ZEMBLA over Haagse bijbaantjes

Geachte mevrouw Blaas,

Met belangstelling heb ik naar de aflevering van Zembla van 12 november 2020, getiteld ‘Haagse bijbaantjes’, gekeken, over tweede kamerleden die hun nevenactiviteiten niet of niet goed hebben laten vastleggen in de register. Mijn dank ook voor de lijst van bevindingen . Het is leuk te weten dat een kamerlid van GroenLinks aan huisjesmelken doet, de heer Ojik niet bekend is met de verplichting tot het deponeren van jaarrekeningen, mevrouw Sazias een greep uit haar eigen pensioenvoorziening heeft moeten doen, en Thierry Bidet niet aan de griffie heeft gemeld dat zijn politieke nevenactiviteit enkel bedoeld is om de revenuen van zijn B.V. op te krikken.

Heel goed dat door uw uitzending Kamerleden ermee zijn geconfronteerd dat zij zich niet aan de door henzelf opgestelde regels houden. Waarbij zij opgemerkt dat naarmate hun nalatigheid vergeeflijk is, de druk op hen om terug te treden zwaarder wordt. Immers, als een Kamerlid bewust de regels ontdoken heeft, dan kan dat Kamerlid althans niet de vorm van intelligentie ontzegd worden die in de volksmond wordt aangemerkt met ‘sluwheid’.  Kamerleden die uit onwetendheid of uit domheid de toch niet echt complexe ‘register-regel’ niet hebben gevolgd, horen niet thuis in een orgaan waar soms toch heus belangwekkende beslissingen over complexe aangelegenheden moeten worden genomen. De huisjesmelkster van GroenLinks mag wat mij betreft blijven, maar de heer Ojik zou de eer aan zichzelf moeten houden.

Helaas, gesteld dat alle Kamerleden zich keurig gaan houden aan de al dan niet aangescherpte ‘register-regel’, het zou weinig kunnen bijdragen aan het integriteitsgehalte van de volksvertegenwoordigers. Een nevenfunctie geeft – gemeld of niet gemeld – in de meeste gevallen niet meer dan een schijn van belangenverstrengeling. Integriteitsonderzoekers slaan daarop aan, op die schijn, en voor integriteitsonderzoekers is het niet melden van een nevenactiviteit die de schijn van belangenverstrengeling kan wekken, dan meteen een zeer ernstig probleem. Want een Kamerlid dat een activiteit niet meldt die de schijn van belangenverstrengeling kan wekken, wekt de schijn dat er meer aan de hand is dan enkel schijn.

Protocollen voor nevenfuncties van Tweede Kamerleden – hoe terecht ook – leiden de aandacht af van het feit dat nagenoeg alle Tweede Kamerleden directer het algemeen belang wurgen met hun eigen belang.

Neem de oeverloze en bijna steeds niet de wal rakende discussie over de hypotheekrenteaftrek. Zeer veel Tweede Kamerleden hebben een eigen woning en alle Tweede Kamerleden zitten in de hoge belastingschaal. Ook wie er niet voor heeft doorgeleerd, kan inzien dat de hypotheekrenteaftrek ertoe leidt dat inflatie wordt opgeslagen in de prijzen van koopwoningen terwijl de huren in de sociale sector bovenmatig stijgen. De discussie over de hypotheekrenteaftrek wordt echter steevast afgebroken met de voor de meeste Kamerleden niet belangenloze constatering dat het afschaffen van die eigendomssubsidie de prijzen van koopwoningen zou doen kelderen. Het is daardoor nog steeds de enige sector in de economie waarvoor prijsstijgingen door de ganse maatschappij – minus degenen die in de sociale huurwoning zitten – als positief worden ervaren.

Daarentegen zitten er in de Tweede Kamer – als we al die pensioen- en lezingenBV-tjes buiten beschouwing laten – weinig mensen die ooit ondernemer zijn geweest. Daardoor verstaan de meeste Kamerleden het verschil tussen een ondernemer en een werknemer niet, en vinden ze het maar oneerlijk dat ondernemers fiscale voordelen genieten die werknemers niet hebben. Zelfs Kamerleden die de vennootschapsbelasting naar nul willen brengen, willen van de fiscale voordelen voor zelfstandigen af.

Uit integriteitsoogpunt zouden de meeste Kamerleden zich bij de meeste onderwerpen moeten ‘recuseren’, hetzij omdat zij er een direct belang bij hebben hetzij omdat zij er geen belang bij hebben de belangen van degenen die directe belangen hebben te behartigen.

Ooit – ik was toen bijna nog niet geboren – werd de vorstelijke schadeloosstelling van Kamerleden beargumenteerd vanuit het oogmerk dat Kamerleden onafhankelijk en in een zekere maatschappelijk-materiele welstand het algemeen belang zouden moeten kunnen dienen. Nu – ook met een gemiddeld jaarinkomen van 116.000 euro – gebleken is dat Kamerleden het algemeen belang niet echt belangenloos kunnen dienen, is dat argument definitief weggevallen. De schadeloosstelling voor Tweede Kamerleden kan teruggebracht worden naar, zeg, modaal. Dat is ruimschoots voldoende voor wat in de kern ongeschoold werk is.

Met vriendelijke groet,

Dr. W.W.