Draghi’s inflatie raadsel

Veel zwaar-bezoldigde economen vragen zich af waar de inflatie blijft. Meneer Draghi, vooruitkijkend naar het aantreden van mevrouw Lagarde, heeft besloten nog gauw even kwantitatief te gaan verruimen, d.w.z. maandelijks tientallen miljarden in het Europese economie ‘te pompen’.

Hoewel het enigma heet te zijn – dat de inflatie ondanks die 300 miljard extra geld maar niet naar die 2% is gegaan – is de verklaring kinderlijk simpel. Draghi heeft dat extra geld niet in de economie gepompt maar in het financiële systeem. De ECB creëert geld om daarmee ‘geld-dingetjes’ te kopen. In de twintiger jaren van de vorige eeuw geldcreatie langs die route tot inflatie. Het geld bleef toen immers niet in het financiële systeem hangen. Ook de relatief rijke bankiers hadden toen nog onbevredigde, basale consumptiebehoeften. Vanuit het financiële stelsel kwam het extra geld snel terecht in de ‘echte’ economie. Soms zo snel dat het hyperinflatie veroorzaakte. In de een-en-twintigste eeuw zijn de basale consumptiebehoeften niet alleen bij de rijke bankiers maar ook bij het grootste deel van de middenklasse afdoende bevredigd. Nog meer hamburgers eten, nog vaker een reisje naar een Egyptische duiklocatie, dat is te veel van het slechte. Als Draghi het geld over zou maken aan onder-modalen en bijstandsgerechtigden, dan zou die gelukzalige 2% inflatie snel gerealiseerd zijn. Maar dat doet-ie dus niet.

Dat de inflatie niet zichtbaar is in de inflatiecijfers, wil niet zeggen dat er geen inflatie is. Soms blijft de inflatie latent. In Nederland, bijvoorbeeld, heeft de kwantitatieve verruiming geleid tot een forse stijging van de prijzen van koopwoningen. De banken hebben potten met geld extra, de rente is dankzij de ECB pieplaag, koopwoningconsumenten kunnen meer lenen tegen lagere kosten, en zo stijgen de huizenprijzen. De NHG speelt het spel mee door de grens voor de hypotheekgarantie periodiek tien- of twintigduizend op te hogen. In 2009, toen iedereen de ‘financiële crisis’ kritisch aan het becommentariëren was, heette zoiets ‘perverse prikkels’. Maar die financiële crisis is voorbij, de banken maken meer winst dan ooit tevoren, en van die crisis is niemand doodgegaan behalve het handjevol stakkers dat zich ergens voor verantwoordelijk achtte en zich een kogel door het hoofd heeft gejaagd, en degenen die niet doodgegaan zijn, zijn althans niet minder gaan consumeren vanwege die ‘crisis’.

Zo is sinds 2009 in Nederland in de prijzen van koopwoningen een latente inflatie van ongeveer 35% opgeslagen. Dat kan, als alles goed blijft gaan. Aan het einde van de looptijd kan er dan immers alsnog gecashed worden, en krijgt de inflatie toch nog een duwtje omhoog. Komt er iets tussen – er zijn nu meer derivaten in omloop dan voor 2008 – dan blijken die huizen veel minder waard dan verwacht en, voor degenen die ‘laat ingestapt zijn’, minder dan ervoor geleend is.

De meeste mensen zijn niet zozeer dom of verdorven. Ze hebben gewoon een verdomd slecht geheugen.