Categoriearchief: COVID-19

Anti-anti-vaxxinisme en anti-semitisme

Bij de universiteit Leiden heeft men vastgesteld dat in de club waarvan de leden van Paul Cliteur promotiebullen uitgereikt krijgen, toch geen sprake is van antisemitisme.

Hoewel de commissie Corstens vast bol heeft gestaan van rechtsgeleerdheid, zal taalkundigheid dunner gezaaid zijn geweest. In de volksmond staat ‘antisemitisme’ gelijk aan ‘jodenhaat’ en discriminatie jegens joden, taalkundig staat het voor ‘haat jegens semitische volken’. Als de commissie Corstens een taalkundige in het midden had gehad, was het onderzoek snel klaar geweest. Tot de semitische volken behoren ook Arabische volken. Dat de promovendiclub van Cliteur – en Cliteur zelf – ‘iets’ tegen Arabische volken hebben, behoeft nauwelijks betoog. Het westers ideologisch-chauvinisme, dat insisteert dat de Verlichting van Hume en Kant de enige verlichting is die de mensheid tot inzichten heeft gebracht, druipt er vanaf.

David Hume en Immanuel Kant zouden er niets van moeten hebben, van die westerse intellectuele eigendunk. Kant – die nog steeds de reputatie heeft van een strak-gelovige autist – nam duizenden pagina’s de tijd om de lezer te brengen tot inzichten die hij als Christelijke gelovige vanzelfsprekend had aanvaard. Daarmee bevestigde hij Hume’s paradox: wie nadenkt, raakt al zijn geloven kwijt, maar zodra je ophoudt met nadenken, komen de meeste geloven gelukkig weer terug.

De vaststelling dat Cliteur en Thierry B. antisemitisten zijn, levert helaas geen catharsis op die intellectuele zelfverheffing rechtvaardigt. Je kunt de pseudo-intellectueel en boreaal-dichte B. te kakken zetten met een liedje over zijn flutsmoesjes. Maar dat is zoiets als de grapjes die Stephen Colbert en John Oliver en zo de afgelopen vijf jaar over Donald Trump gemaakt hebben. Je probeert de ‘bubble’ van mensen die het toch al met je eens zijn, zo star mogelijk te maken om onderling zoveel als mogelijk lol te kunnen hebben zonder jezelf te confronteren met het feit dat jouw ‘bubble’ uiteindelijk alleen gelijk heeft, als die gelijk krijgt, door een staatsgreep of een verkiezing-Western style. Iemand een antisemiet noemen, is uiting van arrogantie en een poging tot uitsluiting: “Ik ben beter dan jij, en ik hoef dus helemaal niet meer met jou in discussie te gaan.” Dat in discussie gaan, gebeurt dan ook zelden nog.

Ik heb bijna zestig jaar kijkervaring, maar ik heb nog nooit een Kamerdebat gezien waarbij een woordvoerder die een andere mening was toegedaan dan een andere woordvoerder, tijdens dat debat zei: “He, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken!” Dat ik toch naar die democratische rituelen ben blijven kijken, zal komen door dezelfde factor als die waardoor ik vroeger naar westerns keek en lang na de puberteit de DVD’s van Columbo inmiddels vier keer heb afgekeken: het is fijn om naar iets te kijken waarvan je van tevoren weet hoe het afloopt.

Aristoteles dacht dat redelijkheid het essentiële kenmerk van de mens was. Ik ben niet redelijk genoeg om dat definitief te ondergraven. Als ik mijn ondergraafpogingen opgeef, heb ik het gevoel dat mensen dieren zijn die zich hebben aangeleerd het rudimentaire verlangen naar knusheid onder miljoenen woorden te begraven.

Hoe dan ook, wie een antisemiet is, en wie ook nog de neiging heeft tot complotdenken, en wie die neigingen dan ook nog cultiveert in de hoop ooit als minister-president de dichter des vaderlands uit te kunnen gaan hangen, kan doorheen narcistische eigengereidheden het soms nog wel bij het rechte eind hebben.

  • De avondklok is geen redelijk middel tegen de COVID-19-pandemie. De scholen dichthouden, is redelijker. Gegeven de data die tot dusver verzameld zijn, is het enige daadwerkelijk effectieve middel tegen de pandemie dat iedereen een week of vier thuisblijft. Alle andere ideetjes zijn schaamlapjes voor het menselijk onvermogen tot consistent redeneren.
  • De avondklok-maatregel is staatsrechtelijk dubieuzer dan de capriolen van Seyss-Inquart, want in de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een noodsituatie. Het is trouwens jammer dat die rechter die de grenzen van de trias politica overschreed door de avondklok buiten werking te plaatsen, niet de nog stoutere schoenen heeft aangetrokken door het kabinet onder bewind te stellen. Het kabinet is demissionair en mag volgens het staatsrecht geen controversiële beslissingen nemen. Het is evident dat de enige reden waarom het kabinet voor die noodmaatregel-route heeft gekozen, is dat, indien het kabinet aan het parlement had gevraagd om aan te geven welke zaken controversieel zijn, de coalitiegenoten die voor de avondklok zouden willen stemmen, de avondklok tot een controversieel onderwerp hadden moeten bestempelen. Dat was een lepe truc, maar een rechter kan dat ook wel aanmerken als een symptoom van ontoerekeningsvatbaarheid.
  • Iedereen vaccineren tegen SARS-2 is maatschappelijk onzinnig en medisch imbeciel. De hele wereldbevolking inenten tegen SARS-2 en dat jaarlijks moeten herhalen, vereist een jaarlijkse investering van 600 miljard dollar; omdat de kans dat het mondiale vaccinatiepercentage boven 30% uitkomt nagenoeg nihil, zouden veel ‘lockdown’-maatregelen ook na de vaccinatiecampagnes gehandhaafd moeten blijven; in tegenstelling tot bij cohortvaccinatiecampagnes tegen polio en mazelen, laat zich bij SARS-2 een risicogroep onderscheiden van de niet-risicogroep, en zou volgens ‘Verlichte’ redelijkheid waar we in het Westen zo trots op zijn de vaccinatiecampagne bij SARS-2 zich kunnen en moeten richten op de risicogroepen.

Een probleem is dat dit soort triviale feiten zich nauwelijks nog in stelling laten brengen als ook pseudo-intellectuelen als Thierry B. ermee aan zijn komen zetten.

En, zoals Theo Schetter ervaarde na zijn eerste optreden bij Blckbx, je moet in een pleidooi tot redelijkheid rond vaccineren zeker niet verwijzen naar Andrew Wakefield, want dan sluit je jezelf op in het kamp van de anti-vaxxinisten. Dat staat gelijk aan een zelfverkozen verbanning uit de ‘community of discourse’. Enkel laten blijken dat je een keer hebt geluisterd naar een meneer die heeft verwezen naar Andrew Wakefield, kan je ook al op een blokkade komen te staan door Twitter, YouTube en al die andere kanalen waarlangs ‘mad men’ ons trachten te verleiden zaken aan te schaffen die we niet nodig hebben.

Je bent enkel veilig als je jezelf bij eerdere gelegenheden zozeer hebt verheven dat je tegenover Pyrrho op een pilaar bent gaan zitten en je narcistische bevrediging hebt gevonden in sceptisch-stoïcijnse meditaties.

Veel geluiden uit wat we dan het ‘kamp’ van de ‘anti-vaxxinisten’ zullen moeten noemen, zijn vast onzinnig. Wat er niet onzinnig aan is, is waarschijnlijk nutteloos. Als iets een feit is, dan verandert het proclameren van dat feit niets aan dat feit. Stel dat we in het westen allemaal autistisch zijn geworden omdat we in onze jeugd zijn ingeënt. Dan moeten we leren leven met het feit dat we allemaal autisten zijn. Next!

Als mensen niet in staat zijn hun gedachten en ideeën redelijk te ordenen – en dat schijnen we van nature niet te kunnen – dan moet je de golf van onredelijkheid en waanzin die het SARS-2- virus op gang heeft gebracht, misschien maar laten uitrollen. Over een paar miljard jaar zal het universum van de mensheid verlost zijn, en met een beetje klimaatmazzel zullen de andere dieren op de aardbol al eerder bevrijd.

Ergerlijk – emotie – is dat degenen waarvan de rede is gaan dwalen, in deze golf worden aangemoedigd wazige, inconsistente en onjuiste ideeën te gaan extrapoleren naar wazige en inconsistente morele dogma’s. Zonder ‘Verlichting’ leidt dat tot een maatschappij waarin mensen ‘ik ben negatief’-getest en ‘ik ben gevaccineerd’-emblemen moeten gaan dragen.

Tja, en dan is ant-antivaxxinisme dus toch een soort antisemitisme geworden…

Vaccinatie-bubble

De data die tot dusver zijn verzameld over COVID-19 geven sterke empirische ondersteuning aan de volgende beweringen:

1. Indien morgen alle Nederlands besmet zouden raken met COVID-19, zou 2 tot 3% van de Nederlanders daar significante medische consequenties van ondervinden.

2. De mate waarin een individu significante medische consequenties ondervindt van COVID-19 is sterk gecorreleerd met een cluster van factoren, de risicofactoren.

3. Voor veel – niet alle – risicofactoren geldt dat, voorafgaand aan de COVID-19-pandemie en onafhankelijk daarvan, in de medische informatiesystemen voldoende data zijn verzameld om binnen de Nederlandse bevolking risicogroepen te benoemen en – met een kwantificeerbare onzekerheidsmarge – in kaart te brengen.

Voor wie deze beweringen onderschrijft, volgt:

4. Indien er een vaccin zou zijn dat de risicogroepen effectief beschermd tegen het virus, kunnen de significante medische consequenties van de COVID-19-pandemie effectief worden bestreden door enkel de leden van de risicogroepen te vaccineren.

Handelend volgens (4) zou het vaccinatietraject in ongeveer 1 maand en 3 weken afgerond kunnen zijn, en zou Nederland over kunnen gaan tot de orde van de dag.

Dat overheden, daarin kennelijk ondersteund door ter zake deskundigen, een pad zijn ingeslagen dat gericht is op het vaccineren van de gehele bevolking of een zeer groot deel van de bevolking is enkel redelijk indien zij sterke redenen hebben om althans één van de drie beweringen (1) tot en met (3) niet te onderschrijven of te denken dat de huidige vaccins de risicogroepen niet effectief beschermen tegen het virus.

Uit de toelichtingen van bewindslieden en ter zake deskundigen tot dusver in de openbaarheid hebben gegeven, is evenwel vooralsnog niet duidelijk welke van de drie beweringen volgens hen onjuist zijn terwijl er allerwege sprake lijkt te zijn van de aanname dat de vaccins risicogroepen effectief beschermen.

Het lijkt erop dat men de aanname dat de bevolking in z’n geheel gevaccineerd zou moeten worden, niet analytisch-kritisch heeft getoetst.

Een verklaring hiervoor kan zijn dat het concept van kudde-immuniteit blijft rondzingen. Dit concept is er in twee smaken:

A) Kudde-immuniteit als gevolg van een niet geremde verspreiding van een virus onder het deel van de bevolking dat geen of beperkte hinder ondervindt van de besmetting maar door de besmetting – voor enige tijd – immuun is voor het virus.

B) Kudde-immuniteit als gevolg van het vaccineren van een groot deel van de bevolking.

In beide gevallen zouden risicogroepen effectief afgeschermd kunnen geraken van het virus.

Op dit moment is nog niet duidelijk hoe groot het deel van de bevolking moet zijn dat immuun is, wil er sprake zijn van kudde-immuniteit. Dit percentage is onder meer afhankelijk van de reproductiefactor R0. Deze reproductiefactor kan in de huidige situatie niet betrouwbaar bepaald worden omdat overheden en burgers maatregelen nemen om zich tegen het COVID-virus te beschermen. Als alle burgers in zelf-quarantaine gaan, daalt de gemeten reproductiefactor naar 0. Het kunstmatig – door maatregelen – omlaag brengen van de reproductiefactor geeft geen zicht op het immuniteitspercentage dat voor kudde-immuniteit vereist is. Om dit percentage te bepalen zouden we moeten weten wat de reproductiefactor is als overheden en burgers geen enkele beschermingsmaatregel zouden nemen. Daartoe bewust een proefopstelling creëren is maatschappelijk niet aanvaardbaar. Onbewuste proefopstellingen – in Italië in februari 2020 en in landen waar overheden nauwelijks beschermingsmaatregelen hebben genomen – geven een gevarieerd beeld met reproductiegetallen tussen 5 en 65. Vanwege de lange incubatietijd en de overwegend milde en soms geheel ontbrekende symptomen bij een Covid-19-besmetting is het redelijk aan te nemen dat het reproductiegetal bij Covid-19 zo hoog is dat voor kudde-immuniteit meer dan 95% van de bevolking immuun moet zijn.

Er is sprake van consensus over het feit dat variant A een zodanige bijsmaak heeft dat het bewust inzetten op deze vorm van kudde-immuniteit, medisch en maatschappelijk ongewenst is. Als een overheid hierop inzet, zal het aantal doden de limiet raken die tot uitdrukking komt in het fataliteitspercentage. 2 tot 3% van de bevolking zal rechtstreeks ten gevolge van Covid-19 overlijden. Omdat in deze situatie de capaciteit van de zorg overbelast raakt, zal de oversterfte veel hoger zijn.

Daarom zetten overheden – min of meer stilzwijgend of mogelijk zelfs onbewust – in op variant B. Als beleidsstrategie is dit, gegeven de aannames (1) tot en met (3) enkel redelijk indien bekend is dat de huidige vaccins de risicogroepen niet effectief beschermen of deze groepen daar ernstige bijwerkingen van ondervinden. Er zijn vooralsnog geen data bekend gemaakt waaruit blijkt dat juist de risicogroepen niet door de vaccins beschermd worden of deze vaccins juist voor de risicogroepen extra riskant zijn. Toch lijken overheden ervan uit te gaan dat het enkel toedienen van vaccins aan leden van de risicogroepen niet de meest gerede benadering is.

Methodologisch is hier een punt van aandacht dat de vaccins getest zijn op steekproefpopulaties waarin de risicogroepen ondervertegenwoordigd zijn geweest.

NL in herstel

Geachte heren en dames deskundigen en denkers in diverse disciplines van Herstel-NL,

Ik ben geneigd u te volgen in uw stelling dat het huidige kabinetsbeleid inzake de CoVid-19-pandemie aan redelijkheid te wensen overlaat. Omdat in zeer veel andere landen ongeveer hetzelfde beleid wordt gevoerd, is het verval van de rede evenwel geen unieke ‘Hollandse ziekte’.

Tevens ben ik geneigd u te volgen in uw stelling dat beleid inzake CoVid-19 in hogere mate risicogestuurd zou moeten zijn, mede omdat de meeste overheden er tot dusver niet in zijn geslaagd een redelijke balans te vinden tussen paniekzaaien en pappen-en-nathouden.

Bij uw oplossingsroute zou ik een kanttekening willen plaatsen. Uw visie op de oplossing sluit aan bij de visie die eind februari 2020 circuleerde onder Britse epidemologen: idealiter zouden in Engeland alle leden van risicogroepen tijdelijk moeten verhuizen naar een streek rond Inverness en zouden alle andere Britten elkaar zo snel mogelijk moeten besmetten in de route naar ‘kudde-immuniteit’. Deze oplossingsroute – mits praktisch bewandelbaar – zou niet onredelijk zijn, ware het niet dat  reeds  in februari 2020 duidelijk was dat de immuniteit tegen CoVID-19 van tijdelijke aard zou zijn. De data die na februari 2020 zijn verzameld door de tientallen duizenden onderzoekers die daarover inmiddels een half miljoen min of meer wetenschappelijke artikelen over hebben gepubliceerd, hebben tot nog toe de hypothese van tijdelijke immuniteit niet weerlegd. [Dat de heer Van Dissel rondbazuint dat inmiddels bijna twee miljoen Nederlands immuun zou zijn, laat zich bijna als een strafbaar feit aanmerken.] Evenmin is er reden te denken dat een vaccinatieprogramma zou kunnen resulteren in een significante mate van ‘kudde-immuniteit’ omdat tegen de tijd dat zo’n programma over een voldoende groot deel van de bevolking is uitgerold, het effect van de vaccinatie voor een deel van de gevaccineerden zal zijn uitgewerkt.

Wat dan wel de goede/de beste oplossingsroute zou kunnen zijn uit de Covid-19-fluctuaties, daarover hebben de afgelopen maanden al zoveel deskundigen en denkers in diverse disciplines hun licht laten schijnen, dat ik mij terugtrek in de knusse beslotenheid van mijn sceptische bubbel opdat de levensangst van mensen die naar deskundigen en denkers in diverse disciplines menen te moeten luisteren, niet nog weer verder toeneemt.

Ik kan mij evenwel niet vinden in uw stelling of aanname dat de wijze waarop in deze pandemie moet worden gehandeld, bepaald moet worden door een soort Brede Maatschappelijke Discussie.  Een pandemie schijnt mij toe typisch een situatie te zijn waarin een kabinet daadkrachtig door moet pakken, zonder zich al te veel gelegen te laten liggen aan het oeverloze gezemel waarin democratisch-opgezette processen doorgaans vastlopen.

Met vriendelijke groet,

Dr. W.W.

Terugkoppeling bij de coronastorm

Vught, 7 juli 2020

Geachte heer Ten Bos,

Financieel is het hachelijk, uw boekje kopen. Lang voordat de waanzin-pandemie tot de krantenkoppen doordrong, waren ze in Den Haag en omstreken al zo wijs de fiscale regels rond zelfstandigen bij te stellen. (Ik ga het nu niet uitleggen, maar het zzp-probleem en al het gezeur daarover hebben we te danken aan het feit dat de Belastingdienst niet ingreep toen allerlei witteboorden-organisaties de toch al wel bijna overtollige managers outsourcete naar het zelfstandig ondernemerschap en vervolgens voor twee dagen in de week inhuurde om in hetzelfde kantoor hetzelfde werk niet te doen.) De eerste bijstelling – de aanpassing van de zogenaamde kleineondernemersregeling – kost een ‘kleine zelfstandige’ die niet alleen op papier bedrijfskosten maakt zo’n 2.000 euro netto per jaar. Theoretisch kan er dan geen R&D-budget meer overblijven…

Edoch, de ondertitel van uw boekje De Coronastorm, “hoe een virus ons verstand wegvaagde” bleef lonken en om de een of andere reden (typefoutje?) was RNA Viruses, Host gene responses to infections onder redactie van Decheng Yang bij Amazon voor 16 euro verkrijgbaar (inmiddels is de prijs bij Amazon aangepast) en met enkel het recente boekje van David Quammen in de bol.com-boodschappenmand werd de ‘geen verzendkosten’-grens niet bereikt, dus ik dacht, hup, dan ook maar eens zien waar ons verstand volgens René ten Bos is heengewaaid…

Ik heb uw boekje vannacht doorgenomen…

… “lezen” is een te groot woord, het is best mogelijk dat bijvoorbeeld Ernst Bloch die van 1885 tot 1977 geleefd schijnt te hebben en in dat leven zowel een carrière als theoloog als een bestaan als neomarxist heeft weten te proppen, zeer interessante zaken heeft geschreven, gezegd of gedacht over het begrip Hoop want een neomarxistische theoloog moet daar dubbele expertise in hebben, maar als ik zou willen weten wat iemand die deel III van Peter Jacksons Lord of the Rings-trilogie niet gezien kan hebben over hoop gedacht, gezegd of geschreven heeft, en dus niet weet dat Gandalf over dat onderwerp niet anders dan repetitief kon worden, dan zou ik uit eerbied voor Ernst Bloch een tekst van Ernst Bloch moeten lezen, of dan toch tenminste de wikepedia-pagina over hem moeten doornemen (volgens de Nederlandse internetencyclopedie was hij een atheïstische theoloog, volgens de Engelse een filosoof). Maar als de kernpassage in zijn boek over de Hoop de zin is die u op pagina 79 hertaald, dan neemt mijn lust daartoe allengs af. Voor Kierkegaard (over Angst) en Levinas (over Moraliteit) ligt het anders, want die heb ik hier vernederlandst in de kast staan en dan mogelijk deels gelezen of doorgenomen of doorgekeken, en het is niet onaardig om de regel- en bedilzucht die in deze tijd van ‘coronafascisme’ doorgaat voor moraliteit te oppositioneren met Levinas’ deconstructie van deontologie. Uw summiere oppositionering eindigt evenwel met dat ‘beroemd onderscheid’ tussen ‘andere’ (autre) en ‘andere andere’ (autrui), en dat slaat dood. Dat maakt continentale filosofen zo vermoeiend-onleesbaar: ze zetten soms vensters voor het denken open, of realiseren althans een verbluffend lichteffect, maar dat verruïneren ze dan door woordspelingsfetisjisme dat lezers die al dan niet de pointe van het lichteffect gevat hebben aanzet tot scholastistieke nawauwelarij.

Om mijn gedachten weer tot leven te wekken, sla ik hier nu de (Engelse versie van de) meditaties van Marcus Aurelius ongericht open en lees: “On death. Either dispersal, if we are atoms: or, if we are a unity, extinction or a change of home.” (Penguin Classics-editie, pagina 89) Ik claim niet dat Marcus Aurelius hier een diepzinnige gedachte uitdrukt, ik claim zelfs niet dat hij bij het schrijven van deze zin enige gedachte gehad heeft – kunnen atomen of eenheden denken? –, ik claim enkel dat de zin ook voor niet native speakers van het Engels die dan vast ook geen Latijn zullen kennen, leesbaar is.

Voor het geval mijn verstand nu aan het wegwaaien is: “Disputes with men, pertinaciously obstinate in their principles, are, of all others, the most irksome; except, perhaps, those with persons, entirely disingenuous, who really do not believe the opinions they defend, but engage in the controversy, from affectation, from a spirit of opposition, or from a desire of showing wit and ingenuity, superior to the rest of mankind.”(An enquiry concerning the principles of morals, section I, openingszin). Die had ik even nodig…

… maar het is mij niet duidelijk geworden vanuit welke richting wat in welke richting is weggewaaid noch of we ons daarover zorgen zouden moeten maken en waarom of waartoe. Het is mij zelfs niet duidelijk geworden voor wie of waartoe u de moeite hebt genomen uw corona-alfabet uit te pennen. U en ik weten dat de wetenschap, de filosofie en de cultuur in het algemeen te lijden heeft onder perverse prikkels, een afstompende publicatietraditie en (hierin moet ik u corrigeren) een chronisch overschot aan geld, maar ik sta mij niet toe te geloven of zelfs maar te hypothetiseren dat u uw boekje enkel geschreven hebt om ook een graantje mee te pikken uit de corona-ruif. Maar als het niet die onuitdenkbare drijfveer heeft gehad, welke dan? Als u Giorgio Agamben wilt bijvallen of een van de hielenlikkers van president Macron of president Trump wil tegenspreken dan is het schrijven van een corona-alfabet in de Nederlandse taal daarvoor niet het meest gerede middel. Als u erop wilt wijzen dat er een keerzijde zat aan dat Japanse wonder, dan bent u daar twee decennia te laat mee terwijl Arjan van Witteloostuijn van de Universiteit van Amsterdam de plank natuurlijk volledig missloeg (de belangrijkste factor achter economische groei is inefficiëntie; als u de moeite zou nemen na te gaan wat de omvang is geweest van de investering in ‘the elimination of waste’, dan zou u meteen begrijpen waarom die bureaucratie ook onder het ‘neoliberalistische regiem’ is blijven groeien). Als u in het algemeen wilt afrekenen met al die filosofen of soort van filosofen die de afgelopen maanden de kranten en inmiddels ook nog boeken hebben volgepend om het Grote Corona Gebeuren filosofisch of filosofisch-achtig te duiden, dan kan ik u zonder u een spiegel voor te houden gerust stellen: alles wat Marli Huijer, Frédéric Neyrat, Peter Sloterdijk en al die andere schrijvers die u kennelijk hebt doorgenomen, over het Grote Corona Gebeuren te berde hebben gebracht, heeft in de maatschappij geen pandemisch spoor achtergelaten. Een handjevol mensen die teksten gelezen (of doorgenomen), heeft geknikt toen werd verwoord wat men zelf al had bedacht, heeft het hoofd geschud toen langskwam wat de overbuurman vorige week op anderhalve meter afstand ook al had beweerd, en een enkeling zal in de pen zijn geklommen om via een ingezonden brief, een tegenpamflet voor de redactie van Boom, of – meer gepast – in een e-mail de auteur of autrice of autriX te confronteren. De bubbel waarin de verzetsoproep van Henk Oosterling wegzinkt, is verwaarloosbaar klein vergeleken met de golf die het commentaar van John Oliver heeft bij het aantal gevangenen met corona, en die golf is slechts een rimpeling bij de mogelijkheid dat Davina Michelle nu mogelijk heus doorbreekt op de internationale scene mits ze maar goed blijft luisteren naar haar manager, al hoeft Trump maar 1 keer een mondkapje te dragen en het water van de Nijl wijkt zover uiteen dat de contouren van Pangaea weer zichtbaar worden.

Voor zover er van al dat filosofisch-achtig geschrijf iets achterblijft bij nog niet verwaaide verstanden, dan is het een oneliner als “Deskundigen zijn mensen die hun onwetendheid beroepshalve dienen te verdoezelen”. Dat is op zichzelf wel een leuke titel van uw lemma Deskundigen (heeft u die zelf bedacht?) maar de acht pagina’s tekst die volgen komen daar niet meer bovenuit waardoor u er zeker van kunt zijn dat dat die oneliner ook het enige is dat bij de lezer van uw lemma zal blijven hangen. Daartegenover is de Intimiteit = de vaardigheid om samen te kunnen verglijden te cryptisch om in de geest te blijven hangen ook nadat er een verduidelijking is gegeven vanuit de cultuurvergelijkingen van Francois Jullien. Aan het einde van de hoofdstuk zou een lezer zich af kunnen vragen waartoe die cryptiek en esoteriek diende als u het punt wilde maken dat wreed is om mensen uiteen te drijven op momenten dat ze elkaar nodig denken te hebben.

Mocht u voor toekomstige teksten nog oneliners zoeken, ik doe er u een paar aan de hand:

  • Priesters zijn mensen die hun ongeloof beroepshalve dienen te verdoezelen.
  • Machthebbers zijn mensen die hun machteloosheid beroepshalve dienen te verdoezelen.
  • Schrijvers zijn mensen die hun leesarmoede beroepshalve dienen te verdoezelen.
  • Enzovoorts.

Iedereen streeft ernaar zichzelf voor de gek te houden en door anderen voor de gek gehouden te worden, en dat is het enige streven dat zich ook zonder zuchtende hoop laat realiseren.

Als ik zelf een poging zou doen te onderbouwen dat ons verstand tijdens het Grote Corona Gebeuren is weggewaaid, zou ik geneigd zijn een inventarisatie te geven van de quatsch die de afgelopen maanden over het fenomeen is uitgebraakt. Hoewel hier het geklets van premier Rutte en dat van Van Dissel dankbare objecten zouden zijn, zoomt u in op de complottheorietjes. Dat is een boeiend fenomeen in allerlei uitlopers. Ik betrap me er de laatste jaren op dat ik het abonnement op de televisiekanalen van KPN enkel aanhoudt om naar Ancient Aliens te kijken. Maar ik kan u ook hierin geruststellen. Corona-complotdenkers en organisatoren van corona-party’s vormen een onooglijke, bijna niet waar te nemen minderheid die enkel waargenomen wordt omdat krantenpagina’s en televisierubrieken gevuld moeten blijven worden in de ijdele hoop de leegheid van youtube te evenaren. Met uw redenering zou u ook weinig indruk maken, niet alleen niet op complotdenkers maar evenmin op niet-complotdenkers:

“Bovendien zien ze [bepaalde groepen complotdenkers, Dr. W.W.] af van elementaire kansberekening: de waarschijnlijkheid dat een virus zich op zoönotische wijze verspreidt, moet vele malen groter zijn dan de kans dat het via een laboratorium verspreid wordt, om de simpele reden dat op die vleesmarkten in Wuhan veel meer mensen rondlopen dan in een laboratorium aldaar.” (p. 177)

Misschien, heel misschien, kunt u uitspraken over wat in de waarschijnlijkheidsleer simpele redenen zijn beter overlaten aan deskundigen die hun onwetendheid ter zake beter weten te verdoezelen dan u als welwillende amateur zou kunnen doen.

Nee, met alle respect voor uw denk- en weetpotentie, uw boekje over de coronastorm draagt niet bij aan het luwen van de storm. Behalve wat biografische ditjes en datjes over Ernst Bloch en Cato Maior bevat het boek geen informatie over het fenomeen dat op tafel ligt. Het blijft zelfs onduidelijk welk fenomeen op tafel ligt (corona, de corona-regels, het geleuter of corona, het maatschappelijk effect van corona?). Als een boek geen informatie bevat, kan het enkel bijdragen aan de redelijkheid doordat een min of meer a priori analyse van een concept wordt uitgevoerd, maar daarvan is evenmin sprake. Uw boek is, minder respectvol geformuleerd, een ‘niksertje’.

Gegeven u denk- en kennisniveau zou u beter moeten kunnen. Het laat zich echter betwijfelen dat de mensen die nu in de coronastorm verkeren daadwerkelijk behoefte hebben aan een tekst die het niveau van een columnistieke krabbel overstijgt. De meeste mensen geven, ook in deze coronatijd, de voorkeur aan licht vermaak boven het vermoeiend-sceptisch uitdiepen van onwetendheid.

Eén troost resteert mij: de btw die ik over uw boek heb betaald, is aftrekbaar gebleven van de btw die ik af moet dragen.

Met vriendelijke groet,

Dr. W.W.

Bericht RIVM: Empirisch niet onderbouwd

In dagblad Trouw (dinsdag, 2 april 2020) geeft de heer Van Dissel van het RIVM aan dat hij tevreden is over het effect van de beheersmaatregelen. Ditmaal baseerde hij deze tevredenheid op de daling van de ‘besmettelijkheidsgraad’ naar onder 0,5.

Dit verhaal van het RIVM wordt wetenschappelijk niet empirisch onderbouwd, is daardoor niet relevant en – eenmaal opgekuist naar relevantie – zeer waarschijnlijk onwaar.

Allereerst de empirische onderbouwing. Het RIVM doet het voorkomen alsof bij patiënten die positief getest worden, op enig moment in de anamnese wordt nagegaan wie deze patiënt allemaal nog meer besmet heeft.

Het is epidemiologisch irrelevant wat de besmettingsgraad is als er allerlei ‘beheersmaatregelen’ zijn genomen. Epidemiologen zijn primair geïnteresseerd in de besmettingsgraad van een virus onder ‘normale’ omstandigheden, en in a-symptomatisch besmetting, bij welke intensiteit van contact, langs welke kanalen. Informatie daarover kan gecombineerd worden met netwerkmodellen om daaruit de ‘besmettingsgraad’ af te leiden. Op basis daarvan kun je dan maatregelen gaan nemen.

Bij een bepaald gebruik van de term ‘waarheid’ volgt uit het ontbreken van zowel de empirische onderbouwing als de relevantie, dat het verhaal onwaar is. Als we terugschakelen naar de basale ‘correspondentie-notie’ van waarheid dan is het verhaal van het RIVM zeer waarschijnlijk onwaar.

1. Er zijn vooralsnog geen tekenen dat de ‘besmettingsgraad’ van COVID-19-patiënten afneemt, al is het omdat er geen nulmeting van deze ‘besmettingsgraad’ beschikbaar is.

2. Ondanks de 33.000 artikelen die inmiddels over het fenomeen zijn geschreven door onderzoekers, is zelfs de besmettingscurve (de fasen waarin dragers anderen kunnen besmetten) nog niet in kaart gebracht.

Voor zover we weten – en we weten dus strikt genomen niets – moeten we aannemen dat de besmettingsgraad niet is gewijzigd. Mijn conclusie is dan ook dat dit impliceert dat zodra het aantal contacten tussen mensen weer toeneemt, het aantal besmettingen weer toeneemt. De enige ‘winst’ die in de tussentijd behaald wordt, is de winst die al was behaald: veel van de contacten van een corona-patiënt zijn al eerder besmet en kunnen dus (voorlopig?) niet opnieuw besmet worden.

Dr. W.W.

Kabinetsbeleid covid-19 effectief? deel 2

In DEEL 1 is duidelijk geworden waarom à priori tot de conclusie kan worden gekomen dat de wetenschappers en de wetenschap als collectief nog niet ‘weet’ of kudde-immuniteit zich bij Sars-Cov-2 kan voordoen. Is het, gegeven deze bijna peilloze onwetendheid, voor een kabinet onmogelijk om geïnformeerd tot handelen over te gaan? Het antwoord is ‘misschien’.

De wijze waarop het kabinet tot dusver heeft proberen te handelen, is niet bijster consistent. Het kabinet zegt zich te baseren op de visie van deskundigen, daarmee doelend op het RIVM.

Als het RIVM aanvankelijk het kabinet heeft geadviseerd een fase 1, INDAMMEN, in te gaan, en twee weken later heeft geadviseerd fase 2, MITIGEREN, in te gaan, dan zou je als onafhankelijk toeschouwer kunnen concluderen dat de adviseurs bij het RIVM twee geleden voor het eerst kennis hebben genomen van de theorie van kudde-immuniteit.

Binnen de theorie van kudde-immuniteit ga je niet eerst twee weken proberen om een dreigende epidemie met mogelijk zeer ernstige gevolgen te onderscheppen door forensisch onderzoek met het handjevol patiënten dat toevallig in de radar van de medische stand is gekomen, zeker niet als je vanwege data uit andere landen (China, Italië) al weet dat het virus zich niet laat indammen.

Het feit dat het RIVM zelf aan het zwabberen lijkt te zijn geweest tussen verschillende theorieën, holt het gezag van het RIVM enigszins uit. In deze fase – nu iedereen weet wat het RIVM drie weken geleden al had moeten weten – is deze bedenking echter academisch of, misschien, een punt van orde voor een latere parlementaire enquête naar het gezwabber.

De vraag die nu op tafel ligt, is of de theorie van kudde-immuniteit – onder de aanname dat die JUIST is – een handelingsrichtlijn voor het kabinet biedt.

Analytisch (of a priori) lijkt het antwoord ‘nee’ te moeten zijn. Gegeven de onmogelijkheid om, tijdens het opbouwen van kudde-immuniteit, risicogroepen hermetisch af te grendelen van een virus, is de handelingsrichtlijn die uit de theorie getrokken zou kunnen worden niet consistent:

1. Om kudde-immuniteit op te bouwen zouden er maatregelen moeten worden genomen waardoor het virus zich kan verspreiden over de inwoners die niet tot de risicogroep behoren terwijl het virus de risicogroep niet mag bereiken. Dit impliceert dat voorzorgsmaatregelen die ‘voor zich’ spreken (zoals handen wassen, geen handen schudden, geen massale bijeenkomsten), NIET strikt mogen worden uitgevoerd. Strikte toepassing zou – indien succesvol – tot gevolg hebben dat de groep van immune burgers zeer klein blijft. Maar hoe implementeer je op maatschappelijk niveau een regel waarvan het de bedoeling is dat die niet strikt wordt gevolgd?

2. Terwijl nog niet bekend is of de theorie van kudde-immuniteit opgaat voor Sars-Cov-2, is al wel bekend dat deze opgaat voor veel andere virussen. Als de overheid consistente maatregelen kan abstraheren vanuit de theorie binnen de aanname dat de theorie opgaat voor Sars-Cov-2, en dat meent te moeten doen omdat dit virus fatale gevolgen kan hebben, dan zou de overheid dezelfde maatregelen moeten nemen voor het bestrijden van virussen die ook fatale gevolgen kunnen hebben maar waarvan al bekend is dat de theorie van kudde-immuniteit daarvoor opgaat, zoals de ‘gewone’ griep. De ‘gewone’ griep heeft jaarlijks in Nederland 2.000 tot 3.000 keer een fataal gevolg. Bij een consistente toepassing van een vermeend consistente verzameling Sars-Cov-2-maatregelen, zouden we doorheen het jaar – of althans tussen de maanden oktober en april – elkaar geen handen moeten geven, geen massale bijeenkomsten moeten houden, enzovoorts.

Quasi-technisch uitgedrukt: de handelingsrichtlijnen die uit de theorie van kudde-immuniteit geabstraheerd zouden kunnen worden, lijden zowel aan inconsistentie in de eerste graad als aan inconsistentie in de tweede graad. Voor de lezers die het minder technisch willen uitdrukken: Immanuel Kant zou uit de theorie van kudde-immuniteit geen categorische imperatieven kunnen afleiden.

Voor zover een overheid met de theorie van kudde-immuniteit iets kan, moeten de beleidslijnen binnen een utilistisch kader getrokken worden. Het utilisme is, zoals bekend, intrinsiek inconsistent, en dan is het in de tweede graad consistent om daar inconsistente maatregelen uit te peuren.

Het kabinet van meneer Rutte volgt die utilistische lijn. De rare sprongen van het kabinet rond het al dan niet sluiten van scholen, laten zich daarmee verklaren. Binnen de theorie van kudde-immuniteit is het nuttig als leerlingen en docenten elkaar op een school besmetten. De meeste leerlingen en docenten behoren niet tot de risicogroepen, besmettingen op school zullen door de bank genomen dus geen ernstige gevolgen hebben, althans gevolgen die niet ernstiger zijn dan die van een gewone groep. De gevolgen van besmettingen binnen deze groep zijn enkel ernstig als leerlingen en docenten vervolgens zwakke grootouders gaan bezoeken. Utilistisch laat zich vervolgens ‘uitrekenen’ dat leerlingen vooral niet thuis moeten blijven omdat grootouders vaak oppassen en dat de kans op fatale gevolgen op een grotere, net niet meer maatschappelijk acceptabel schaal zou doen toenemen.

We kunnen die utilistische benadering cynisch noemen – zeker omdat de heer Rutte de calculatie die binnen het RIVM gemaakt is, vorige week niet gedeeld heeft met de bevolking en ook in zijn toespraak tot de natie van gisteren niet expliciet heeft gemaakt – maar doorheen alle bedenkingen bij de theorie van kudde-immuniteit en de gammel-zwabberende toepassing daarvan door het kabinet, is er wel een krachtig argument te geven voor deze benadering.

Immers, er is geen goed alternatief. ‘Indammen’ door daadwerkelijk te proberen elke CoVid-19-patient uit de bevolking te isoleren van de rest van de bevolking, zoals men in Italië, Spanje en Frankrijk probeert te doen, is alleen een optie in Hollywood-scenario’s en in landen die de evolutie van de democratie zoals die zich in West-Europa heeft voltrokken hebben overgeslagen.

Het is dus in theorie mogelijk dat het Nederlandse kabinet op advies van het zwalkende RIVM, vanuit peilloze onwetendheid, met inconsistente maatregelen toevalligerwijs precies de plank raakt.

Dr. W.W.

Vaccinatie obv herd immunity: Rutte vacin deel 1

De korte toespraak tot de natie van de heer Rutte van 16 maart 2020 schijnt de Nederlanders goed bevallen te zijn. De toespraak heeft bovendien internationaal opzien gebaard. Zo had Naomi O’Leary van The Irish Times al voor middernacht uitgezocht dat de WHO niet overtuigd is van de theorie die de heer Rutte in zijn toespraak ontvouwde.

Die theorie, die van kudde-immuniteit (herd immunity), is gebaseerd op een aantal veronderstellingen: 1. Patiënten die genezen van CoVid-19 hebben immuniteit tegen deze ziekte opgebouwd. 2. Deze immuniteit blijft gedurende een langere periode in stand. 3. Patiënten die immuun zijn tegen CoVid-19 kunnen geen drager zijn van het Sars Cov 2-virus of kunnen anderen daarmee niet besmetten. 4. Na verloop van tijd worden risicogroepen – voor wie het virus zeer ernstige consequenties heeft – door de groep die immuun is beschermd doordat het virus deze risicogroepen niet meer kan bereiken.

Voor een aantal virussen is min of meer bewezen dat de theorie van kudde-immuniteit ervoor opgaat of althans empirisch adequaat is. Voor Sars-Cov-2 is dat echter nog niet het geval. Hieronder worden de vier vooronderstellingen systematisch uitgewerkt voor Nederland.

1. Het is nog niet bekend of patiënten die genezen zijn van CoVid-19 immuniteit tegen het virus hebben opgebouwd. Door beperkte betrouwbaarheid van afzonderlijke ‘coronavirus’-testen is de vraag of een patiënt genezen is niet betrouwbaar te beantwoorden. Er zijn gevallen gemeld van patiënten die, nadat zij enige tijd ‘symptoom’-vrij waren en hun testen negatief waren, op een ander moment symptomen van CoVid-19 vertoonden met opnieuw positieve testuitslagen.

2. Voor kudde-immuniteit/herd immunity moet de fase van immuniteit significant langer zijn dan een half jaar. Er kunnen (maart 2020) nog geen data zijn waaruit zou blijken dat Sars-Cov-2-immuniteit langer dan een half jaar duurt. Als de patiënten met terugval daadwerkelijk genezen waren, dan was de fase van immuniteit althans voor deze patiënten zeer kort (om deze reden is de consensus over deze casus dat de betreffende patiënten waarschijnlijk niet echt genezen waren).

3. Patiënten die immuun zijn tegen een virus kunnen drager zijn van het virus, hetzij doordat zij dat virus in of op het lijf hebben, hetzij doordat zij het virus op hun mobiele telefoon hebben zitten. Het is nog onbekend of dergelijke dragers die zelf geen last van het virus hebben anderen met het Sars-Voc-2-virus kunnen besmetten.

4. Omdat nog niet bekend is in welke gevallen dragers anderen (niet) kunnen besmetten, is nog niet bekend of mensen die tot een risicogroep behoren praktisch effectief beschermd worden door een cordon van mensen die immuun zijn. Meer specifiek: het is niet bekend welk percentage van de inwoners van een land immuun moet zijn om groepen inwoners die niet immuun zijn te beschermen. In de discussie waarin ouders die hun kinderen niet inenten tegen mazelen aangezet zijn om dit vooral toch te doen, hanteerden virologen een inentingspercentage van 95% als veilig. Als we van dit percentage uitgaan dan zouden we, omdat er momenteel geen vaccin is, moeten accepteren dat 95% van de Nederlanders besmet moeten zijn met het Sars-Cov-2-virus en daarvan genezen voordat kudde-immuniteit/herd immunity effectief zou zijn. Vermits er volgens het RIVM nu ergens tussen de 2.000 en 10.000 Nederlanders besmet zijn, zouden we nog een zeer lange weg te gaan hebben voordat kudde-immuniteit gerealiseerd is.

Bovenstaande bedenkingen zijn à priori te maken. Dat wil zeggen, er zijn geen specifieke data voor nodig. Dat we niet weten of kudde-immuniteit in deze pandemie een oplossing is, vloeit voort uit de analytische aannames van de theorie en een plukje van nagenoeg onbetwistbare data: allereerst dat sommige patiënten hebben terugval, en ten tweede deskundigen hebben slechts drie maanden de tijd gehad om data te verzamelen. We hoeven niet vanuit een bepaalde theorie deze data te duiden omdat elke duiding – inclusief de ontkenning – tot dezelfde conclusie leidt: de wetenschappers en de wetenschap als collectief ‘weet’ nog niet of kudde-immuniteit zich bij Sars-Cov-2 kan voordoen.

Dr. W.W.

Pseudowetenschap van het RIVM

De korte toespraak tot de natie van de heer Rutte van 16 maart 2020 schijnt de Nederlanders goed bevallen te zijn. De toespraak heeft bovendien internationaal opzien gebaard. Zo had Naomi O’Leary van The Irish Times al voor middernacht uitgezocht dat de WHO niet overtuigd is van de theorie die de heer Rutte in zijn toespraak ontvouwde.

Die theorie, die van kudde-immuniteit (herd immunity), is gebaseerd op een aantal veronderstellingen: 1. Patiënten die genezen van CoVid-19 hebben immuniteit tegen deze ziekte opgebouwd. 2. Deze immuniteit blijft gedurende een langere periode in stand. 3. Patiënten die immuun zijn tegen CoVid-19 kunnen geen drager zijn van het Sars Cov 2-virus of kunnen anderen daarmee niet besmetten. 4. Na verloop van tijd worden risicogroepen – voor wie het virus zeer ernstige consequenties heeft – door de groep die immuun is beschermd doordat het virus deze risicogroepen niet meer kan bereiken.

Voor een aantal virussen is min of meer bewezen dat de theorie van kudde-immuniteit ervoor opgaat of althans empirisch adequaat is. Voor Sars-Cov-2 is dat echter nog niet het geval. Hieronder worden de vier vooronderstellingen systematisch uitgewerkt voor Nederland.

1. Het is nog niet bekend of patiënten die genezen zijn van CoVid-19 immuniteit tegen het virus hebben opgebouwd. Door beperkte betrouwbaarheid van afzonderlijke ‘coronavirus’-testen is de vraag of een patiënt genezen is niet betrouwbaar te beantwoorden. Er zijn gevallen gemeld van patiënten die, nadat zij enige tijd ‘symptoom’-vrij waren en hun testen negatief waren, op een ander moment symptomen van CoVid-19 vertoonden met opnieuw positieve testuitslagen.

2. Voor kudde-immuniteit/herd immunity moet de fase van immuniteit significant langer zijn dan een half jaar. Er kunnen (maart 2020) nog geen data zijn waaruit zou blijken dat Sars-Cov-2-immuniteit langer dan een half jaar duurt. Als de patiënten met terugval daadwerkelijk genezen waren, dan was de fase van immuniteit althans voor deze patiënten zeer kort (om deze reden is de consensus over deze casus dat de betreffende patiënten waarschijnlijk niet echt genezen waren).

3. Patiënten die immuun zijn tegen een virus kunnen drager zijn van het virus, hetzij doordat zij dat virus in of op het lijf hebben, hetzij doordat zij het virus op hun mobiele telefoon hebben zitten. Het is nog onbekend of dergelijke dragers die zelf geen last van het virus hebben anderen met het Sars-Voc-2-virus kunnen besmetten.

4. Omdat nog niet bekend is in welke gevallen dragers anderen (niet) kunnen besmetten, is nog niet bekend of mensen die tot een risicogroep behoren praktisch effectief beschermd worden door een cordon van mensen die immuun zijn. Meer specifiek: het is niet bekend welk percentage van de inwoners van een land immuun moet zijn om groepen inwoners die niet immuun zijn te beschermen. In de discussie waarin ouders die hun kinderen niet inenten tegen mazelen aangezet zijn om dit vooral toch te doen, hanteerden virologen een inentingspercentage van 95% als veilig. Als we van dit percentage uitgaan dan zouden we, omdat er momenteel geen vaccin is, moeten accepteren dat 95% van de Nederlanders besmet moeten zijn met het Sars-Cov-2-virus en daarvan genezen voordat kudde-immuniteit/herd immunity effectief zou zijn. Vermits er volgens het RIVM nu ergens tussen de 2.000 en 10.000 Nederlanders besmet zijn, zouden we nog een zeer lange weg te gaan hebben voordat kudde-immuniteit gerealiseerd is.

Bovenstaande bedenkingen zijn à priori te maken. Dat wil zeggen, er zijn geen specifieke data voor nodig. Dat we niet weten of kudde-immuniteit in deze pandemie een oplossing is, vloeit voort uit de analytische aannames van de theorie en een plukje van nagenoeg onbetwistbare data: allereerst dat sommige patiënten hebben terugval, en ten tweede deskundigen hebben slechts drie maanden de tijd gehad om data te verzamelen. We hoeven niet vanuit een bepaalde theorie deze data te duiden omdat elke duiding – inclusief de ontkenning – tot dezelfde conclusie leidt: de wetenschappers en de wetenschap als collectief ‘weet’ nog niet of kudde-immuniteit zich bij Sars-Cov-2 kan voordoen.

Dr. W.W.