is van de echtgenote van de contactpersoon van de klant. Het is ook niet mogelijk hier naar de letter van de AVG te handelen want gegevens die betrekking hebben op de ene persoon zich zeer vaak niet los te koppelen van gegevens die betrekking hebben op een andere persoon.
Evenmin kunnen gegevens die betrekking hebben op een persoon losgekoppeld worden van gegevens die betrekking hebben op levenloze objecten. Iedereen kan met de kentekeninformatie die de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) publiceert, nagaan of de dure auto waarin de buurman rondrijdt, een auto van de zaak is, en of de verzekering is betaald. Zo nu en dan geeft het feit dat uit kentekeninformatie over personen afgeleid kunnen worden, aanleiding tot rechtsdisputen. Zoals bij het gebruik van parkeergegevens door de Belastingdienst. In deze disputen moeten rechters de definitie uit de AVG dan nader invullen. Omdat de AVG-definitie gammel is, doen ze dat willekeurig. De ene rechter oordeelt dat een foto van een woning op een bepaald adres ook iets zegt over de bewoners van het huis, de andere rechter vindt van niet.
Dit verklaart de sprong in de terminologie die van de titel naar de tekst gemaakt wordt. De AVG biedt geen heldere definitie van wat persoonsgegevens zijn. De titel drukt uit dat de AVG in principe op elk gegeven betrekking kan hebben.
De AVG en privacy
De AVG is een poging om iets dat we willen beschermen – onze privacy – met regels af te dekken. Dat is een dwaze onderneming. Zoals rechtsgeleerden in de negentiende eeuw al wisten, kan de overheid onze privacy niet beschermen met wetten die specifiek op de privacy gericht zijn. Onze privacy kan alleen indirect beschermd worden, via wetten die een ander object hebben, zoals het portretrecht, het auteursrecht, het medisch tuchtrecht, het contractrecht, en strafrechtelijke bepalingen over stalking en identiteitsfraude. Door een speling van het lot – misschien doordat men 1984 van George Orwell niet verder dan pagina 1 gelezen heeft – is met name in Europa het waanidee ingenesteld geraakt dat de wetgever onze privacy kan beschermen door regels op te stellen voor specifiek persoonsgegevens. Deze symboolwetgeving-vertoning heeft organisaties en bedrijven op kosten gejaagd, en heeft burgers de illusie gegeven dat hun privacy beschermd wordt.
Het is hoog tijd dat de wetgever hier tot inkeer komt en een einde maakt aan deze vertoning.


Dr. W.W.

Kritiek op dagblad trouw haar klimaatmythe bijdrage

Aan: opinie@trouw.nl
Onderwerp: welles of nietes bubbel-vraag

Geachte redactie,

Met belangstelling heb ik het artikel over de zeven klimaatmythes in de Trouw van 9 maart 2019 gelezen.

Al lezend rees bij mij evenwel de vraag wat vanuit het perspectief van de redactie van Trouw het nut of de noodzaak was van het plaatsen van het artikel. Het artikel meldt geen nieuwe feiten. De poging tot demythologisering lijkt gericht op een wetenschapsjournalist van Elsevier en op Thierry-Baudet, maar die kunnen in de klimaatdiscussie bezwaarlijk als serieus te nemen ‘opponenten’ gelden. Er werden in het artikel ook geen mythes ontkracht. De auteur stelde veeleer vast dat de verschillende aspecten van de klimaat’discussie’ vastzitten in een welles-nietes-conversie. Die constatering is juist, maar dezelfde constatering deed dezelfde auteur ook al eens op 21 april 2007, ook in Trouw. Voor zover Trouw sceptici onder de lezers telt, zullen dat vast geen klimaat’sceptici’ zijn. De kans dat een klimaat’scepticus’ door het artikel tot inkeer zal komen, is nog wat kleiner dan de kans dat enig klimaat’scepticus’ het artikel zal lezen.

Is bij de opmaak van deze editie van de Verdieping een vergissing gemaakt, en was het artikel over het ontkrachten van klimaatmythes eigenlijk bedoeld als een aflevering in de reeks “Welkom in Bubbelonië”?