DRIE redenen waarom ondernemers niet duurder zijn.

Zelfstandige ondernemers – tegenwoordig modieus en onzorgvuldig aangeduid met ‘zzp-ers’ – hebben in Nederland weinig reden tot klagen. Bij een winst tussen de 15.000 en de 20.000 euro betalen ze nauwelijks belasting; ondanks al het geklaag over de Nederlandse regelzucht, zijn de wettelijke regels niet knellend; voor zover er regels zijn, is de controle door de belastingdienst en het UWV zo marginaal dat de meeste fictieve dienstverbanden niet opgemerkt worden en het aftrekken van BTW voor privé-uitjes niet afgestraft wordt; en wie van een hobby werk gemaakt heeft, kan die 15.000 tot 20.000 winst binnen harken door minder uren te werken dan voorheen aan de hobby besteed werd. Een een- en kleinverdienende zelfstandig ondernemer die niet zo dom is geweest een te duur koophuis aan te schaffen, kan ondanks die 1.800 euro netto blijven genieten van huurtoeslag terwijl de zorgtoeslag in dat geval ook doorloopt.

Behalve dat sommige ondernemers ten onrechte klagen over de Nederlandse regelzucht, zijn er dan ook nog die mensen die, hoewel zij zelf qua aard en denkkracht niet los kunnen komen van hetidee van “werknemerschap”, menen zij dat zelfstandig ondernemers vreselijke risico’s lopen. Want zij hebben: geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, geen werkloosheidsuitkering en geen tweede pensioenpijler. Maar een zelfstandig ondernemer die winstkrachttechnisch in de BV-regiones zit, hoeft zich over deze risico’s geen zorgen te maken want die heeft twee of drie ton reserve in zijn pensioen-BV zitten, terwijl de kleinverdienende zelfstandig ondernemer zich niet de luxe kan permitteren zich hierover zorgen te maken, want als die ziek wordt, heeft die zorgen genoeg over het feit dat-ie als-ie straks beter mocht worden, sowieso geen klanten meer heeft.

Zo nu en dan rekent het CBS of het CPB uit dat al die zelfstandig ondernemers de staatskas en daarmee de samenleving onevenredig veel geld kosten vergeleken met ‘gewone’ werknemers. Maar dat is drie-dubbele onzin. Ten eerste zijn er niet ‘meer redenen’ om een zelfstandig ondernemer te vergelijken met een ‘gewone’ werknemer in plaats van die te vergelijken met een ‘gewone’ werkgever. Ten tweede zou iemand die is aangenomen door het CBS of het CPB moeten weten dat het macro-economisch niets uitmaakt of geld gealloceerd wordt via het zelfstandig werknemerschap, via het werknemerschap, of via de winsten van ‘echte’ bedrijven. Ten derde wijst een eenvoudige micro-economische analyse uit dat als we van alle kleinverdienende zelfstandige ondernemers kleinverdienende werknemers zouden willen maken, een groot deel daarvan geen kleine baan zou kunnen vinden en in de bijstand terecht zou komen. Maatschappelijk is het zelfstandig ondernemerschap – of het zzp-schap – een zegen voor een economie als die van Nederland. De Nederlandse economie die – nu de glorie van de financiële sector, net zo vergaand lijkt te zijn, als die van de mijnbouw en de landbouw – zoekende is naar een effectief economisch allocatiemodel zonder dat vermaledijde basisinkomen in te voeren.

In plaats van de zegeningen van het kleine ondernemerschap te tellen zijn Haagse politici waarvan de enige ervaring met het ondernemerschap is dat zij gemerkt hebben dat zij wel 1.200 euro kunnen vragen voor een lezing van drie kwartier die via de Speakers Academy ingeboekt is, getroebleerd geraakt door het feit dat inmiddels 1,2 miljoen zelfstandig ondernemers zich nagenoeg geheel heeft weten te onttrekken aan het fraudegevoelige – en ook zonder fraude – onbetaalbare sociale zekerheidsstelsel waarmee de verschillende belangengroeperingen hun respectievelijke achterbannen tevreden hebben gehouden en zichzelf hebben verrijkt. Zelfs de VVD, die nog steeds beschouwd wordt als een ‘ondernemerspartij’ – zij het uitsluitend door mensen die geen verkiezingsprogramma’s lezen en zelfs de PvdA, die door dezelfde groep nog steeds beschouwd wordt als een partij voor mensen die arbeid verrichten – zijn ‘om’. De VVD is vast om omdat die kleine zelfstandige ondernemers het werk dat gedaan wordt door pseudo-ondernemers met kantoorkosten en andersoortige overhead, veel goedkoper kunnen doen; en de PvdA dan vast omdat die kleine zelfstandige ondernemers het werk dat door de kleine loonslaven gedaan wordt, met minder geklaag en meer plezier doen.

Behalve dat ze maatschappelijk het spoor bijster zijn, kunnen/willen ze in Den Haag ook niet rekenen.

Neem het verlagen van de ‘zelfstandigenaftrek’ van circa 7.000 euro naar circa 5.000 euro. Het directe nadelige netto-effect voor een kleine zelfstandig ondernemer is natuurlijk geen 2.000 euro maar iets van 670 euro per jaar. Dat is per maand natuurlijk veel meer dan de netto stijging van de woonlasten of de stijging van het BTW-tarief, maar veel kleine zelfstandig ondernemers zouden de bloeding door die aderlating nog wel kunnen stelpen. Het indirecte effect is mogelijk groter. Wie door die administratieve ophoging van het verzamelinkomen net boven de 21.000 euro uitkomt, is de huurtoeslag kwijt en het netto effect daarvan is 1.200 tot 4.000 euro op jaarbasis. Zeer waarschijnlijk wordt door de administratieve ophoging ook nog een plukje zorgtoeslag geraakt. Oftewel: het netto-effect van het verlagen van de zelfstandigenaftrek met 2.000 euro voor een kleine ondernemer, ligt ergens tussen 670 en 6000 euro op jaarbasis.

Een kabinet dat delibereert over het verlagen van de zelfstandigenaftrek haalt daarmee in komkommertijd de voorpagina’s van de krant. Niet gedocumenteerd in de (meeste) kranten is dat het kabinet al eerder voor het belastingjaar 2020 een bruto korting van circa 1.345 euro heeft doorgevoerd voor de kleine zelfstandige ondernemers. Die korting is geïmplementeerd door het afschaffen van de kleine ondernemersregeling. Voorheen, tot en met belastingjaar 2019, konden kleine ondernemers die in een boekjaar per saldo minder dan circa 1.800 euro aan BTW hoefden af te dragen, de afgedragen BTW aan het einde van het boekjaar in de zak steken. Een ondernemer waarvan de winst na deze dotatie rond de 15.000 bleef hangen, hield daar dan circa 1.345 euro netto aan over, iets meer dan 100 euro per maand. In 2020 is de kleine ondernemersregeling afgeschaft. Ondernemers waarvan de omzet in een jaar onder 20.000 euro blijft kunnen ervoor kiezen ontheven te worden van de btw-plicht. De ondernemer hoeft dan geen btw meer te rekenen aan klanten (preciezer, hij mag dat niet meer doen), maar mag btw die hij zelf betaalt niet meer aftrekken. Omdat een ondernemer de BTW die anderen bij hem in rekening brengen, nu moet betalen zonder dat hij die btw terug kan vragen, leveren ondernemers die voorheen voor de kleine ondernemersregeling in aanmerking kwamen, bruto en netto in.#

Dat brengt het netto-effect van het loonslaaf-denken van de Haagse politiek voor kleine ondernemers op 2000 tot 6300 euro op jaarbasis.

En dan wil het kabinet in 2020 via de sociale partners aan zelfstandige ondernemers ook nog eens de verplichting opleggen zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid…$

Van ondernemen hebben ze geen verstand, daar in Den Haag…

# Op de site van de belastingdienst staan rekenvoorbeelden die heten te illustreren dat sommige ondernemers er door de nieuwe regeling op vooruit gaan en anderen er op achteruit gaan. Het is boeiend te zien hoe de Belastingdienst hier met de cijfers jongleert door te veronderstellen dat ondernemers die niet meer BTW-plichtig zijn de netto-prijs van hun diensten en producten blijven ophogen met de BTW die zij niet meer zouden hoeven af te dragen. Voorts heeft de Belastingdienst in de voorbeelden ‘vergeten’ de nieuwe regeling te vergelijken met de oude regeling.

$ Iedereen met een paar werkende hersencellen kan inzien dat dit ballonnetje niet uitvoerbaar is. Maar in de Haagse politiek geldt er geen resultaatsverplichting voor proefballonnetjes, dus na- of voordenken biedt daar geen voordelen.