Persoonsgegevens en mensenhandel

Door de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is het aantal personen dat zich beroepsmatig bezig houdt met het beschermen van persoonsgegevens fors gestegen. Naast de 180 functionarissen die werkzaam zijn bij de Autoriteit Persoonsgegevens, zijn er twee keer zo veel academische posten gewijd aan ‘personal data’, heeft elk advocatenkantoor tenminste 1 specialist in ‘privacyrecht’, zijn er tienduizenden functionarissen gegevensbescherming en data officers, en hebben de AVG en ‘Privacy by Design’ tenminste duizend banen opgeleverd in de ICT. De AVG-werkgelegenheid heeft 15.000 structurele banen opgeleverd, en als we alle uren meetellen waarin besturen en raden van toezicht zich over AVG-kwesties buigen, dan tikken we in Nederland vast de 20.000 fte aan.

Daartegenover staat dat het aantal functionarissen dat zich min of meer structureel bezighoudt met het opsporen van mensenhandel, nauwelijks boven het aantal medewerkers van de Autoriteit Persoonsgegevens – ongeveer 180, dus – uitkomt. We hebben weliswaar zoiets als een Autoriteit voor mensenhandel – de Nationaal rapporteur – maar die heeft geen opsporingsbevoegdheid terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens – daargelaten wapengebruik – bijna dezelfde bevoegdheden heeft als de FBI in de Verenigde Staten.

Het numerieke verschil in mankracht en bevoegdheden wordt pregnanter als we rekening houden met de aard van het risico. Niettegenstaande de algemene aanname dat persoonsgegevens bescherming behoeven, is er geen direct verband tussen het verwerken van persoonsgegevens en maatschappelijke risico’s. Het klinkt heftig als “medische gegevens op straat liggen”, maar de maatschappelijke impact daarvan is niet noodzakelijk groter dan het illegaal achterlaten van een plastic tas met huisvuil langs de openbare weg. Met de meeste gegevens die ‘op straat’ liggen, gebeurt niets meer. Als er iets mee gebeurt – identiteitsfraude bijvoorbeeld – dan zijn er andere, meer effectieve maatregelen denkbaar dan het aanstellen van 20.000 ‘persoonsgegevens-bewakers’.

Mensenhandel, daarentegen, heeft een directe impact. Voor de individuen die het betreft en voor de samenleving. Dat iemand in Australie weet dat Sander Dekker websites bezoekt over de Nederlandse politiek, is minder ingrijpender dan dat een meisje van zestien ergens in een schuur in de Noordoostpolder ontkleed wordt afgeranseld voor het geval Sander Dekker of iemand anders in het gebied waarvan hij het recht meent te beschermen, ook eens een meer ranzige website wil bezoeken. Of als een Roemeense familie in een schuur in Noord-Brabant opgesloten zit en alleen wordt uitgelaten als er asperges gestoken moeten worden.

We zijn in Nederland, met die bijna obsessieve aandacht voor ‘persoonsgegevens’, het gevoel voor maatschappelijke proporties kwijt geraakt.