dE KINDEROPVANGTOESLAGAFFAIRE-AFFAIRE

Toen ik hoorde dat het kabinet-Rutte III was teruggetreden, was mijn eerste reactie: “He-he, eindelijk neemt de club die Nederland nu al bijna een jaar met beleidsmatig aanmodderen onderdompelt in een coronacrisis, eens de verantwoordelijkheid.”

Maar, nee, de derde ploeg van Rutte bleek zich verantwoordelijk te voelen voor de ‘kinderopvangtoeslagaffaire’. Wat was dat ook alweer?

Ja, dat was waar ook. Als de media in 2020 niet zo bol hadden gestaan van COVID-19 en dat oudemuizengevechtje tussen Trump en Biden, dan zou dat misschien wel het woord van het jaar zijn geworden: ‘kinderopvangtoeslagaffaire’.

Doordat er – tussen de oraties van de heer Van Dissel door – hoorzittingen zijn gehouden over de kinderopvang en een onderzoekscommissie daarover het een en ander heeft opgetekend in een rapport hadden de media eerder pogingen kunnen doen om het tot het woord van het jaar te maken. Hoewel de onderzoekscommissie de nadruk legt op het falen van de rechtsstaat en het onrecht dat de betrokkenen daardoor is aangedaan, is het meest opmerkelijke aspect van het rapport dat de meeste feiten reeds lange tijd openbaar waren.

Het is mogelijk de openbare voltrekking van de affaire te gebruiken als schakel in een betoog naar de conclusie dat de rechtsstaat heeft gefaald. Immers, als iedereen (ministers, ambtenaren, kamer, rechters, media, en 30.000 betrokken gezinnen plus al de familieleden, vrienden en kennissen van al die betrokken gezinnen) al wist dat de wijze waarop de kinderopvangtoeslag werd uitgevoerd, gezinnen aan de rand van de financiële afgrond bracht en daar niets aan gedaan is, dan heeft alles gefaald, en dus ook de rechtsstaat.

Je kunt het echter ook omdraaien: omdat alle gremia van de macht redelijkerwijs – bijvoorbeeld door zelfgeschreven besluiten, vonnissen en rapporten te lezen – wisten wat er aan de hand was, en geen actie is ondernemen, gingen alle gremia van de macht ook na toetsing akkoord met de schade die het beleid aan een gezin kon toebrengen. Vanuit het perspectief van het volk, uitgewerkt en gecontroleerd door de drie machten, was deze schade simpelweg ‘collateral damage’. Dan heeft de rechtsstaat dus eigenlijk prima gefunctioneerd.

Dat is het mooie met doelredeneringen: ze lopen altijd precies naar het punt waar je wil uitkomen.

Wie wil uitkomen bij een falende rechtsstaat, kan hier inbrengen dat het toch niet de bedoeling kan zijn van het volk dat maar liefst 30.000 gezinnen – DERTIGDUIZEND gezinnen – financieel genekt zijn omdat deze gezinnen beroep hebben gedaan op de kinderopvangtoeslag. Het probleem met deze hoge verontwaardiging is dat dit aantal uit de lucht is gegrepen. In rapporten van de Nationale Ombudsman en de commissie Donner wordt vastgesteld dat bij een significant doch veel lager aantal dossiers sprake is van onwenselijkheden. Het getal van 30.000 lijkt te zijn gebaseerd op een steekproef onder dossiers waarin de kinderopvangtoeslag is teruggevorderd vanwege grove schuld. Volgens die steekproef was dat slechts in 6% van de gevallen terecht. (Rapport, pagina 26, met verwijzing naar Kamerstuk II 2020/21, 31 066, nr. 754.) Maar een steekproef is slechts een steekproef en de toetsing heeft plaatsgevonden “naar huidige maatstaven“. Het laat zich verdedigen dat voor een oordeel over de rechtsstaat de huidige maatstaven minder relevant zijn dan de toenmalige maatstaven, en dat zo’n oordeel zich niet steekproefsgewijs laat vellen.

Bovendien is het overkill, 30.000 gezinnen als slachtoffer opvoeren. Dat impliceert of suggereert dat de rechtsstaat overeind zou zijn gebleven als niet 30.000 maar bijvoorbeeld slechts 30 gezinnen getroffen zouden zijn. Alsof ze in de Verenigde Staten zouden hebben moeten wachten totdat blanke agenten 30.000 onschuldige zwarten over de kling zouden hebben moeten gejaagd voordat een “Black Lives Matter”-betoging gerechtvaardigd zou zijn.

De waarheid is dat als er iets misgaat een samenleving vaak pas in beweging komt als het 10.000 of 30.000 keer is misgegaan. Dan is er pas maatschappelijk ‘momentum’. Dat zegt misschien minder over de rechtsstaat dan over de samenleving.

De samenleving houdt ook van overdrijving. Als het bij 30.000 gezinnen is misgegaan met die kinderopvangtoeslag, dan zijn daardoor natuurlijk geen 30.000 gezinnen aan de bedelstaf geraakt. Dat is misschien bij een paar duizend gezinnen, of misschien ‘slechts’ bij een paar honderd gezinnen het geval. Voor wie houdt van lumpsum-checks: op basis van de cijfers die in het rapport worden genoemd, is het gemiddelde bedrag van een kinderopvangtoeslagterugvordering ongeveer 4.500 euro. Dat is voor mensen die aan de verkeerde kant van de ongelijkheid zitten, niet weinig, maar of je dan meteen het einde van de financiële tunnel niet meer kunt zien? Omdat de kinderopvangtoeslag enigermate inkomensafhankelijk is, kan het gemiddelde onder de financieel zwakkeren hoger zijn. Er zal vast geen tweeverdienend juristen- of doktersechtpaar zijn dat 60.000 euro moeten terugbetalen. In een oefening casuïstiek begin ik me echter al gauw af te vragen of dat kinderopvangtoeslaggebeuren zo in elkaar zit dat een tweeverdienend juristen- of doktersechtpaar daadwerkelijk in aanmerking kan komen voor enige kinderopvangtoeslag. De wil van het volk kan toch niet zijn geweest dat gezinnen met een gezamenlijk inkomen van twee ton of zo ook nog een douceurtje krijgen opdat geen van de echtgenoten een dagje minder gaat werken?

Hmmm…. moet ik toch nog eens nagaan.

Wie tot een meer bezadigd oordeel over de kinderopvangtoeslagaffaire wil komen, maakt onderscheid tussen de momenten waarop er bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag daadwerkelijk in strijd met de wet is gehandeld en de mate waarin de uitvoering van de kinderopvangtoeslag – rechtmatig of niet – tot maatschappelijk onwenselijke situaties heeft geleid.

In de media is de laatste jaren met veel bombarie geroepen dat de overheid in strijd met de wet heeft gehandeld, maar dat is vooral bombarie geweest. Je kunt natuurlijk steeds harder roepen dat een ‘groepsgewijze’ sanctie niet mag en daar doorheen krijsen dat daarbij ook nog een nationaliteitscriteria of etnische criteria zijn gebezigd, maar een groepsgewijze sanctie laat zich simpelweg omzetten naar een reeks individuele sancties en er is geen redelijk mens die kan uitleggen waarom je de nationaliteit niet in je Big Data-analyse zou mogen gebruiken en, bijvoorbeeld, inkomen of postcode of het bezit van een bepaald merk auto wel. Dat er wetten circuleren die inhouden dat je iemand wel mag discrimineren omdat die rood haar of tatoeages heeft maar niet omdat die kroeshaar heeft, uit Marokko komt of Friese voorvaderen heeft, is in een kritische toetsing geen argument. Daargelaten dat dat best wel rare en ook nutteloze wetten zijn, is het niet redelijk beperkingen op te stellen voor criteria die in een onderzoeksfase worden gebruikt. Wat je wel kunt doen, is beperkingen opleggen aan de criteria die bij de onderbouwing van een sanctie kunnen worden gebruikt. Een rechter kan daarop toetsen. Moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat dossiers kunnen worden voorgelegd aan een rechter, en niet tijdens een bezwaarprocedure in de la worden gelegd, of dat clubs zonder juridische bevoegdheden – zoals de Autoriteit Persoonsgegevens – zich met dossiers gaat bemoeien.

De kinderopvangtoeslagaffaire-affaire geeft aanleiding om bepaalde aspecten van het kinderopvangtoeslag-gebeuren nog eens goed te bekijken. Omdat in het kabinet van Rutte de wijsheid dun gezaaid was, is het niet onverstandig als daar later nog eens rustig naar wordt gekeken. Maar er hangen al donkere wolken boven die uitdaging: vanuit links, rechts en door het midden wordt er geroepen dat ‘het hele toeslagstelsel op de schop moet’.

Het hele kabinet weg, de hele rechtsstaat is gammel, het hele stelsel op de schop, in een democratie is dat codetaal voor ‘niemand is verantwoordelijk want niemand weet wat er mis is’.