Krapte op de onderwijsmarkt?

Zo nu en dan wordt bericht over krapte op de onderwijsmarkt. Hiervoor zijn verschillende oorzaken te geven, waaronder het deeltijdbaan-fetisjisme en de mosterd na de maaltijd-certificering van een ‘lerarenregister’ of ‘assessor’-plakplaatjes van Certiforce.

Een factor die meestal over het hoofd gezien wordt, is het feit dat sommige onderwijsinstellingen zijn gaan jongleren met concurrentiebedingen en verboden op nevenwerkzaamheden.

Een mooi voorbeeld is Tio in Eindhoven. Deze particuliere instelling wil zich profileren in beroepsopleidingen voor hospitality. Binnen dat streven is het niet gewenst dat docenten die beroepsgerichte vakken geven, tevens werkzaam zijn bij andere onderwijsinstellingen die soortgelijke opleidingen verzorgen. Dat is niet onredelijk: deze docenten werken naast hun doceerbaan vaak in de hospitality-sector. Dat is voor studenten een pre. Als deze docenten echter van het doceren een voltijdsklus gemaakt hebben door bij twee of drie onderwijsinstellingen te doceren, dan verdampt de meerwaarde van deze docenten. Heel begrijpelijk, dus, dat Tio niet wil dat deze docenten ook bij een andere onderwijsinstelling nevenklussen.

Echter, dit verbod op nevenwerkzaamheden is bij Tio niet beperkt tot doceertaken bij andere onderwijsinstellingen in dezelfde opleidingsrichtingen:

“artikel 8 – verbod nevenwerkzaamheden

lid 1

Het is niet toegestaan gedurende de arbeidsovereenkomst direct of indirect werkzaamheden te verrichten voor een andere onderwijsinstelling in het mbo of het hbo of voor een daaraan gelieerde onderneming, die een opleiding aanbiedt die soortgelijk is aan een opleiding die de werkgever op enige vestiging aanbiedt.

Dit verbod ziet op het verrichten van werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of anderszins en betreft zowel bezoldigde als onbezoldigde werkzaamheden. Indirect werkzaamheden verrichten betekent in dit verband onder meer, maar is niet beperkt tot, het namens een opdrachtnemer van de onderwijsinstelling werkzaamheden verrichten bij die onderwijsinstelling. Een gelieerde onderneming betekent in dit verband onder meer, maar is niet beperkt tot, een rechtspersoon die wordt gecontroleerd door de onderwijsinstelling. Ter bescherming van het belang van de werkgever zijn dergelijke nevenwerkzaamheden ook niet toegestaan als werknemer zelf bij of ten behoeve van die andere onderwijsinstelling geen voor de werkgever concurrerende werkzaamheden verricht en misschien op een andere locatie van die onderwijsinstelling werkzaam is dan de locatie waar door de werkgever een soortgelijke opleiding wordt aangeboden. Dit verbod ziet zowel op onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs (door de overheid gefinancierd) aanbieden als op onderwijsinstellingen die niet-bekostigd onderwijs (particulier gefinancierd) aanbieden.

lid 2

Het is niet toegestaan gedurende de arbeidsovereenkomst direct of indirect werkzaamheden te verrichten die anderszins concurrerend zijn voor de werkgever, bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot, (het behulpzaam zijn bij) het opzetten van een concurrerende onderneming.

Dit verbod ziet op het verrichten van werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, het verrichten van werkzaamheden als zelfstandige, of anderszins en betreft zowel bezoldigde als onbezoldigde werkzaamheden.

lid 3

Daarnaast is het niet toegestaan gedurende de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden te verrichten indien de totale belasting van alle werkzaamheden van werknemer bij elkaar, te belemmerend kan zijn voor het functioneren van werknemer bij de werkgever, zulks ter beoordeling door de werkgever.

Dit betreft de totale belasting voor werknemer van al zijn werkzaamheden van welke aard dan ook bij elkaar, waaronder, maar niet beperkt tot, onbezoldigde en privé werkzaamheden.”

O, schending van artikel 8 komt de werknemer op een onmiddellijk opeisbare boete van 25.000 euro te staan, exclusief ontslag en eventuele aansprakelijkheidsstelling voor schade.

Wie niet is gaan lachen bij het lezen van deze bepaling, neemt arbeidscontracten mogelijk te serieus. Er is natuurlijk geen rechter in Nederland te vinden die een werknemer van Tio zou dwingen een boete van 25.000 te betalen omdat die tijdens het dienstverband twintig uur per week thuis heeft geklust of drie-en-dertig uur per week op de kinderen heeft moeten passen. Een rechter zal dat evenmin doen als een docent met een min/max-contract bij Tio met een minimum van vijf uur in de week, een deeltijddienstverband van nog eens vijf uur in de week bij een andere school is aangegaan. Deze bepaling in het arbeidscontract is door Tio bedoeld als een afschrikmiddel: pas op met nevenwerkzaamheden, want o wee o wee.

Ondertussen staat het er wel. Docenten die een min/max-contract bij Tio aangaan, worden daarmee dus effectief voor de rest van de werktijd van de onderwijsarbeidsmarkt afgetrokken.