Rente en inflatie 2019

Het schijnt een enigma te zijn: zeer lage rente, kwantitatieve verruiming en toch maar geen inflatie.

Toch is dit fenomeen niet zeer ingewikkeld. Het is ook niet nieuw. De stromen geld die door de lage rente en de kwantitatieve verruiming in de economie ‘gepompt’ worden, stromen langs partijen en consumenten die aan de top van hun investerings- of consumptiepatroon zitten. Europese bedrijven die willen innoveren zoeken kansen in het buitenland; de toch al wat obese consumenten kunnen niet nog meer hamburgers naar binnen duwen, of nog vaker naar CenterParcs gaan. Al dat extra geld wordt door zakelijke beleggers opgeslagen in beleggingspakketten. Hoewel het gerucht hardnekkig is dat aandelenmarkt last hebben van ‘onzekerheden’ in de mondiale politiek, zijn de Brexit en de ‘handelsoorlog’ voor professionele beleggers goudmijntjes. Hoe meer volatiliteit, hoe hoger het rendement op derivaten en termijntransacties. Consumenten die het extra geld niet nodig hebben voor de dagelijkse levensbehoeften, stoppen het extra geld in vastgoed. In Nederland wordt de inflatie die de heer Draghi in de consumenteninflatiecijfers terug zou willen zien, opnieuw opgeslagen in de stijging van de huizenprijzen.

Dat piramidespel kan lang goed gaan. Als het kaartenhuisje in elkaar dreigt te storten, is er bovendien soms een reddende engel. Voor de millenniumwisseling speelden de ICT-hype en de economische hervoring van China die rol. Tien jaar later speelden ze die rol opnieuw, maar het duurde wat langer voordat ze op het toneel konden verschijnen. Volgens het ‘scheepsrecht’ zijn ze bij de volgende ronde uitgespeeld.

Er gloort echter hoop aan de horizon: De duurzaamheidseconomie. We kunnen er de klimaatverdraaiing niet mee terugdraaien, en alle afvalbergen blijven natuurlijk groeien. Maar omdat het effect van klimaatmaatregelen zich sowieso niet laten doorrekenen, kunnen we er een hele tijd geld in pompen, bedrijven draaiende houden, mensen aan het werk houden, en toch vrolijk door-consumeren.