Categoriearchief: Economie

Rente en inflatie 2019

Het schijnt een enigma te zijn: zeer lage rente, kwantitatieve verruiming en toch maar geen inflatie.

Toch is dit fenomeen niet zeer ingewikkeld. Het is ook niet nieuw. De stromen geld die door de lage rente en de kwantitatieve verruiming in de economie ‘gepompt’ worden, stromen langs partijen en consumenten die aan de top van hun investerings- of consumptiepatroon zitten. Europese bedrijven die willen innoveren zoeken kansen in het buitenland; de toch al wat obese consumenten kunnen niet nog meer hamburgers naar binnen duwen, of nog vaker naar CenterParcs gaan. Al dat extra geld wordt door zakelijke beleggers opgeslagen in beleggingspakketten. Hoewel het gerucht hardnekkig is dat aandelenmarkt last hebben van ‘onzekerheden’ in de mondiale politiek, zijn de Brexit en de ‘handelsoorlog’ voor professionele beleggers goudmijntjes. Hoe meer volatiliteit, hoe hoger het rendement op derivaten en termijntransacties. Consumenten die het extra geld niet nodig hebben voor de dagelijkse levensbehoeften, stoppen het extra geld in vastgoed. In Nederland wordt de inflatie die de heer Draghi in de consumenteninflatiecijfers terug zou willen zien, opnieuw opgeslagen in de stijging van de huizenprijzen.

Dat piramidespel kan lang goed gaan. Als het kaartenhuisje in elkaar dreigt te storten, is er bovendien soms een reddende engel. Voor de millenniumwisseling speelden de ICT-hype en de economische hervoring van China die rol. Tien jaar later speelden ze die rol opnieuw, maar het duurde wat langer voordat ze op het toneel konden verschijnen. Volgens het ‘scheepsrecht’ zijn ze bij de volgende ronde uitgespeeld.

Er gloort echter hoop aan de horizon: De duurzaamheidseconomie. We kunnen er de klimaatverdraaiing niet mee terugdraaien, en alle afvalbergen blijven natuurlijk groeien. Maar omdat het effect van klimaatmaatregelen zich sowieso niet laten doorrekenen, kunnen we er een hele tijd geld in pompen, bedrijven draaiende houden, mensen aan het werk houden, en toch vrolijk door-consumeren.

DRIE redenen waarom ondernemers niet duurder zijn.

Zelfstandige ondernemers – tegenwoordig modieus en onzorgvuldig aangeduid met ‘zzp-ers’ – hebben in Nederland weinig reden tot klagen. Bij een winst tussen de 15.000 en de 20.000 euro betalen ze nauwelijks belasting; ondanks al het geklaag over de Nederlandse regelzucht, zijn de wettelijke regels niet knellend; voor zover er regels zijn, is de controle door de belastingdienst en het UWV zo marginaal dat de meeste fictieve dienstverbanden niet opgemerkt worden en het aftrekken van BTW voor privé-uitjes niet afgestraft wordt; en wie van een hobby werk gemaakt heeft, kan die 15.000 tot 20.000 winst binnen harken door minder uren te werken dan voorheen aan de hobby besteed werd. Een een- en kleinverdienende zelfstandig ondernemer die niet zo dom is geweest een te duur koophuis aan te schaffen, kan ondanks die 1.800 euro netto blijven genieten van huurtoeslag terwijl de zorgtoeslag in dat geval ook doorloopt.

Behalve dat sommige ondernemers ten onrechte klagen over de Nederlandse regelzucht, zijn er dan ook nog die mensen die, hoewel zij zelf qua aard en denkkracht niet los kunnen komen van hetidee van “werknemerschap”, menen zij dat zelfstandig ondernemers vreselijke risico’s lopen. Want zij hebben: geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, geen werkloosheidsuitkering en geen tweede pensioenpijler. Maar een zelfstandig ondernemer die winstkrachttechnisch in de BV-regiones zit, hoeft zich over deze risico’s geen zorgen te maken want die heeft twee of drie ton reserve in zijn pensioen-BV zitten, terwijl de kleinverdienende zelfstandig ondernemer zich niet de luxe kan permitteren zich hierover zorgen te maken, want als die ziek wordt, heeft die zorgen genoeg over het feit dat-ie als-ie straks beter mocht worden, sowieso geen klanten meer heeft.

Zo nu en dan rekent het CBS of het CPB uit dat al die zelfstandig ondernemers de staatskas en daarmee de samenleving onevenredig veel geld kosten vergeleken met ‘gewone’ werknemers. Maar dat is drie-dubbele onzin. Ten eerste zijn er niet ‘meer redenen’ om een zelfstandig ondernemer te vergelijken met een ‘gewone’ werknemer in plaats van die te vergelijken met een ‘gewone’ werkgever. Ten tweede zou iemand die is aangenomen door het CBS of het CPB moeten weten dat het macro-economisch niets uitmaakt of geld gealloceerd wordt via het zelfstandig werknemerschap, via het werknemerschap, of via de winsten van ‘echte’ bedrijven. Ten derde wijst een eenvoudige micro-economische analyse uit dat als we van alle kleinverdienende zelfstandige ondernemers kleinverdienende werknemers zouden willen maken, een groot deel daarvan geen kleine baan zou kunnen vinden en in de bijstand terecht zou komen. Maatschappelijk is het zelfstandig ondernemerschap – of het zzp-schap – een zegen voor een economie als die van Nederland. De Nederlandse economie die – nu de glorie van de financiële sector, net zo vergaand lijkt te zijn, als die van de mijnbouw en de landbouw – zoekende is naar een effectief economisch allocatiemodel zonder dat vermaledijde basisinkomen in te voeren.

In plaats van de zegeningen van het kleine ondernemerschap te tellen zijn Haagse politici waarvan de enige ervaring met het ondernemerschap is dat zij gemerkt hebben dat zij wel 1.200 euro kunnen vragen voor een lezing van drie kwartier die via de Speakers Academy ingeboekt is, getroebleerd geraakt door het feit dat inmiddels 1,2 miljoen zelfstandig ondernemers zich nagenoeg geheel heeft weten te onttrekken aan het fraudegevoelige – en ook zonder fraude – onbetaalbare sociale zekerheidsstelsel waarmee de verschillende belangengroeperingen hun respectievelijke achterbannen tevreden hebben gehouden en zichzelf hebben verrijkt. Zelfs de VVD, die nog steeds beschouwd wordt als een ‘ondernemerspartij’ – zij het uitsluitend door mensen die geen verkiezingsprogramma’s lezen en zelfs de PvdA, die door dezelfde groep nog steeds beschouwd wordt als een partij voor mensen die arbeid verrichten – zijn ‘om’. De VVD is vast om omdat die kleine zelfstandige ondernemers het werk dat gedaan wordt door pseudo-ondernemers met kantoorkosten en andersoortige overhead, veel goedkoper kunnen doen; en de PvdA dan vast omdat die kleine zelfstandige ondernemers het werk dat door de kleine loonslaven gedaan wordt, met minder geklaag en meer plezier doen.

Behalve dat ze maatschappelijk het spoor bijster zijn, kunnen/willen ze in Den Haag ook niet rekenen.

Neem het verlagen van de ‘zelfstandigenaftrek’ van circa 7.000 euro naar circa 5.000 euro. Het directe nadelige netto-effect voor een kleine zelfstandig ondernemer is natuurlijk geen 2.000 euro maar iets van 670 euro per jaar. Dat is per maand natuurlijk veel meer dan de netto stijging van de woonlasten of de stijging van het BTW-tarief, maar veel kleine zelfstandig ondernemers zouden de bloeding door die aderlating nog wel kunnen stelpen. Het indirecte effect is mogelijk groter. Wie door die administratieve ophoging van het verzamelinkomen net boven de 21.000 euro uitkomt, is de huurtoeslag kwijt en het netto effect daarvan is 1.200 tot 4.000 euro op jaarbasis. Zeer waarschijnlijk wordt door de administratieve ophoging ook nog een plukje zorgtoeslag geraakt. Oftewel: het netto-effect van het verlagen van de zelfstandigenaftrek met 2.000 euro voor een kleine ondernemer, ligt ergens tussen 670 en 6000 euro op jaarbasis.

Een kabinet dat delibereert over het verlagen van de zelfstandigenaftrek haalt daarmee in komkommertijd de voorpagina’s van de krant. Niet gedocumenteerd in de (meeste) kranten is dat het kabinet al eerder voor het belastingjaar 2020 een bruto korting van circa 1.345 euro heeft doorgevoerd voor de kleine zelfstandige ondernemers. Die korting is geïmplementeerd door het afschaffen van de kleine ondernemersregeling. Voorheen, tot en met belastingjaar 2019, konden kleine ondernemers die in een boekjaar per saldo minder dan circa 1.800 euro aan BTW hoefden af te dragen, de afgedragen BTW aan het einde van het boekjaar in de zak steken. Een ondernemer waarvan de winst na deze dotatie rond de 15.000 bleef hangen, hield daar dan circa 1.345 euro netto aan over, iets meer dan 100 euro per maand. In 2020 is de kleine ondernemersregeling afgeschaft. Ondernemers waarvan de omzet in een jaar onder 20.000 euro blijft kunnen ervoor kiezen ontheven te worden van de btw-plicht. De ondernemer hoeft dan geen btw meer te rekenen aan klanten (preciezer, hij mag dat niet meer doen), maar mag btw die hij zelf betaalt niet meer aftrekken. Omdat een ondernemer de BTW die anderen bij hem in rekening brengen, nu moet betalen zonder dat hij die btw terug kan vragen, leveren ondernemers die voorheen voor de kleine ondernemersregeling in aanmerking kwamen, bruto en netto in.#

Dat brengt het netto-effect van het loonslaaf-denken van de Haagse politiek voor kleine ondernemers op 2000 tot 6300 euro op jaarbasis.

En dan wil het kabinet in 2020 via de sociale partners aan zelfstandige ondernemers ook nog eens de verplichting opleggen zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid…$

Van ondernemen hebben ze geen verstand, daar in Den Haag…

# Op de site van de belastingdienst staan rekenvoorbeelden die heten te illustreren dat sommige ondernemers er door de nieuwe regeling op vooruit gaan en anderen er op achteruit gaan. Het is boeiend te zien hoe de Belastingdienst hier met de cijfers jongleert door te veronderstellen dat ondernemers die niet meer BTW-plichtig zijn de netto-prijs van hun diensten en producten blijven ophogen met de BTW die zij niet meer zouden hoeven af te dragen. Voorts heeft de Belastingdienst in de voorbeelden ‘vergeten’ de nieuwe regeling te vergelijken met de oude regeling.

$ Iedereen met een paar werkende hersencellen kan inzien dat dit ballonnetje niet uitvoerbaar is. Maar in de Haagse politiek geldt er geen resultaatsverplichting voor proefballonnetjes, dus na- of voordenken biedt daar geen voordelen.

Het einde van het kapitalisme?

De hypotheekrente bij sommige banken is nu negatief. Wie geld leent, krijgt er dus geld bij. Dat zou socialisten tevreden moeten stemmen want eindelijk is kapitaal niet langer rendabel. Toch wordt de ongelijkheid groter, en zijn er steeds meer mensen die de huur niet meer kunnen betalen. Hoe zit dat?

Volgens de gangbare economische modellen is er een verband tussen (milde) inflatie en economische groei. Sommige economen denken dit verband zelfs in decimalen kunnen uit te drukken. Die zeggen dan zoiets als: “bij een inflatie van 1,8% is er een economische groei van 2%”.

In de gangbare modellen kun je de economie een duwtje geven door, bijvoorbeeld, directe belastingen te zetten in indirecte belastingen. Ruwweg komt dit neer op het verlagen van de belasting op inkomen (inkomstenbelasting) en het verhogen van de belasting op consumptie (omzetbelasting/BTW, assurantiebelasting, accijnzen). Dat idee is vooral bij Tilburgse economen populair. De redenering is als volgt:

Wie een beetje voorzichtig is, zal elke maand iets in de portemonnee over willen houden. Zeg 20 euro. Als je een werknemer door het verlagen van het tarief aan inkomenstenbelasting 100 euro extra in de portemonnee geeft, zal die zich ‘rijk’ voelen, en die extra 100 euro lekker snel uitgeven. 20 euro reserve is immers genoeg. Vanwege die extra ‘koopkracht’ kunnen de prijzen dus een beetje stijgen. Als de prijzen een beetje meer stijgen dan het plukje BTW-verhoging, komt er ergens in de keten een plukje extra winst. Daar kan dan een investering van gedaan worden. Tegen de tijd dat de werknemers door hebben dat hun reele koopkracht door deze truc eigenlijk is gedaald, hebben ze een salarisverhoging gekregen die soms nog wat hoger is dan de inflatie, en is hun koopkracht dus toch nog reeel gestegen.

Enzovoorts, enzovoort, totdat iedereen zich een villa met personeel kan permitteren.

En toen was er, officieel in 2008, dan die financiele crisis. Sindsdien pompen de centrale banken in de V.S. en Europa maandelijks miljarden in de economie om een beetje inflatie te creeren, en verlagen ze de rente eindeloos opdat kapitaal op papier zo weinig waard wordt dat iedereen alles over de balk zou moeten gaan gooien. Dat middel werkt niet. Het werkt zo slecht dat de voorzitters van centrale banken al gaan juichen als ze na een ‘kwantitatieve verruiming’ van 1 biljoen per jaar de inflatie 0,5% bedraagt. Dat die inflatie het gevolg is van een duurder geworden import, moeten ze dan nog wegmoffelen in de bijlagen van hun rapporten.

Waarom werkt die ‘kwantitatieve verruiming’ niet?

De gangbare modellen werken alleen als er aan (tenminste) twee voorwaarden voldaan is. De eerste voorwaarde is dat (bijna) alle consumenten manouvreerruimte hebben. Dat wil zeggen: voordat de inflatie met zo’n truc kunstmatig wordt opgepompt, moeten de (meeste) consumenten elke maand 20 euro of zo overhouden in de portemonnee. De tweede voorwaarde is dat de mensen extraatje dat ze er netto bijkrijgen gaan consumeren. Ze moeten die extra 100 euro niet in een spaarpot gaan stoppen.

Voor de huidige (westerse) economieen geldt dat niet voldaan is aan deze twee voorwaarden. Er is een behoorlijk grote groep consumenten die maandelijks geen rooie cent overhouden maar eigenlijk al jaren verlies draaien. Krijgen die consumenten er wat netto bij, dan gaat dat niet naar extra consumptie maar wordt er afgelost of wordt er juist op tijd een rekening betaald. En dan is er een behoorlijke grote groep consumenten die maandelijks behoorlijk veel overhoudt, maar die reserves al jaren lang niet gebruikt voor extra consumptie. Die sparen dat voor hun pensioen, gebruiken dat geld om schulden van de kinderen af te lossen, of verbrassen het in het buitenland of in een duister circuit waarvan de geldstromen zwart of grijs zijn.

Door de ‘crisis’ van 2008 is iedereen – rijk of arm – zich natuurlijk kapot geschrokken. De armeren konden niet anders dan schrikken. Die kwamen maandelijks al 20 of 100 euro te kort, dus die zouden niets hebben kunnen doen ook al had de ECB maandelijks 20 of 100 euro netto op hun rekening gestort. De rijkeren hadden meer manouvreerruimte. Die konden nog wat extra gaan sparen. En dat hebben ze massaal gedaan. Niet op gewone spaarrekeningen, want de rente op spaarrekeningen is natuurlijk belachelijk laag. Nee, ze hebben hun ‘balanspositie’ verbeterd door te beleggen in aandelen Facebook of AliBaba of huizen op te kopen van de wat minder rijken die hun hypotheek niet meer konden opbrengen. En de tussengroep – van mensen die nog net wat over hadden maar ook niet zoveel dat ze een extraatje meteen zouden gaan uitgeven – die zijn massaal naar de hypotheekadviseur gelopen om hun hypotheek over te sluiten want nu was de rente zo laag dat je ‘een dief van de eigen portemonnee’ zou zijn als je NIET over zou sluiten. Voor de meeste van die oversluiters geldt dat ze de kosten van de boeterente er pas over een jaar of vijftien uit hebben, maar mensen die elke maand wat over hebben hebben nooit veel reden gehad om goed te leren rekenen.

En zo hebben we nog steeds geen inflatie maar zijn de prijzen voor koopwoningen toch weer lekker aan het stijgen. Nog een jaar of vijf, zes zo voortgaan, en kapitaal is weer rendabel geworden.

De pogingen van de centrale banken om de inflatie kunstmatig op te pompen heeft een prijs. Die wordt betaald door degenen waarvan de lonen niet krachtens een CAO voor de inflatie gecorrigeerd worden. Voor deze groep stijgen de prijzen reeel. Van de 100 euro die ze er ‘netto’ bij hebben gekregen, moeten ze op termijn een rekening betalen die 120 euro hoger is dan voorheen. In Nederland zit de reele prijsstijging vooral in de huurprijzen. Het Nederlandse kabinet laat de huren stijgen met percentages boven de inflatie. Soms zegt het kabinet dat dat nodig is om het zgn. ‘scheefwonen’ tegen te gaan. Uit de beleidsnotities spreekt een ander doel: de huren in de sociale sector moeten omhoog op de prijzen van koopwoningen te laten stijgen. Koopwoningen moeten weer een beleggingsobject worden.

Deze strategie is economisch misschien haalbaar. Sociaal is het een riskante aanpak. De groep huishoudens waarvan de inkomens niet gecorrigeerd wordt voor inflatie is in Nederland en andere Europese landen de laatste decennia fors gestegen. Traditioneel hebben werklozen, arbeidsongeschikten en AOW-ers last van dit soort geintjes. Daarnaast geldt het voor zzp-ers, oproepkrachten, ‘zwartwerkers’, en natuurlijk ook voor mensen die op papier niet in Nederland zijn maar hier wel voor 2 euro bruto per uur of zo de pijpen in de havens schoonspuiten. Ruw geschat: ongeveer twee miljoen huishoudens in Nederland zullen, als de inflatie straks daadwerkelijk gaat oplopen, danig in knel komen te zitten.

Dr. W.W.

                </div>

Rekensommen

Uit het onderzoek dat Companen vorig jaar heeft uitgevoerd naar de woonwensen blijkt dat er in Vught een theoretisch tekort is aan huurwoningen van 900. In de discussie rond de Woonvisie wordt dat theoretisch tekort omlaag gecijferd naar 300. Daarna stelt de Woonvisie dat dat tekort zal kunnen worden weggewerkt door de ‘doorstroming’ te bevorderen en het bouwen van 150 woningen in de sociale huursector.

Nederlanders zijn volgens internationale normen nog steeds goed in rekenen. Die fameuze rekenkunst lijkt niet door alle politici beheerst te worden.

Hoe wordt in de Woonvisie een theoretisch tekort van 900 naar 300 gebracht?

Stap 1: kijk of er mensen zijn die qua inkomen in aanmerking zouden komen voor een sociale huurwoning en nu in een koopwoning wonen. In Vught kun je er daarvan volgens Companen 500 vinden. Besluit nu dat die mensen helemaal gelukkig zijn waar ze nu zitten (geen betalingsproblemen hebben met de hypotheek enzovoorts), en trek dat aantal van het theoretisch tekort af: è 900 wordt 400

Stap 2: Neem de Woningwet 2015 ter hand. In zo’n wettekst staan allerlei ingewikkelde passages die dus ook door bijna niemand worden gelezen. Je kunt zo’n wettekst dan dus ook vrijelijk interpreteren zonder dat iemand er iets van gaat zeggen. Zo staat er in de Woningwet 2015 een passage over dat woningcorporaties moeten gaan doen aan ‘passend toewijzen’ en in dat kader ten minste 95% van de woningen moeten gaan toewijzen aan bepaalde inkomensgroepen. Die passage – die bedoeld is als prestatiedoel voor woningcorporaties – bouw je dan om tot taakstelling voor gemeentes en daarbij laat je ‘ten minste’ weg. Dan staat er ineens dat de Gemeente bij het organiseren van woningen slechts voor 95% van de doelgroep woningen moet regelen. Omdat er in Vught 1500 mensen zijn die tot de primaire doelgroep behoren, kun je het theoretisch tekort dan nog wat verder omlaag cijferen. In de Woonvisie wordt 95% van 1500 gemakshalve gesteld op 100: è 400 wordt 300.

Het probleem met deze pseudo-rekenarij is niet dat het leidt tot de ‘verkeerde’ uitkomst. Wat hier de ‘goede’ uitkomst is weet niemand. En dat is het probleem met deze pseudo-rekenarij: het suggereert dat we de goede uitkomst te pakken hebben, en dat we daarmee beleid kunnen gaan bakken.

Ooit, heel lang geleden, voor het tijdperk van ‘Big Data’, wisten bestuurders dat je bij het maken van beleid moest denken vanuit onzekerheden. Tegenwoordig vinden bestuurders het fijner om onzekerheden te vervangen door schijn-zekerheden. Liefst onder verwijzing naar rapporten en wetten die onleesbaar genoeg zijn om niet gelezen te worden.

Als er in Vught nu 500 huishoudens met een laag inkomen in een koopwoning zitten, dan kun je er vrij zeker van zijn dat de woonlasten voor een deel daarvan te zwaar zijn of zullen worden. Daarvoor zou je dan in het vaststellen van beleid een marge inbouwen. Die marge zou gebaseerd moeten zijn op een schatting, dus die is niet exact, maar door een schatting te maken roep je jezelf op later na te gaan hoeveel van deze huishoudens nu daadwerkelijk van de koop- naar de huursector is gegaan. Doe je dat, dan kun je je oorspronkelijke schatting later bijstellen, omhoog of omlaag.

Schattingen kunnen ook de andere kant op gemaakt worden. Als Companen in 2015 heeft ‘berekend’ dat ongeveer 1.500 gezinnen in Vught een laag inkomen hebben, dan kun je als bestuurders een schatting maken over het aantal huishoudens in deze groep dat binnen enkele jaren een hoger inkomen zal zijn gaan verwerven. Dat kan ook, en die schatting kun je later ook prima monitoren.

Uit de discussie rond de Woonvisie blijkt dat nogal wat politici in Vught er de voorkeur aan geven bij het maken van geen schattingen te maken. Ze hebben geen harde cijfers (die heeft niemand) en werken ook niet schattingen die later verfijnd zouden kunnen worden.

Ze doen maar wat.

Postbodes

In oude Duitse en Franse films waren ze het rustpunt. De postbode die postbezorgend door de wijk liep, iedereen kende, en overal een oogje in het zeil hield. Nederland heeft ze ook gekend. Totdat de postmarkt van ‘Europa’ geprivatiseerd moest worden.

Misschien was dat goed, dat ‘privatiseren’. Omdat alle post zo lang alleen via de PTT had gekund, gaf het in de tachtiger jaren een gevoel van vrijheid dat je gewone brieven ook met de ‘stadspost’ kon doen. Dat was goedkoper, en die post kwam meestal ook wel aan, al was dat misschien niet altijd de volgende dag. Soms moet je de ingeslapen ambtenarij eens een flinke por geven opdat die eens wat efficienter gaat draaien. In de tachtiger jaren moest dat misschien wel bij ‘PTT Post’. Niet omdat ‘Europa’ dat wilde voor het geval de ‘Deutsche Post’ met de PTT zou willen concurreren over het bezorgen van kerstkaarten in Valkenburg, maar gewoon voor ons eigen puur ‘Nederlandse’ belangen.

Het heeft ook wel even gewerkt, dat privatiseer-gedoe. De PTT kreeg gaandeweg heuse concurrenten. Behalve van de stadsposten kwam er ook ‘Send’ of ‘Sandd’, of hoe heet ‘t. De tarieven konden niet zomaar eventjes verdubbeld worden en stegen de eerste jaren na de privatisering ook slechts marginaal. Service was ook een groot goed geworden, dus brievenbussen werden elke dag geleegd, soms zelfs twee keer per dag, en steeds meer post werd de dag na de verzending bezorgd, en dat meestal op een vast tijdstip. Bij de ene was dat om negen uur ’s-Ochtends en de bij de ander om vier uur ’s-Middags maar daar kon je je als burger op instellen.

Maar het werkte dus maar even. Na de eeuwwisseling kwam de klad erin. De omvang van de markt voor gewone brieven nam niet meer toe, de omvang van de markt voor zakelijke brieven kromp met de snelheid van het internet. En, ja gaat dat bij markten die niet goed werken, de service van de vroegere PTT nam af en de prijzen stegen. Het ene postkantoor na het andere werd gesloten, de oude vertrouwde postbodes werden zoveel als mogelijk vervangen door postbezorgers die er ook niet jong meer uit zagen maar dat kwam dan omdat ze geput waren uit de 65-plus-u-mag-onbeperkt-bijverdienen-naast-de-AOW-dus-u-bent-met-bijna-niets-tevreden-nulurencontracten-poel. Brievenbussen werden nog maar een keer per dag geleegd, en wat later nog maar vier keer in de week. Volgens de statistieken werd nog steeds 85% van de post de volgende dag bezorgd, maar in die statistieken werden poststukken die soms pas na tien jaar teruggevonden werden bij een parttime-postbezorger op zolder, niet meegeteld. Er zijn mensen – ik behoor tot die groep – die bij de verzending van kerstkaarten ook een kerstkaart naar zichzelf sturen om het idee te hebben dat die andere kaarten kunnen zijn aangekomen, en wanneer dat ongeveer geweest zou kunnen zijn. Ondertussen heeft de tariefstijging van de brievenpost de inflatie ruimschoots ingehaald. Om die bittere pil enigszins te verzachten hebben ze op de marketingafdeling van PostNL – want die is er nog, al schijnt er in de postmarkt niets meer te verkopen te zijn – bedacht dat doorheen alle tariefsverhogingen op postzegels gewoon een ‘1’ of een ‘2’ blijft staan. En wie rollen van 100 koopt en daar twee jaar mee doet of zo, die kan zich wijsmaken dat die de inflatie te snel af is geweest want die blijft toch maar even mooi nog jarenlang een tarief betalen dat twee jaar terug ook al veel hoger was dan het twintiger jaar geleden kon zijn, toen de post nog geregeld werd door inefficiente, trage ambtenaren.

PostNL, het bedrijf is aan de beurs genoteerd, en er zijn beleggers die daar aandelen van kopen. Hoezo ‘flitshandel’?

Ondertussen zit PostNL nog steeds in de maag met het eigen personeel. Dat personeel is van bode bezorger geworden, en het grootste deel van dat eigen personeel is eigenlijk geen personeel, want dat zijn zzp-ers met een contract dat zelfs een ondernemer die zichzelf niet serieus neemt als een belediging zou ervaren. Maar zelfs nu veel postbezorgers gewoon gratis een wijkje lopen, weet PostNL niet hoe ze het te laat bij het verkeerde adres bezorgen van een velletje papier kostendekkend kunnen maken.

Dus hebben de MBA-ers van de nog steeds overvolle marketingafdeling van PostNL bedacht dat die postbezorgers ook best wel als ‘wijkwachter’ kunnen gaan fungeren. Die kunnen toch mooi een oogje in het zeil houden, een foto maken van een te volle vuilniscontainer, en misschien ook nog even een babbeltje maken met die bejaarde vrouw van 93 op nummer 7, want daar regelde TSN de thuiszorg, en dat half uurtje aanspraak per week is nu dus ook foetsie.

Als neo-liberalen liberalen zouden zijn en hun gepraat over ‘nachtwaker-staat’ serieus zouden nemen, zouden ze onmiddellijk een pact moeten sluiten met iedereen die voor ‘meer staat’ is, en de postmarkt terug nationaliseren. Want daar zou iedereen – links of rechts – het over eens moeten zijn: diensten die noodzakelijk zijn maar waarvoor je geen ‘echte’ functionerende markt voor kunst organiseren, die moeten gewoon weer verzorgd gaan worden door de overheid.

Gooi het oude postkantoor van Vught weer open voordat het gesloopt wordt, en verhuis de ambtenaren van de Gemeente uit dat dure holle gebouw daarnaartoe. Hebben we daar weer gewoon een echte balie waar je behalve postzegels ook identiteitskaarten kunt ophalen enzo.

En laat François de postbode maar weer lekker als ambtenaar door het dorp fietsen!

De kers op het durf-kapitalisme

Ooit, lang lang geleden, maakte een Nederlandse horecafamilie gehakt van wat toen nog geen ‘fastfood’ heette. Terwijl een innovatie-genie als McDonald niet verder kwam dan het een ‘bun’ met biefstuk als beleg, zette de familie Van der Valk door heel Nederland heen motels neer die dan weliswaar oneerbiedig ‘vreetschuren’ werden genoemd, maar die zo vol zaten dat het niet anders kan dan dat bijna iedereen er wel eens gegeten heeft. De rijk gevulde menukaart stelde culinair natuurlijk niets voor, het personeel werd natuurlijk zwaar uitgebuit, en de geldstromen van de restaurants naar messenfabrieken en bouwondernemingen zouden zelfs in het huidige ‘Big Data’-tijdperk onnavolgbaar zijn geweest.  Maar toch, het had wel ‘iets’. Die elk-familielid-krijgt-zijn-eigen-restaurant-waaier. Appelmoes met een kers erop, kon het knusser? Bij McDonalds, waar ze drukte maken als ze bedacht hebben dat je een milkshake kunt aanlengen met wat bananenprut, daar hebben ze nu nog steeds geen appelmoes.

Maar dat is dus lang lang geleden, toen wie in Nederland redelijk en goedkoop buiten huis wilde eten, niet anders kon dan een kersje bij Gerrit gaan prikken. Inmiddels is Nederland volgezet met eetcafe’s, high tea-lunchgelegenheden, tot ontbijtgelegenheden uitgebouwde tankstations, en een paar duizend serieus bedoelde eetschuren waar uitgekeken wordt naar het bezoek van de ‘mystery guest’ van de Michelin-gids, terwijl de friet- en kibbelingkotten ook nog niet zijn verdwenen. De ‘vreetschuren’ van Van der Valk zijn zelfs op zaterdag niet meer vol te krijgen. Toch zijn ze groter en talrijker geworden, en staan ze op de mooiste locaties. Een boswandeling op de Veluwe kan beginnen en eindigen bij een ‘Toekan’, tijdens een sloepvaart door Leiden kun je bij de familie aanleggen, tussen de Limburgse heuvels kun je kiezen tussen een moderne Valk-met-alles-erop-en-eraan en een in oude stijl gerenoveerde burcht. De appelmoes is zonder kers en de porties zijn kleiner. Maar er is nu aioli en tapenade en tussen de bladeren van de rauwkost zit altijd wel iets dat je in de supermarkt nog niet hebt ontdekt. En het is dat je weet dat het de kranen in de toiletruimte niet echt van goud kunnen zijn, anders zou je je in het kantoor van de UWV-directie wanen. De familie Van der Valk heeft, nu je op elke straathoek een “Big Mac met Double Cheese” naar binnen kunt proppen, een hoger marktsegment opgezocht. Die van de zakelijke consument. Die van de verkoper die indruk wil maken op een mogelijke klant door te gaan lunchen in een grote bijna lege zaal met mooi meubilair, met bediening die nu volledig wit wordt uitbetaald en dus langzamer is. “Deze zaal, nee, dit gebouw van veertien verdiepingen met een zwembad op laag dertien, heb ik gans afgehuurd om aan u deze business-propositie te doen.”

Van die twee kopjes espresso die bij zo’n verkooppraatje uitgeschonken moeten worden, kan een hotel-concern niet rondkomen. Daarom wordt elke vestiging van Van der Valk voorzien van een ‘wellness’-centrum. Dat de ‘Toekan’ het imago zou gaan krijgen van een kuuroord is echter niet de bedoeling. Dus een ‘wellness’-centrum met een casino.

Socialisten zijn niet gewoon er zo tegenaan te kijken maar een casino had door socialisten uitgevonden kunnen wezen. Het is een machtig mooie manier om geld te herverdelen en je kunt het kapitaal niet villeiner bespotten dan vier uur achter een fruitautomaat te gaan zitten kijken hoe spoorloos euro’s in die bodemloze put verdwijnen. Voor wie de luxe van deze voorstelling niet aan kan, hebben we het in Nederland zo geregeld dat er in elk gokpaleis een loket is met daarachter een verslavingsdeskundige van Iris-Zorg. En opdat de Belastingdienst niet gaat denken dat er in zo’n kasteel zwart geld wit wordt gewassen, vinden er geen transacties in contanten meer plaats. Intussen hebben de professoren die dertig jaar geleden nog zeurden over dat ‘Golden Ten’ misschien wel of misschien niet een behendigheidsspel was, nu unaniem besloten dat er in de wereld van kansspelen toch heus niets van kennis of kundigheid meespeelt, en heeft de politiek alle vormen van ‘rien ne va plus’ met één simpel wetje kunnen legaliseren.

En nu gaat de familie Van der Valk ook in Vught zo’n bitcoin-gok-prieel neerzetten. Met bingo-avonden nog wel.

Je moet toch wel heel ouderwets socialistisch zijn om de bewoners van Vught en zakenmensen uit Shanghai die kers op het durf-kapitalisme te willen onthouden.