Kinderopvangtoeslag

Geachte redactie (Trouw),

Het is goed dat ouders van wie de kinderopvangtoeslag ten onrechte is stopgezet en met wie redelijkerwijs een soepele terugbetalingsafspraak had moeten worden gemaakt, nu dan eindelijk een compensatie krijgen. Maar er zit een addertje onder het gras. Als zij de zogenoemde Donner-compensatie bij de aangifte inkomstenbelasting niet hoeven op te geven als bestanddeel van het verzamelinkomen, zal dit voor de meesten geen effect hebben op de toeslagrechten over 2020. Dan is er niets aan de hand.

Echter, voor ouders met kinderen die werkzaam zijn in de onderkant van het loongebouw, kan de Donner-compensatie de toeslagrechten over 2020 aantasten. Als voor 1 januari 2020 een Donner-toeslag van enkele tienduizenden euro’s op de rekening gestort is, kan dit voor sommige ouders het gevolg hebben dat zij niet voldoen aan de vermogenstoets voor de huur- of zorgtoeslag of de toets van het kindgebonden budget. Ouders die daarboven komen, moeten de Belastingdienst verzoeken dit deel van het vermogen niet mee te tellen.

Gegeven zijn de volgende drie feiten. Allereerst de Belastingdienst heeft in 2019 fors op de falie gekregen voor de ongewenste effecten van wet- en regelgeving. Ten tweede handelde de belastingdienst in reactie op een destijds verontwaardigde Tweede Kamer, in de zogenoemde toeslagenfraude. De Tweede Kamer deed een ferme oproep tot strenger controleren. Ten derde is de wijze waarop de belastingdienst strenger ging controleren door de Raad van State in eerste aanleg gebillijkt. De belastingdienst zal daarmee zeer waarschijnlijk de Donner-toeslagen van tienduizenden euro’s meteen honoreren. Immers, zou de Dienst dat niet doen, dan is er straks niemand meer te porren voor de rol van staatssecretaris Financiën ad interim.

Waar lopen we tegen aan in het toeslagenstelsel? Nu de discussie over het ‘Toeslagenstelsel’ op gang aan het komen is, verdient de asymmetrie in het huidige stelsel aandacht. Waar er voor de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget een vermogenstoets is, is die er niet voor de kinderopvangtoeslag. Voor de kinderopvangtoeslag is er evenmin een inkomenstoets. In theorie kan een multimiljonair die samen met de partner een halve dag in de week de boekhouding van zijn consortium bijhoudt, een kinderopvangtoeslag krijgen voor 230 uur per maand per kind.

En als in “Nederland” één ding zeker is, dan is het wel dat, dat wat in theorie kan, in de praktijk voorkomt. De toeslag-ontvangende miljonair krijgt echt geen bezoek van een CAF-ambtenaar. Die houdt zijn urenregistratie zelf bij en daarin staat vast dat hij en zijn partner wel 60 uur per week bezig zijn met het verwerken van de bonnetjes van de zaak.

Historie en wat zijn de contra-effecten van het stelsel? Nederland is geen Zweden! Economisch is de kinderopvang een kunstmatige sector. Zonder de miljardensubsidie die de overheid via de toeslagen aan de sector geeft, zou de sector de concurrentie met de oppas-buurvrouw en de oppas-grootouders niet aan hebben gekund. Dertig jaar geleden, toen Kamerleden terugkwamen van hun studiereis naar Zweden, was er iets voor het systeem van gesubsidieerde kinderopvang te zeggen. Het effect in Zweden was dat de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen door het systeem van kinderopvang was toegenomen, de economie was gegroeid en de arbeidsproductiviteit was gestegen. In Nederland hebben deze effecten zich na dertig jaar crèche-subsidie nog steeds niet voorgedaan. Waardoor we van de kindertoeslag af moeten.

Grosso modo is het effect van de miljardenimpuls in deze sector dat tweeverdieners met een verzamelinkomen van vier keer modaal er een extra vrije dag hebben bijgekregen. De kunstmatigheid van de sector en de onmogelijkheid van effectieve controle trekt fraudeurs aan. Vrouwen in Nederland schijnen nog steeds niet door het glazen plafond heen te kunnen breken. En de bijstandsmoeder die geen baan heeft, geen geregistreerde opleiding volgt, en de huilende kinderen thuis niet meer aankan, moet nog steeds bij de gemeente aankloppen voor een dotatie om de kinderen een dag naar de crèche te kunnen brengen.

Nederland is geen Zweden, en ook geen Finland. Kinderen krijgen is in Nederland al heel lang een keuze. Van wie in een positie van relatieve luxe ervoor kiest kinderen te krijgen, mag tenminste zoveel verantwoordelijkheidsgevoel verwacht worden dat die een jaar of vijf zelf voor de kroost zorgt totdat die andere vorm van gesubsidieerde kinderopvang – die we in Nederland het bekostigd onderwijs noemen – een deel van de zorgtaken overneemt. De overheid moet zich beperken tot het ondersteunen van diegenen die door de zorg voor de kinderen niet volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.

Met vriendelijke groet,

Nederlandse Vereniging voor Creatief Scepticisme, 8 januari 2020